Stadsgedicht, Ruben van Gogh 

 OVEREIND BLIJVEN 

Ruben van Gogh 

  • bij de Dutch Health Week Utrecht 2025 

Je hebt wat met jezelf te stellen:
je lijf dat altijd bij je blijft,
om van je geest nog maar te zwijgen,
voortdurend dringen zij zich aan je op.
Een dagtaak heb je eraan,
en dan de rust die je in acht moet nemen,
je zou er haast moe van worden. 

 

Ik had lang een lichaam dat voldeed,
een geest die mij voldoende bij kon benen.
Die balans is inmiddels wel verdwenen,
de samenhang voorgoed verstoord.
Moeizaam krabbel ik de dagen voort.
Waar anderen rennen, sporten en uren aaneen weten te werken 
aan een rijk, vervuld bestaan, hun lijven afgetraind,
voor iedereen op te merken,
moet ik mij met deze gedachte sterken:
Het is me allemaal om het even, 
zolang ik maar overeind blijf in dit leven  

 

Ruben van Gogh 

 

 

Stadsgedicht Jan van der Haar

Ter gelegenheid van de sterfdatum van de Utrechtse tekenaar en schrijver Dick Bruna (16 februari 2017) en van het feit dat hij tien jaar geleden zijn atelier aan de Jeruzalemstraat om gezondheidsredenen vaarwel moest zeggen, schreef gildemeester Jan van der Haar het volgende stadsgedicht:

Dick Bruna

Lieve Dick, je Nijntje bibbert kartonboekjes vol,
bestendigt tal van jonge kinderen. Ik maakte je
nooit mee in je atelier in de Jeruzalemstraat, wel
in de Engelenzang achter de bar met je vrouw
in een onverwoestbaar opgeruimde goede luim.

Op een zonnige middag bij het Ledig Erf deden
we tegelijk iets op de bus. We deden wat we leuk
vonden, konden leven van ons werk. We hoorden,
vatte jij samen, tot de categorie der bofkonten,
die zichzelf nog niet als afgedaan beschouwden.

Je krulsnor lijkt dat dankbaar te onderstrepen.

 

 

 

 

 

Stadsgedicht Els van Stalborch

Rouwen en vieren

Is er dan niets
dat rouwen lichter maakt
en het gemis iets minder
pijnlijk en te verdragen.
Je kunt gaan hollen en
de dagen vol, je kunt
deuren en ramen dicht,
maar het gemis sluit
je niet buiten,
het kruipt door kieren
in je huid.

Is er dan niets

Eerst rouwen nog de dagen,
de stilte is nog ver, maar na
korte tijd gaat leven door,
geen ster gaat je meer voor.

Is er dan niets

Misschien een glimlach
of een zacht gebaar,
een glinstering van hoop
waar samen meer dan
samen is en lichtjes in
de ogen en namen niet
alleen maar namen.
een krans van kaarsen
in de tijd, waar liefde
als de rode draad
wat was kan vieren en
niet verliezen kan.

Misschien is er dan iets

Els van Stalborch

Stadsgedicht Jan van der Haar

De savante van Utrecht

10 december 2024 kreeg ze een tegel
als eerbetoon. Geheel verdiend toch?
Ze tekende, schreef en zoop geweldig.
Dat is ons niet onopgemerkt gebleven.

Mij beval ze, met haar feestelijk verval,
ruïnes, gek genoeg engelen, oorlogen
en hun legerleider held Napoleon aan:
Je moet hard worden, snerpte Dirkje,

die me wederom haar klare wijn schonk.

Stadsgedicht Jan van der Haar

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van winkelcentrum Hoog Catharijne
(1973-2023) in Utrecht schreef Jan van der Haar eind 2023 onderstaand stadsgedicht:

Hoog Catharijne: 1973 – 2023

Hoog Catharijne lijkt een hippe meid van vijftig
jaar oud. Ze had aanvankelijk een verwoestende
uitwerking op haar omgeving, maar heeft die later
meer dan goed gemaakt. Ze straalt en is van alle
markten thuis als een gelifte winkeldochter – was
het grootste overdekte shoppingcenter van Europa.

Tienduizenden bezoekers onthaalt ze per dag, alleen
al omdat Utrecht Centraal als een herdershond naast
haar ligt. Maar dat Eden kende ook een twistappel:
in een tunnel klonterden koopgrage lieden bij elkaar
om te dealen met spuiten, sneeuw en halfjes bruin.
Hoog Catharijne put uit haar make-updoos. Taxi’s

wachten naast de grootste fietsenstalling van Europa.
HC verbeeldt ons oude continent aan de Mariaplaats.
Wij wensen haar over 50 jaar een mooi eeuwfeest toe!

Jan van der Haar

Stadsgedicht Alexis de Roode

Na vele jaren getouwtrek komt er nu toch een gebouw in Utrecht dat de competitie met de Dom wil aangaan: de 140 meter hoger woontoren MARK, van consortium KEES. Het complex bestaat uit drie flats en wat laagbouw en komt te staan in Leidsche Rijn. Alexis de Roode vindt het maar niks en schreef er een hekeldicht over dat ook in DUIC werd gepubliceerd.

 

Gebouw MARK. Van consortium KEES.

Aan de rand van de stad
komt nu een flat van 140 meter hoog,
die MARK moet heten. Zeker een hommage
aan het geestelijk gat dat dertien jaar ons land opvrat?

Na vier letters was de visie op.
MARK. Van KEES. LEEG. Een 140 meter hoge rekensom.
Een stapel bankbiljetten hoger dan de Dom.
Kees zette de computer aan en overwon.

Daar moet Utrecht straks trots op zijn:
betonplaten op elkaar stapelen,
dertig meter hoger dan het ragfijn staketsel van de Dom.
Zoveel zijn we opgeschoten in 640 jaar.

Indertijd bouwden we kathedralen,
singels, grachten van tijdloze schoonheid,
waarin de werkmanshand een ziel aanbracht.
Nu regeert het machinale.

Als je hoger dan de Dom wilt gaan,
doe dan iets wat er qua klasse naast kan staan.
Maar we krijgen drie flats op een rijtje.
Een goddeloos drie-eenheidje.

Dat moet dan “iconisch” heten.
Doen alsof het groen is bovenop
met een afgedankte kas, bomen in potten
en varens die langzaam de aarde vergeten.

De Dom, in diepe rouw,
kijkt straks uit op een 3D-geprint gebouw,
door en voor robots:
het Graf van de Onbekende Architect.

(Door computers werd hij genekt.)
Over Leidsche Rijn trekt een betonnen mist.
Ooit was bouwkunst kunst.
De Dom kijkt naar zijn kist.

 

Alexis de Roode

Stadsgedicht Els van Stalborch

Els van Stalborch maakte een stadsgedicht voor Stichting Troost en Stichting  Humanitas, rond het thema “Rouw en Vieren”. Haar gedicht werd op een poster gedrukt en was twee weken op een expo op het Domplein te zien. Zie hieronder de poster en het gedicht:

Wat is het toch
dat rouw zo eenzaam maakt
en moeizaam samen,
je hart staat op een kier
en niet gezien,
woorden hangen als
verdroogde bloemen
aan een lint, mengen zich
met liefde en met pijn.

Wat is het toch
dat dromen soms zo wakker zijn ,
verschoten beelden striemen
als kiezels in je mond,
het kaarsje dat je brandt
een stille vraag naar hoe,
een hand was geen land
om in te wonen,
er is geen weg terug.

Wat is het toch
dat liefde en gemis als vleugels
zijn en gaatjes prikken in je rug,
soms vlieg je naar de zon,
soms val je diep, soms
zingt een vogel de stilte
open en kun je vieren
wat is geweest en
wat nog is.

Els van Stalborch

Eenzame uitvaart van de heer Adrianus Robbie Stalp, 1946 – 2023

11 december 2023, St. Barbara, Utrecht

Dichter van dienst: Ruben van Gogh
Verslag: Alexis de Roode / Anne Broeksma
Met dank aan Rineke van Meteren.

GEEN BESTEMMING MEER
voor Adrianus Robbie Stalp, 07/4/1946 Bussum – 04/12/2023 Utrecht

De tachograaf van je leven geeft aan
dat de tijd gekomen is om voorgoed te rusten
Geen ritten meer langs verre kusten
Geen boeken die nog ongelezen wachten
Jarenlang bestond de door jou geziene
wereld zoals die zich ontvouwde voor je cabine,
zocht je je bestemming in gedachten,
hoewel je daar maar zelden over sprak.
In jezelf teruggetrokken, heet dat dan,
terwijl je zoveel grenzen overstak
overal en nergens thuis,
de sterrenhemel je vertrouwde dak.
Het rijden en rusten gingen zoals voorgeschreven,
zo verliep die etappe van je leven.
Er waren dieren en thuis je vriendin,
die tenslotte in een groot vergeten ook zichzelf vergat
en zo haar eindbestemming vond. Er waren twee
broers waar je geen contact mee had.
Toch was er nog een enkeling,
die met je tot het einde ging,
een laatste weg die op geen wegenkaart getekend staat,
maar die iedereen moet gaan.
Er waren nog obstakels op die weg,
maar je passeerde ze zoals je dat
wel vaker had gedaan
en kwam voor altijd aan.

 

VERSLAG

De Eenzame Uitvaart is vaak gelukkig iets minder eenzaam dan hij klinkt en dat is deze keer ook het geval. Behalve de uitvaartleider, drie medewerkers van de uitvaartonderneming, de dichter en de verslaggever blijken er zes kennissen en buurtgenoten van de overledene te zijn gekomen op deze grijze decemberdag waarop het gelukkig droog blijft. Het hart van het groepje buurtbewoners is mevrouw Rineke van Meteren, die nog het meest contact had met de overledene. Zij kende Rob Stalp via haar man, net als de heer Stalp eigenaar van een autobedrijf. Rineke van Meteren heeft dertig jaar ervaring in de thuiszorg en vanuit die ervaring stond ze de ex-collega van haar man een beetje bij. Wie zonder kind of kraai naar het einde toe moet, kan soms zomaar een engel op zijn pad vinden.

Rob Stalp was een grote dierenvriend. Hij had vroeger schapen en een herdershond gehad, en tot kort voor het einde nog een kat. Zijn beroep was eerst vrachtwagenchauffeur en later had hij een eigen autobedrijfje in Portengen (bij Kockengen). Hij wist en las veel: boeken in het Engels over allerlei onderwerpen, over de wereld, over dieren. Van Europa had hij als vrachtwagenchauffeur ook veel gezien. Hij zat vol verhalen, maar over emoties praatte hij niet. Het was een koppige man die het liefst zweeg over problemen.

Familie zag meneer Stalp niet meer. Hij had twee broers gehad die hij waarschijnlijk al tientallen jaren niet meer sprak. Wel had hij lange tijd een vriendin gehad waarmee hij samenwoonde. Zij werd drie jaar geleden voor zijn overlijden helaas dement en kwam in een verzorgingshuis terecht. Meneer Stalp vond het maar niks dat ze daar zat en had het gevoel dat het ten onrechte was.

In de laatste zeven maanden van zijn leven kreeg meneer Stalp prostaatkanker en problemen met zijn hart. Hij zweeg hierover, deed liever alsof het niet bestond. Rineke van Meteren ging met hem mee naar het ziekenhuis en zat bij de gesprekken met de artsen. De behandelingen sloegen helaas niet aan. Hij besloot daarom op een gegeven moment te stoppen met de behandeling en verder te leven. Op den duur moest hij op krukken gaan lopen, omdat zijn benen het begaven.

Ongeveer een maand voor zijn overlijden merkte mevrouw Van Meteren dat zijn huis wel erg vervuild raakte en dat hij minder goed voor zichzelf kon zorgen. De thuiszorg kwam wel bij hem langs, maar leek erg weinig te doen. In die tijd ging de kat dood en de heer Stalp zei op zeker moment door de telefoon dat de dode kat nog gewoon in huis lag en dat hij honger had. Rineke schrok van wat ze aantrof en schakelde snel de instanties in, die hem uit het huis haalden en overbrachten naar het hospice Careyn.

Dankzij het ingrijpen van Rineke van Meteren heeft Rob Stalp nog zo’n anderhalve week netjes verzorgd in Careyn kunnen zitten, voor hij stierf. In die laatste periode ging zij nog een keer samen met een vriendin bij hem op bezoek, ze hadden een hond meegenomen. Die hond was meteen gek op meneer Stalp, die er zelf ook helemaal van opleefde. Hij kwam overeind en werd door de hond gelikt. Niet lang daarna is hij overleden.

Als het moment van de teraardebestelling is gekomen, heet de uitvaartleider van St. Barbara, Ronald van Overbeek, de aanwezigen welkom en vraagt of iemand nog iets wil zeggen. Op dat moment komt er een hele stoet brandweerwagens voorbij rijden, minutenlang horen we alleen de sirenes van de brandweer, als een laatste eresaluut. Daarna neem Ruben van Gogh, de dichter van dienst, het woord en draagt zijn gedicht voor. De dragers laten de kist neer en de aanwezigen kunnen ter afscheid langs de groeve lopen, er eventueel nog een handje aarde in werpen. Daarmee is de plechtigheid ten einde. Bij de uitgang van de begraafplaats praten de buurtgenoten nog eventjes na.

Stadsgedicht Karin Lachmising

Karin Lachmising schreef in november 2023 een gedicht over de grondwet, bij de campagne ‘Iedereen aan zet met de grondwet’.

De grondwet bestaat 175 jaar en dit werd in november gevierd in Utrecht met de start van de campagne ‘Iedereen aan zet  met de grondwet’. De campagne heeft tot doel de Nederlandse jeugd, in de leeftijdscategorie van 9 tot 13 jaar, meer bewust te maken van de Nederlandse grondwet. De campagne  voor de kinderen draagt  bij aan het vergroten van hun betrokkenheid en het in gesprek gaan over onze grondwet:

* de rechten die er in staan;
* een artikel waarvan je vindt dat het erin moet;
* waarom artikel 1 het eerste en heel belangrijke artikel van deze grondwet is, met haar nieuwste toevoeging: “Discriminatie op basis van de seksuele geaardheid of beperking is verboden”.
Het project is een initiatief van Artikel 1 Midden Nederland en stichting Vreedzaam.

Stadsgedicht van Ruben van Gogh

Tijden het evenement ¨25 jaar Cultuur in 25 jaar Leidsche Rijn¨ kreeg Riek Bakker, die als rijksbouwmeester tekende voor het ontwerp en realisatie van Leidsche Rijn. de Zilveren Stadsmedaille uitgereikt uit handen van burgemeester Sharon Dijksma. Ruben van Gogh van het Utrechts Stadsdichtersgilde schreef voor die gelegenheid het stadsgedicht Leidsche Rijn 25 jaar, welke aan de ruim 200 bezoekers werd uitgedeeld