Dichter Dorien Dijkhuis is toegetreden tot het Utrechts Stadsdichtersgilde. In dit mooie interview met Utrecht City of Literature leert u haar beter kennen. Het gaat over haar eerste projecten, poëtische zeepwikkels en over cappuccino’s brouwen voor Ingmar Heytze, die haar inspireerde door te gaan met dichten. Haar profiel staat natuurlijk ook op deze website, en wel hier.
editor/webmaster
Maskerade
Jan van der Haar heeft namens het Utrechts Stadsdichtersgilde eind 2020 een stadsgedicht gemaakt voor alle winkeliers die vanwege de coronamaatregelen noodgedwongen de deuren moesten sluiten. Het is het laatste gedicht van het gilde van 2020. De tekst is bedoeld als hart onder de riem voor getroffen ondernemers. Winkeliers kunnen het gedicht uitprinten en achter het raam hangen of meegeven met een bestelling. Een pdf (voor printen) is hier te vinden.
MASKERADE
Wij staan voor u open, maar toch zijn we
dicht en onze voorraad is ten einde raad.
Van hogerhand – natuurbestuur – is dat zo
beslist. We weten dat u ons ziet staan, want
wij zijn mooi, want wij zijn zwart en wit en
alles tussenin. Wij zullen op u wachten
en u zult dat braaf op ons en ons bestuur.
Ze zeggen dat het allemaal goed zal komen.
Wij staan voor u open, maar toch zijn we
dicht. We willen graag iets goeds verkopen
en voelen ons daartoe zakelijk verplicht.
We hopen dat u onze schenkerijen weer ziet
dagen, als de toegangspoorten openzwaaien.
Als de kop van het oerbeest is vermorzeld.
Als Hydra, Cerberus, Hiai Chai en Chimaera
ieders lichtste firmament zullen laten gloren.
Jan van der Haar
10 nieuwe gedichten bij Utrecht in 2020!
Voor veel Utrechters was 2020 een jaar dat anders liep dan gepland. Dat geldt ook voor de dichters van het Utrechts Stadsdichtersgilde. Mooie plannen, optredens en samenwerkingsverbanden moesten worden afgezegd of uitgesteld. Maar wat overeind bleef was de kerntaak van elke dichter: het schrijven van gedichten. Naast de officiële stadsgedichten heeft het Gilde tien nieuwe gedichten geschreven bij de belangrijkste gebeurtenissen uit het video-jaaroverzicht van de gemeente. Over de Singel die weer rond is, over de herdenking van de tramaanslag, over aan- en aftredende burgemeesters en over een stilte die – om met dichter Els van Stalborch te spreken – anders is dan stilte was. De officiële stadsgedichten van het Gilde vindt u ook op deze site (menu-optie “stadsgedichten”). Ik wens u veel leesplezier en een goed 2021 – Ruben van Gogh, Gildemeester.
Het video-jaaroverzicht 2020 van de gemeente Utrecht is HIER te bekijken.
De PDF met de tien bijbehorende gedichten is HIER te downloaden.
De onderwerpen en bijbehorende dichters zijn:
- Utrecht vanuit de lucht: Daniël Vis
- Herdenking tramaanslag 18 maart: Onno Kosters
- Afscheid Jan van Zanen: Baban Kirkuki
- De Corona-pandemie: Jan van der Haar
- Utrecht zorgt goed voor elkaar: Els van Stalborch
- De opening van de singel, 12 september: Alexis de Roode
- FC Utrecht 50 jaar: Pauline Pisa
- Lockdown november: Hanneke van Eijken
- Installatie Sharon Dijksma: Fred Penninga
- Vooruitblik 2021: Ruben van Gogh
Winters stadsgedicht
Ruben van Gogh, Gildemeester van het Utrechts Dichtersgilde, blikt terug en schreef een winters Stadsgedicht over de gebeurtenissen van 2019 in Utrecht.
MIDDERNACHT TE UTRECHT
De stad staat in de steigers, winterklaar,
overziet het afgelopen jaar en streept
haar gebeurtenissen een voor een af:
de sneltram waar pas op het einde schot
in kwam en die ene waarin werd geschoten,
toen de binnenstad een stille zondag werd
in alle winkelstraten. Ach, en wat er verder
allemaal werd losgelaten. De oude beuk
die achterbleef als kale tak en stam, de wet-
houder die vertrok naar Amsterdam en die
ander die maar zitten bleef. En dan de zaken
waaraan geen einde lijkt te komen: singels
die nog niet in cirkels stromen, wijkraden
die niet langer worden gehoord, boeken
die op nieuwe kasten wachten, sprintsters
die naar gouden plakken smachten,
muziek die nooit meer opklinkt bij de Dom,
dames wachtend op hun raam en ook
hun baan aan de Europalaan die weg moet
gaan, burgers die met lege handen staan,
wegen die wel-niet-wel-niet worden verbreed
en niemand draagt een boetekleed.
De Dom toornt bedrempeld als staketsel uit
boven de Oudegracht en wacht,
zal de klok dit jaar niet twaalf zien slaan
omdat de wijzers elders in de opslag staan.
Ruben van Gogh
Tram 22
Op zaterdag 14 december voltrok zich dan eindelijk de feestelijke opening van tramlijn 22 (de Uithoflijn) van Utrecht Centraal naar het Sciencepark, die vanaf 16 december volgens dienstregeling gaat rijden. Baban Kirkuki schreef daar het volgende stadsgedicht over.
TRAM 22
Een lijn die vele seizoenen heeft gekost.
Van hete zomers waarbij het gras langs
en tussen de trambaan werd gedroogd,
tijdens het wachten op verloren tijd.
Het gras bloeide weer op met de regen,
maar de tram was nog niet klaar
om de vertraagde tijd in te halen.
Maar de weg naar de wetenschap had haast.
Het spoor beloofde ongemakken weg te nemen
met een duurzame tram door groene zones.
De stad legt een nieuwe verbinding.
Nu vertrekt de duurste tram van Nederland.
In stijl wordt de massa kennis vervoerd.
De route naar het Science Park kleurt geel.
Baban Kirkuki
Actiegedicht
Buslijn 4 Zuilen dreigt te verdwijnen. Deze lijn wordt omgenummerd tot lijn 7, maar zal een andere route rijden. Hierdoor vervallen de haltes rond Schaakwijk. Op deze plek wonen veel ouderen, die slecht ter been zijn. Zij zullen nu zo’n 500 meter extra moeten lopen naar een bushalte. Tegen deze verlegging van de route is veel weerstand en protest; zo zijn er al meer dan 900 handtekeningen opgehaald. Gildemeester Ruben van Gogh zet dit protest poëtische kracht bij middels dit stadsgedicht:
BUSLIJN VIER VIA SCHAAKWIJK
(MOET BLIJVEN!)
Busroutes zijn als levenslijnen,
wie ze omlegt legt heuse levens om.
Wie nog weet hoe hij lopen kon, voor
het schuifelen begon, waarmee de halte
dag na dag wat verder leek, week
na week, jaar na jaar, vreest het gevaar
dat een opstaphalte eindpunt wordt.
Nog lijkt het haalbaar, maar het leven
is niet schaalbaar: vijfhonderd meter
verder is een onmogelijkheid voor wie
voet voor voet de tijd verbeidt. Je zou
wel verder wíllen, maar het wil niet meer.
Het leven is vol hindernissen, en dan
ook de laatste bus nog moeten missen.
Ruben van Gogh
Gedicht voor het UMC Utrecht
Op 14 november werd door DIG (Design Inovation Group) een gedicht van Pauline Pisa aangeboden aan de Raad van bestuur van het UMC Utrecht. DIG heeft binnen alle geledingen van het Utrechtse UMC een groot onderzoek verricht om te peilen hoe men er tegen de toekomst aankijkt. De centrale vraag hierbij luidde: ‘Waar staat het UMCU in 2030?’ Op basis van de bevindingen en uitkomsten van dit onderzoek schreef Pauline onderstaand gedicht:
Stadsgedicht ‘Denk aan de Dom’
In september 2018 werd de motie Denk aan de Dom door de Utrechtse Gemeenteraad aangenomen. Daarin werd het College van B&W opgedragen ’te zorgen dat over 40 jaar de raad een herinnering zal ontvangen dat de Dom binnenkort een restauratie nodig zal hebben’. Het gemeentelijk projectteam dat verantwoordelijk is voor de restauratie klopte aan bij het Stadsdichtersgilde met de opdracht alvast gestalte te geven aan deze herinnering. Scheidend Gildemeester Onno Kosters nam vervolgens deze taak op zijn schouders en schreef ‘Denk aan de Dom’, een 112 regels hoog en in de vorm van de 112 meter hoge Domtoren uitgevoerd gedicht. Deze spectaculaire schepping werd op donderdag 17 oktober 2019 door de burgemeester onthuld in de grote trouwzaal van het stadhuis. Het ingelijste monumentale gedicht zal een plek krijgen in het stadhuis, vermoedelijk in de raadszaal.
Wil je het hele gedicht lezen? Dat kan hier.
Eenzame Uitvaart van Hendrika Doomernik-Bliekendaal
Op 26 september 2019 overleed Hendrika Doomernik-Bliekendaal (geb. 7-11-1920). Omdat zich bij haar dood geen nabestaanden of vrienden hadden gemeld, werd er een Eenzame Uitvaart voor haar geregeld. Ruben van Gogh, onze nieuwe Gildemeester, schreef een gedicht voor de overledene dat hij tijdens de uitvaart voorlas.
GEWEZEN MOEDER
U sloot dan toch de laatste maal uw ogen,
in verdriet of ongeloof, en schoof zo het leven uit,
mij toch wel wat verwonderd achterlatend,
nu ik van u heb gehoord, nu pas,
na bijna honderd jaar, aan uw graf nu pratend.
Een eeuwfeest had het moeten worden, dat er veel
gebeurd is kan dan niet anders – voldoende tijd
daar uitgebreid bij stil te staan: ruzies, slaande
deuren, groot verdriet, uw man misschien.
Ik verzin maar wat, ik weet het niet.
Als je kinderen tot aan het einde geen behoefte
hebben je te zien, is het beter niet te veel te weten,
maar voor nu van het liefdevolle uit te gaan.
Zo kunt u mij dan hier zien staan: als een vergeten
zoon, die alsnog wat laatste woorden tot u richt,
nu u hier als gewezen moeder voor hem ligt.
Ruben van Gogh
Ook aanwezig bij de begrafenis was Gildelid Alexis de Roode, die het volgende verslag schreef:
Dinsdag 8 oktober
Deze ochtend is de hemel parelgrijs met zilvergouden scheuren erin, als de dichter van dienst en uw verslaggever arriveren bij de toegangspoort van St. Barbara. ‘Een begraafplaats die leeft!’, zo luidt de prikkelende slogan van deze van oudsher Rooms-Katholieke dodenakker. Tegenwoordig mag men zich hier met elk geloof laten begraven. Op het naambord van de begraafplaats ontbreken wat letters en een deel van het kruisteken, maar de directrice, mevrouw Kolkhuis Tanke, verzekert ons dat het bord binnenkort gerepareerd zal zijn, helaas niet meer voor Allerzielen. Dat beetje verval draagt ook wel weer bij aan de herfstige stemming. De begraafplaats zelf is parkachtig, groen en bloemrijk, met veel goed verzorgde graven.
De dragers staan om 9.20 uur al plechtig opgesteld, vier boomlange, fris geknipt en geschoren jongemannen in chique grijze jassen met zwarte revers en hoge hoeden. Het wachten op de overledene duurt een tijdje. Een klein buitje barst los. We kunnen schuilen onder twee grote bomen bij de ingang, maar de dragers moeten blijven staan als erehaag, want de overledene kan elk moment arriveren. Hun hoge hoeden bieden enige beschutting. Het wachten is op het stoffelijk overschot van Hendrika Doomernik-Bliekendaal, overleden op 26 september jongstleden. Ze haalde net niet de eeuw en werd 99 jaar oud. Sinds een paar jaar woonde ze in een bejaardentehuis. Ze was al weduwe sinds de jaren ’80. Volgens de doorgegeven informatie heeft ze vijf kinderen gehad, maar daarvan zijn er, zover bekend, nog maar twee in leven. Twee zoons. Beide hebben aangegeven niet bij de begrafenis aanwezig te zullen zijn. Naar de achtergronden van deze verhoudingen is het gissen.
Er arriveren toch nog twee onverwachte bezoekers: een dame van rond de veertig en een heer van rond de vijftig. Zij blijken de verplegers te zijn die mevrouw Doomernik de laatste jaren hebben verzorgd. Ze hadden in de krant gelezen wanneer de begrafenis was. De dame stelt zich voor als Hermien. Ze vertelt dat ze vanaf het begin voor mevrouw Doomernik heeft gezorgd, toen ze in het tehuis kwam. Ze was toen al dement. ‘In het begin had ze nog wel eens praatjes, maar de laatste tijd zei ze niet veel meer.’
De verpleegster heeft een grote roodoranje roos bij zich. Ze was dol op mevrouw Doomernik, vertelt ze. Het was een lief vrouwtje met een ‘schattig koppie’, een echte Utrechtse. Waarom de zoons geen contact meer met haar wilden, weet ze niet. Later horen we dat een van de twee zoons nooit is opgevoed door zijn moeder.
Tegen kwart voor tien komt de begrafenisauto aangereden, een lange grijze Mercedes die mooi kleurt bij de lucht en de dragers. De kerkklokken luiden. De begrafenisondernemer, de heer Overbeek, stapt uit en stelt zich aan ons voor, begroet de dragers. De auto rijdt het grindpad op, de vier drager gaan er naast lopen, en in langzame optocht lopen we een stukje richting de groeve. De directrice van de begraafplaats komt erbij en loopt samen met de uitvaartleider voor de auto, de dichters en de verplegers erachter. Dan tillen de dragers de blankhouten kist uit de auto en rijden hem verder op een baar.
Mevrouw Doomernik komt te liggen op een stukje van het kerkhof dat is gereserveerd voor gemeentebegrafenissen, dat wil zeggen begrafenissen die niet worden betaald door de dode zelf of diens nabestaanden. De gemeenschap draait voor de kosten op en dat betekent dat het budget minimaal is. De doden liggen daarom getweeën op één plek, de eerste dode zo’n twee meter diep. Mevrouw Doomernik is de tweede overledene voor deze plek en daarom is het gat duidelijk minder diep dan gebruikelijk.
In Utrecht wordt de overledene direct naar het graf gebracht. De auto, de vier dragers en de kist worden beschouwd als het minimum aan eerbetoon waar elke overledene recht op heeft.
De dragers tillen de kist op de draagconstructie boven het gat. Verpleegster Hermien legt de roos op de kist. Ruben van Gogh draagt met zijn sonore stem, met heldere articulatie en rollende r’s, zijn gedicht voor. Daarna legt hij het handgeschreven gedicht op de kist, onder de roos. De uitvaartleider geeft een sein en de dragers laten de kist een centimeter of vijftig dalen in het gat. Daarmee is de ceremonie voor nu afgelopen. De doodgraver zal het werk later afmaken.
Na afloop komen de heer Overbeek en mevrouw Kolkhuis Tanke naar de dichter toe en verklaren hun waardering en instemming met het gedicht. Verpleegster Hermien is er erg blij mee en vraagt of ze het gedicht mag meenemen naar het verpleeghuis, om het daar op te kunnen hangen. Haar collega Hans vond het ook heel mooi.
Gezamenlijk lopen we terug naar de uitgang van de begraafplaats en nemen afscheid, tot een onbestemd weerzien.
Gedichten bij expo Op Kunstsafari door Utrecht
Op 18 september is in het Stadskantoor de expositie ‘Op Kunstsafari door Utrecht’ geopend. Deze tentoonstelling besteedt aandacht aan kunst in de openbare ruimte van Utrecht, zoals markante gebouwen, muurschilderingen, gedichten (o.a. de Letters van Utrecht) en bijzondere kunstwerken. Speciaal hiervoor schreven enkele leden van het Stadsdichtergilde gedichten, die ook te bewonderen zijn in het Stadskantoor. De tentoonstelling is gratis toegankelijk en tot 12 maart 2020 gedurende de openingstijden van het Stadskantoor (Stadsplateau 1 in Utrecht) te zien.









