Chanson du Départ

Op 4 juli 2015 ging de Tour de France van start in Utrecht. Op 5 juli 2015 zong een (bijna) 1000-koppig koor het Tour-peloton toe bij het verlaten van de stad, toen ze langs de Singel fietsten. Het Chanson du Départ werd geschreven door Ruben van Gogh en gecomponeerd door Bob Zimmerman.

CHANSON DU DÉPART

Of je in ons stadsje auto rijdt
De trein uit stapt, de Vecht op glijdt
Iedereen heeft iets, iedereen heeft iets‎
Iedereen heeft iets favoriets
Wij zijn geboren, praktisch geboren
Praktisch geboren op de fiets

Behind the dikes we all ride bikes‎
It’s typically Dutch and the one thing we like
How we love, how we love
How we love our bikes

Gaan je zijwielen er af
Fiets je heel je leven lang
Van je wieg tot aan je graf
Je eigen tour, een cirkelgang
Dus komt in ’t centrum van ons land
Het grootste wielerfeest tot stand
Dan gaan de mensen aan de kant
Ruim baan voor alle renners want

Le Tour, le Tour, le Tour de France
C’est toujours, toujours
Une belle chance
Pour mettre à jour
Notre amour
Pour les artistes, et les touristes,
Tous les cyclistes du Tour de France
Oui, les artistes, et les touristes,
Tous les cyclistes du Tour de France

Van kinds af aan, nog voor wij staan
Zie wij op straat al fietsen gaan
Maar zo vliegensvlug zijn we niet gewend
Wie weet zien wij ze nog terug
De Dom beklimmend, of langs de Singels
Of bovenin het klassement

Le Tour, le Tour, le Tour de France
C’est toujours, toujours
Une belle chance
Pour mettre à jour
Notre amour
Pour les artistes, et les touristes,
Tous les cyclistes du Tour de France
Oui, les artistes, et les touristes,
Tous les cyclistes du Tour de France‎

Ruben van Gogh

Namens het Utrechts Stadsdichtersgilde

Oversteek

Op 6 januari had er op de kruising Vredenburg/Catharijnesingel een verschrikkelijk ongeluk plaats tussen een jongetje van 6 en een stadsbus. Helaas is het niet goed afgelopen. Ruben van Gogh schreef onderstaand gedicht.

OVERSTEEK

Er was een schaduw en een fiets
Er gleed een leven naar het niets
Mijn God, er is toch nog wel iets?!

Een nagebleven kinderlach,
Een lichtstraal deze nieuwe dag
Die altijd op je vallen mag?!

Laat alle bussen blijven staan
Laat iedereen naar nergens gaan
Maar jij, m’n jongen, kom weer aan!

Ruben van Gogh

Eenzame uitvaart #19, Geen woorden voor

Utrecht, 27 december 2013, Milcho Georgiev, Enschede – Utrecht, december 2013.
Begraafplaats: Kovelswade, Utrecht
Dichter van dienst: Ruben van Gogh.

Het is derde Kerstdag. Vandaag gaan we Milcho Georgiev begraven. Er is weinig bekend. Hij is in Enschede geboren, direct bij de geboorte bleek dat hij zeer ernstig ziek was en is hij met spoed naar het UMC in Utrecht gebracht. Hier is hij kort daarna overleden. De ouders waren afkomstig uit Georgië en zijn direct nadat het kindje is overleden terug gegaan naar Georgië. Als dit bericht aan de vooravond van Kerst via de mail binnenkomt, komt het ook meteen binnen. Het drama is invoelbaar. Je zou eigenlijk alle dichters van Utrecht willen oproepen een gedicht te schrijven en te komen lezen aan zijn graf. Ik bel met de begrafenisondernemer en spreek af dat we er zullen zijn. Ruben heeft zich dan al gemeld als dichter van dienst. We verzamelen ons op Kovelswade, één van de oudere begraafplaatsen in Utrecht. We zijn met, naast de medewerker van de begraafplaats, Ruben als dichter van dienst, een humanist die vanuit zijn rol als uitvaartbegeleider gevraagd heeft een keer mee te mogen, en ik. Er zijn bloemen gekocht in de kleuren van Georgië, het land van zijn ouders, zijn achternaam. Als er een personenauto de begraafplaats op draait denk ik eerst nog aan een journalist die er lucht van heeft gekregen en, begrijpelijk, er bij wil zijn. Maar het is de begrafenisondernemer en de drager. We hadden er niet bij stil gestaan, maar een kind van één dag oud, dat is een heel erg kleine kist. Als de drager de kist tevoorschijn draagt, schrikken we er allemaal van. Zo klein. We lopen met z’n zessen naar de achterkant van Kovelswade. Daar is een apart veld voor het begraven van baby’s en kleine kinderen. De drager moet de kuil in stappen om het kistje daar goed neer leggen. Het is allemaal erg ongemakkelijk. Dan leest Ruben zijn gedicht:

ER WAREN GEEN WOORDEN VOOR JE
– voor Milcho
Er waren geen woorden voor je
toen je werd geboren — de wind
raasde nog de uren door waarin je vocht
voor je laatste ademtocht;
lang heeft het niet mogen duren.
Er zijn er vast wel die naar woorden
hebben gezocht, maar dat mocht niet
baten, ze moesten je achterlaten
in het leven; tot het einde ben je
zonder taal gebleven. Wat er aan verre klanken
werd geschreeuwd, raakte ondergesneeuwd
in de storm die niet wilde verbleken.
Nu regenen wat grijze wolken de wereld nat
en staan wij sprakeloos rond een gapend gat:
Moeder Aarde, noemen ze dat. Maar wie zegt er
nu nog lieveling, wie zingt de zoete woordjes
die moeders horen te zingen als hun kinderen
slapen gaan — en jij moet zo lang slapen.
Kon hier maar je vader of je moeder staan.
We zien een stille eeuwigheid aan
en fluisteren zelf dan maar die ene zin:
Lieveling, lieveling, lieveling.
Ruben van Gogh
27 dec 2013

Hij legt de tekst bij de kist. We staan allemaal stil en nemen om de beurt afscheid van Milcho. Dag Milcho.

Gedicht: Ruben van Gogh
Verslag: Nanne Nauta

Persoonsgebonden begeleiding

– bij het afscheid van Rinda den Besten

Rechttoe rechtaan beschouwd is deze stad
in vele regelgevingen gevangen,
na jaren weet je, zelf ook ouder, dat
de jeugd zo bezig is met haar verlangen

als een volwassene gezien te worden,
dat al die regels niks zijn dan een muur;
eroverheen moet het, als over horden
na het ontsteken van ‘t Olympisch vuur.

Bestaan met hindernissen en dat lint
erachter, als een einde, waar, oh bevrijding,
soms angstig en bedaagd, soms onverschrokken,

tenslotte iedereen een finish vindt
en wint, is kansloos zonder begeleiding;
natuurlijk bijna aan het oog onttrokken.

Ruben van Gogh
Utrechts Dichtersgilde

Peilloos

– bij het begin van 1 Voor de Verkiezing

In deze glazen arena waar de peilingen
als hyena’s met tandeloze bekken
rond stuiptrekkende kijkcijfers blijven
sluipen, terwijl de kiezers het liefst veilig
in hun warme nesten zouden kruipen,
doen de lijsttrekkers hun stinkende best
om ze nog iets lekkers voor te houden.

Niemand hapt meer toe, iedereen is al zo
moe van al dat kijken, dat de loze beloftes
als bleke slingers blijven prijken rond dat blok
aan hun been, dat ene blok van iedereen,
dat dieper en dieper de put in zinkt.

Is het goud wat daar tussen hun tanden blinkt?
Nee, het is het zwaard van Damocles
dat de lijsttrekkers bij de les zou moeten houden,
opdat zij zich niet snijden aan hun dubbele tong.

De waarheid valt niet te vermijden, knelt als soort
van wrong in hun strakke nekken, ze spreken
— ‘t is preken meer — voor eigen parochie. Ze willen
dat ene punt nog maken; maar creëren juist
die put, die nou net door hun had moeten gedicht,
en waarin peilloos diep die zwevende kiezer ligt.

Ruben van Gogh
1 voor de Verkiezing wordt de komende weken dagelijks om 23u live uitgezonden vanuit een glazen arena, die is opgebouwd op het plein voor Café de Rechtbank en het Utrechts Archief.

Olympische ringen

– bij de huldiging van de Utrechtse (para) olympische sporters

Er hebben klokken gelopen,
er zijn latten gelegd, sprongen
gemaakt, tijden gehaald,
tranen vergoten, kreten geslaakt,
medailles gewonnen, illusies
verloren. Iedereen hier is door
een eigen momentum
begeesterd geraakt.

Nu dat is geweest, staan we stil
bij tot hoe ver iedereen die wil
kan komen. Hoe stap voor stap,
of hink stap sprong, het grote dromen
ooit begon met vallen en weer
opstaan, keer op keer, want
wie meer wil kan dat alleen
met kleine stapjes halen.

Het uurwerk dat hier buiten nog
naar net begonnen is, is heel geschikt
voor die vooruitgang, tikt tik voor tik
met kleine tikjes de tijd weg
voor een toekomstig vuurwerk
waarmee wie jong is weer vooruit kan.

Het uur van nu wordt het vuur
voor morgen, waarin weer klokken
kunnen lopen, latten worden gelegd,
sprongen gemaakt, tijden gehaald,
tranen vergoten, kreten geslaakt.
Iedereen door een eigen momentum
weer begeesterd wordt geraakt.

Ruben van Gogh

Eenzame uitvaart #14

Op 2 januari j.l. overleed op 55 jarige leeftijd in ziekenhuis Diakonessenhuis de heer R.E. Boxman. Hij woonde op een troosteloos flatje aan de Berlagelaan in Hilversum, had geen partner, geen kinderen en was enigst kind. Dat is, naast zijn uitkeringsgegevens, dan ook alles wat er over hem bekend is.
Familie, vrienden en nabestaanden waren er niet, of niet traceerbaar, derhalve restte een eenzame uitvaart op 8 januari op begraafplaats Tolsteeg. Dichter van dienst was Ingmar Heytze.

– verslag: Ruben van Gogh

Vanaf het moment dat Bart FM Droog, in hoedanigheid van eerste stadsdichter te Groningen, het verzorgen van een gedicht bij onbezochte uitvaarten introduceerde, geldt de zogeheten Eenzame Uitvaart als morele plicht voor iedere stadsdichter. Utrecht doet het rustig aan: Ingmar Heytze gaat zijn tweede jaar als stadsdichter in, en dit is pas de eerste Eenzame Uitvaart sinds zijn aanstelling.

Ingmar en ik glibberen op deze witte, koude, vroege ochtend per fiets de stad door en bereiken met een flinke omweg begraafplaats Tolsteeg. Daar worden we opgewacht door de uitvaartleider van Tap-Ouwerkerk, vier dragers (studenten) en een medewerker van de begraafplaats. Even later, nadat de wagen is gearriveerd, lopen we achter de baar naar de laatste rustplaats voor dhr. Boxman.
Het is wit, het is koud. De begraafplaats ademt stilte. De zerken steken vanochtend nog nadrukkelijker dan anders uit met hun donkere tinten. Ingmar Heytze draagt zwarte kleding. Op sommige nieuwere stenen is een foto aangebracht van de overledene. Zij krijgen postuum alsnog nog een gezicht voor de toevallige bezoeker, die niet eens weet had van hun bestaan en heengaan. Wij lopen achter een gesloten kist, waarin een gezichtloze ligt: alles wat wij weten is zijn naam en daarmee weten wij al zoveel meer dan alle bezoekers na ons zullen weten.

Het graf ligt vlak tegen de Bokkenstraat aan; een serie eind 18e, vroeg 19e eeuwse huisjes in de jaren ’80 Bokkenbuurt. De voetspoortjes die we overal zien, bewijzen dat er ‘s nachts wel degelijk leven rondwaart langs de zerken.

Als de kist klaarligt om de diepte van het graf in te dalen, maken de dragers een buiging. Ingmar Heytze treedt uit het omringende wit toe om zijn gedicht te lezen. Een bizar tableau vivant: aan weerszijden van het graf staan nog de dragers, achter hen in het midden de medewerker van begraafplaats Tolsteeg en vooraan de uitvaartleider, en allen kijken zij Ingmar loodrecht aan.
Niettemin draagt Ingmar zijn gedicht onverstoorbaar en statig voor. Op het juiste moment ratelt in de verte een trein voorbij. Als we weer teruglopen wijst Ingmar me op de horizon, waarachter de zon voorzichtige pogingen doet te voorschijn te komen.
Dat zijn altijd de twee herinneringen die je bijblijven van een begrafenis, bedenk ik me: het weer en de geluiden. Verder raakt alles vergeten.

#

aangepaste dienstregeling

Bij de eenzame uitvaart van R.E. Boxman

Nu ben je weg. De grond is hard. Op de kist
sneeuwt het vraagtekens, altijd weer. Als ik iets
wist te zeggen zei ik dit: de wereld wordt wit,
ook zonder dat er iemand ademhaalt. Je ligt
hier hoe dan ook niet lang. Vandaag, morgen,
over een week komt de trein naar huis voorbij

langs dooiende sloten in schuine, bleke strepen
zon. Kun je daar niet op wachten? Bind ijzers
onder en kluun naar de singel, zoek een schaatser
op lage noren, haak aan als een schaduw over
het ijs. Wanneer ook dat niet gaat, blijf liever
hier, in deze aarde, nog stiller dan het leven

dat je achterliet en niemand weet waarom.
Ergens, matig ik me aan te denken, moet er iets
zijn misgegaan: vastgevroren wissels, reservevloot
niet winterklaar. Wat hindert het. Op een dag,
werd ons beloofd, is iedereen weer thuis. Stap
binnen. Sluit de deur. Kijk niet meer om.

08-01-2010, Ingmar Heytze

Naschrift

Enige tijd na de uitvaart ontving de dichter van dienst onderstaande mail. In onderling overleg met alle betrokkenen is afgesproken dit als naschrift te plaatsen:

geachte heer (noot van de webmaster: hier wordt Ingmar mee bedoeld), hiermee wil ik mijn innige dank uitspreken voor het gedicht “aangepaste dienstregeling” van uw hand en door u voorgedragen bij de uitvaart van dhr. ron boxman. toepasselijker had dhr. ron boxman niet neergezet kunnen worden. Het spijt mij evenwel vreselijk niet bij de uitvaart aanwezig te zijn geweest. dhr. ron boxman had zijn “lichaam ter beschikking van de wetenschap” gesteld en wat er daarna gebeurd is, daar hebben zijn vrienden en ik totaal geen weet van gehad.wil reilman

Eenzame uitvaart #13

I.M. A.J. Hoogeboom, 31-10-1942, Rotterdam — 19-12-2008, Utrecht

maandag 29 december 2008 op begraafplaats Tolsteeg te Utrecht.
Dichter van dienst: Vrouwkje Tuinman
Verslag: Ruben van Gogh

Op 19 december overleed op 66-jarige leeftijd de heer A.J. Hoogeboom in het UMC. Familie werd door het ziekenhuis, grote moeite ten spijt, niet gevonden, zodat hij op 24 december werd aangemeld voor een begrafenis op grond van de Wet op de Lijkbezorging.

Hij moet een zeer onplezierig persoon zijn geweest. Zijn ex-vrouw, waarvan hij in 1982 al scheidde, reageerde, toen zij door begrafenisondernemer werd ingelicht over het heengaan van de heer Hoogeboom, met de woorden: ‘Dan mag u mij feliciteren’. En repte verder ook namens zijn door hem getraumatiseerde stiefkinderen van: ‘Meer slaag dan eten.’ Zijn buren waren ‘blij dat hij eindelijk is opgerot.’ Ook iedereen die met naam en nummer stond vermeld in een van zijn twee mobiele telefoons reageerde uitermate afhoudend of opgelucht en was geenszins van plan naar zijn begrafenis te komen. De begrafenisondernemer had dit niet eerder zo rigoreus meegemaakt. Kortom: een authentieke eenzame uitvaart.

Het is nog stervenskoud om kwart voor tien. De baar staat klaar naast de Godzijdank verwarmde wachtruimte van begraafplaats Tolsteeg. Nanne Nauta komt aangefietst met een op maandagochtend bij een supermarkt nog aangetroffen bosje bloemen – een nagelaten kerstboeket met twee gouden ballen erin verwerkt. Toch nog toepasselijk voor iemand die zich bij leven had versierd met gouden kettingen, gouden ringen en gouden oorbellen en ongetwijfeld enkele kale kerstavonden zal hebben gevierd.

De opzichter van de begraafplaats is ook al aanwezig en als Vrouwkje Tuinman vanwege niet ingenomen astmamedicijnen zich buiten adem aandient is de wachtende partij gereed. We hebben zelfs nog even tijd de originele Escher-wandschildering in de aula te bekijken: een cirkel van naar het middelpunt toe kleiner wordende, en in een spiraal verdwijnende witte- en zwarte vissen.

Dan komen de begrafenisondernemers aanrijden met de kist. Deze wordt op de baar gezet en vervolgens naar het graf gereden.

Enkele graven verderop staat een man stil bij een recent begraven persoon. De man heeft een snor en draagt een muts met een groen hashblad-embleem. Hij zal de verdere korte plechtigheid aanschouwen met een blik die het midden houdt tussen gepaste afstand en opperste verbazing. Hij ziet de drie begrafenisondernemers en de opzichter met blote handen twee ijskoude metalen dragers aan de kist zetten en de kist vervolgens plaatsen op de takelconstructie boven het graf. Dan knikt een van de begrafenisondernemers naar Vrouwkje en spreekt de woorden: ‘Ben benieuwd wat je ervan hebt gebrouwen.’ Vrouwkje leest haar gedicht.

Veilige haven

Het anker op je huid, de armband, gouden tanden:

hoewel je ziek en mager bent zit alles op zijn plek.

Om je nek de schakels, langzaam bij elkaar gespaard.

En ringen in je oren. Ze zeggen dat je op het water

beter, verder, zien kunt met metalen extra ogen.

Je moet jezelf verzekeren. Goud bedriegt je niet.

Zelfs als je ziek en mager bent, mensen slechts nog weten

hoe je ze van je af geslagen hebt. De dingen die je hebt

gezegd. Nu zwijg je door je twee mobiele telefoons

en een gewone aan de muur want wie je nummer ziet

die neemt niet op. Je bent mager, ziek en alles wat je

bezit heb je gekocht. Je verzekert jezelf: het goud is trouw.

Het schittert aan je pols wanneer het anker zakt.

© 2008, Vrouwkje Tuinman

Er wordt nog een ‘Onze Vader’ gemompeld en dan zakt de kist met daarop het boeket met de twee gouden ballen de diepte in. Dat duurt langer en gaat dieper dan verwacht -als we denken: wat duurt dat lang en wat gaat dat diep, zitten we nog maar op de helft- er moet later nog een kist bovenop.

Een overledene die niet zal worden gemist ligt nu in de aarde, ver weg in de diepte, vlakbij staat nog steeds de man met een hash-embleem die dit korte tafereel tracht te doorgronden.

De begrafenisondernemers nodigen ons uit voor een kopje koffie in het nabijgelegen winkelcentrum. Daar horen wij van enkele andere bizarre begrafenissen die zij hebben geleid: van vrouwen die zich doodgevreten hebben, van mannen die zich doodgezopen hebben, van huizen waar ze door een kniehoge laag van lege bierblikjes moesten waden op zoek naar paperassen. En zeker: ze hoorden vaker van opluchting bij iemands heengaan, blijdschap zelfs, maar zo consequent en zo zonder uitzondering als bij de heer Hoogeboom is zonder precedent.

© 2008, Ruben van Gogh

Eenzame uitvaart #12

Stefano Maffeis, geboren op 3-8-1961 te Gazzaniga (It.) – overleden 2008 te Utrecht

Dichter van dienst: Ingmar Heytze

Verslag: Ruben van Gogh

Op 9 juli 2008 wordt Stefano Maffeis door een zwerver gevonden naast de A12, ter hoogte van het Bastionhotel. Hij is dood, dat is duidelijk: er is nog maar 10 kilo van hem over. Hij moet er maanden hebben gelegen. Stefano was 47 jaar, Italiaans van geboorte en leidde een zwervend bestaan. Meer is er niet van hem bekend.

Even wordt gedacht aan een misdrijf, waarbij het lichaam vanuit een auto over de vangrail zou kunnen zijn gedumpt. Maar de houding waarin het lichaam is aangetroffen en later onderzoek wijzen uit dat hij waarschijnlijk in zijn slaap is overleden. Hij lag op een matras en het leek er op dat hij langs deze verkeersader zijn laatste onderkomen had samengesteld.

Acht dagen later wordt hij begraven op begraafplaats Daelwijck, in de wijk Overvecht, tegen de ringweg aan. Er zijn geen nabestaanden: een eenzame uitvaart dus, met Ingmar Heytze als dichter van dienst.

Om negen uur in de ochtend fietsen Ingmar Heytze en ik vanuit het centrum langs de Vecht richting Daelwijck. Ingmar is in stemmig zwart gekleed, de lucht is grijs, de bomen en struiken zwaar groen. Onderweg kopen we een bosje witte bloemen. Het heeft iets toepasselijks dit bij een benzinestation te doen.

Bij de ingang van de begraafplaats staan al twee dragers klaar, later komen er nog twee bij en dan is het wachten op de wagen. Raar dat je in een dergelijke omgeving normale handelingen en gebeurtenissen met de nodige achterdocht beziet. Een vuilniswagen – wat doet die hier – die het terrein afrijdt, waarbij de dragers ineens als erehaag fungeren. Twee medewerkers die enkele afvalcontainers controleren op inhoud – zoeken zij iets – voordat zij deze een gebouw intrekken. Het neigt naar morbiditeit voor wie wacht op 10 kilo dood mens.

Dan komt de wagen aangereden, de uitvaartondernemer heeft een prachtige witte baard. De kist wordt uitgeladen en op de baar gezet, welke aansluitend naar de laatste rustplaats van Stefano wordt gereden. Veel tijd gaat er niet meer verloren. Dan komt de kist op een takelconstructie te staan, buigen de dragers even en verdwijnen weer, terwijl Ingmar zijn gedicht zeer fraai voordraagt.

PASSANTEN

In memoriam Stefano Maffeis, 1961-2008

Stefano, vannacht vloog ik over je geboortedorp,
waar vijfduizend zielen verblijven tussen onmogelijk
groene bergen. Jij trok daar via via vandaan, er moet
iets zijn geweest waardoor je liever verdween, later,
tussen matzwart asfalt en de loodgrijze hemel boven
een tongbrekend land. Ik vraag me af of je soms ging
toen ik passeerde op mijn zwarte Vespa, zoals altijd
met de dood in het hart onderweg naar een afslag.

Een mens verdwijnt niet na een vingerknip, als
een konijn in de hoed van een goochelaar (maar
dan achterstevoren) – het lijkt meer op het verval
van een beschaving, met achterlating van duidelijk
zichtbare restanten. Als het zo bedacht was, is
het mooi bedacht, verdwijnen naast een weg waar
alles altijd door blijft razen. Maar je laatste tien
kilo liggen voor me, gevonden door een passant,

genoeg voor een kleine vijfhonderd zielen van
eenentwintig gram. We zullen alles zo begraven
dat je niet meer terug hoeft naar de dalen
van Gazzanigo. We laten je gaan zonder grote
verhalen of weidse gebaren, Stefano, we laten
je gaan met je raadsels en je vreemde wegen,
we groeten je verlegen, als onzekere passanten
in een schaars verlichte tunnel door de nacht –
rust zacht.

© Ingmar Heytze, 2008

Op de achtergrond raast de ringweg ononderbroken, er staat een verdrietige vrouw bij een hartvormige grafsteen verderop en heel lichtjes vallen er enkele regendruppels, een voor een, nauwelijks genoeg om te zijn wat de Engelsen een slight drizzle noemen.

Als Ingmar zijn gedicht heeft voorgelezen, verdwijnt de kist langzaam naar beneden. In stilte, waar een geluid van piepen en knarsen toepasselijk was geweest bij dit beeld van langzaam en diep wegzakken.

De uitvaartondernemer, de opzichter, de dichter en de verslaglegger lopen terug naar de ingang en dan gaat ieder zijn weegs. Zo lang als Stefano langs de A12 heeft gelegen, zo kort is zijn laatste moment richting definitieve vergetelheid geweest. De ringweg blijft doorrazen, de economie draait en iedereen rijdt er aan voorbij.

Iemand ergens moet hem toch missen, houden Ingmar en ik ons voor.

@ verslag: Ruben van Gogh, 2008

Eenzame uitvaart #3

Utrecht – 19 december 2005

Vandaag had te Utrecht de eerste ‘echte’ Eenzame Uitvaart plaats. Het was de begrafenis van mevrouw Magdalena Martha Gruber. Mevrouw Gruber werd geboren te München op 10-08-1920. Ze heeft geen kinderen. Ze woonde sinds september 1964 in Utrecht. Haar twee in de 90 jarige zussen wonen nog altijd in München en kunnen niet aanwezig zijn bij de begrafenis. Mevrouw haar wens om op een katholieke begraafplaats te worden begraven is ingewilligd. Dichter van dienst is Ruben van Gogh.

NAAMGENOTEN

– voor Magdalena Martha Gruber (1920-2005)

Meer dan negenhonderd naamgenoten,
daar, waar u bent grootgebracht.

Werd het u te veel misschien,
dat u haast wel vertrekken moest,

neerstreek in deze Nederlandse stad
– of was het toch de liefde. Kinderen

zijn er niet; de telefoongids blijft steken
bij de naam van uw man – de lijn

is dood nu. Zijn naam zal ook verdwijnen,
zoals zoveel verdwenen is: de tijd, de tijd.

Zonder nazaat gaat de telefoon steeds
minder vaak over – vandaag zwijgen

zelfs uw verre zussen, laatste familie, tussen
meer dan negenhonderd naamgenoten.

dec. 2005
© 2005, Ruben van Gogh