• Home
  • Over het Gilde
  • De dichters
    • Hanneke van Eijken
    • Ruben van Gogh
    • Jan van der Haar
    • Baban Kirkuki
    • Karin Lachmising
    • Fred Penninga
    • Els van Stalborch
    • Erelid: Ingmar Heytze
  • Stadsgedichten
  • Projecten
  • Utrecht en Eenzame Uitvaart

Stadsgedicht Anne Broeksma

Op 6 augustus 2023 droeg Anne Broeksma haar stadsgedicht voor Joke Smit voor. Joke Smit speelde een belangrijke rol bij het aanjagen van de Tweede Feministische Golf eind jaren zestig (bekend van o.m. het essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’) en ter ere van haar 90e verjaardag (als ze niet al in 1981 overleden was) werd er een gevelsteen voor haar onthuld op het Joke Smitplein. Anne is sinds kort trotse bewoner van het plein en droeg haar gedicht voor in het bijzijn van feministe Hedy D’ancona, burgemeester Sharon Dijksma, familie van Joke Smit en pleingenoten.

 

Zonder Joke Smit

er zit een meisje in de geschiedenis opgesloten
zwart-wit staart ze uit haar raam
en droomt van groene vlekken op een kaart
van dansen, zingen, drinken
ze wil de hele wereld in haar lijf
laten weerklinken
weet nog niet dat ze straks vrouw zal zijn
en gevangen daar gelijk aan staat

kon ik haar maar uit het antieke kamertje schudden
zodat ze weg kan sluipen uit de idealen van een ander
die haar binden aan materie, huizen
geen kans alleen te zijn met boeken
wat heldere gedachten, eigen geluiden

ze zit me dwars, ’s nachts voel ik haar onrustig woelen
omdat ik precies dat meisje was
als ik in het Nederland van vóór Joke Smit
ter wereld was gekomen
de geschiedenis is een universum
vol gebroken meisjesdromen

Anne Broeksma

 

Foto’s door Jim Terlingen

Eenzame uitvaart van dhr. Willem van Kampen (1944 – 2023)

13/9/23, St. Barbara, Utrecht

Dichter van dienst: Jan van der Haar
Verslag: Dorien Dijkhuis

Van cijfers naar letters

9: Uw achternaam telt negen letters. U bent negenenzeventig
geworden. Uw huisnummer was 54, opgeteld dus negen.
Veel meer is niet te rekenen op deze numerologische
wijze, maar we weten weinig over u. Wat zegt de negen?
Die is krachtig, ruimdenkend, sociaal en heel veel moois,
die wordt gesymboliseerd door brons en door dolfijnen.
U woonde in een fraaie flat die in 2005 werd opgeleverd in
Leidsche Rijn. U was toen eenenzestig. U koos ervoor
te leven in een jonge nieuwbouwbuurt met heel veel jeugd.
Daar trok u zich aan op, daar werd u blij van en daar keek u
graag naar. Met uw halfzus in Amsterdam was de relatie niet
best. En verder zullen er geen vrienden komen op uw uitvaart.
De weinigen zijn al dood: het resultaat van hoge ouderdom.
Uw begin, waarnaar werd uitgezien, staat niet in verhouding tot
uw einde. Dat zich jammerlijk voordeed in het kleinste kamertje
van het huis. Het is alsof je in Pompeï in de as wordt verrast door
de uitbarsting van de Vesuvius, door archeologen wordt ontdekt.
De mensen van de thuiszorg hebben u netjes gewassen, opgebaard.
En nu zwaaien wij, een klein kuddeke, u uit: Behouden vaart…

//

Op maandagmiddag komt er een mailtje binnen van Barbara Uitvaart: in Leidsche Rijn is op 8 september meneer Willem van Kampen overleden. Er is niet veel over hem bekend. De thuiszorg, die ’s ochtends voor een dichte deur stond, had de politie ingeschakeld. Na forcering van de deur troffen agenten meneer van Kampen dood aan op het toilet. Voor zover uitvaartondernemer Alice Rijnhout heeft kunnen nagaan is er geen partner en zijn er geen kinderen. Van de thuiszorg heeft ze vernomen dat er een halfzus in Amsterdam is, maar dat meneer van Kampen geen contact met haar had. Het zal dus een Eenzame Uitvaart worden.

Er is, zoals bijna altijd met Eenzame Uitvaarten, weinig tijd. Jan van der Haar, die zich gemeld heeft als Dichter van Dienst, gaat direct met het gedicht aan de slag. Ik reis via Google Streetview door de Edmond Audranstraat, de straat waar meneer van Kampen woonde, in de hoop een glimp van zijn interieur op te vangen of misschien zelfs van hem zélf. Met de tijdfunctie op Google Maps kan ik reizen in de tijd. In oktober 2009 is het grootste deel van deze wijk nog weiland. De flat van Wim van Kampen staat er dan al wel. Met reuzenpassen sjees ik naar het heden. In sneltreinvaart verrijzen huizen, flats en straten. Op de recentste beelden, van vorige zomer, ligt de Edmond Audranstraat zinderend in de zon. Spiegelende ramen, dor gras, blikkerende autodaken. Geen mens op straat. Iedereen schuilt tegen de hitte. Op één van de opritten een klein meisje in zomerjurk met step. Hier woonde meneer van Kampen, een heer op leeftijd alleen, in een nette flat met kindertekeningen van krijt op de gevel.

Jan denkt dat Wim van Kampen niet echt eenzaam was. Waarom zou je er op je eenenzestigste ánders voor kiezen in Leidsche Rijn te gaan wonen, een nieuwbouwwijk die barst van de jonge gezinnen met kinderen? Het is op de een of andere manier een troostrijke gedachte: er komt dan misschien niemand op zijn begrafenis en hij was dan misschien wel alleen, maar dat is iets anders dan eenzaam.

Op woensdagochtend 13 september schijnt de zon. Gelukkig, want er was na een volle week zomer regen voorspeld voor vandaag. En als er iets is dat een eenzame uitvaart nog triester maakt dat hij al is, is het slecht weer. De vier studenten in pak die de kist zullen dragen, wachten aan weerszijden van de poort op de begrafenisauto. Vogels fluiten in de bomen. St. Barbara baadt in het licht.

Als de auto met de blankhouten kist arriveert, gaat Alice Rijnhout voorop. Achter de auto volgen de dragers en Jan en ik sluiten de rij. De dragers tillen de kist uit de auto. Daarna lopen we achter de kist aan naar het veldje waar we al zo vaak zijn geweest: het ‘armenveldje’ zonder grafstenen, met plastic naambordjes die uit de aarde steken alsof ze de namen van exotische bomen in een hortus botanicus aangeven. Ik kijk af en toe om in de hoop iemand te zien die toch nog afscheid komt nemen. Maar het pad blijft leeg.

De dragers manoeuvreren de kist boven het graf, draaien een kwartslag en buigen eerbiedig voordat ze het veld verlaten. Jan leest zijn gedicht voor. Over het leven en de levendigheid waar meneer van Kampen ongetwijfeld van hield en over de eenzaamheid die ons aller lot is, wanneer het ons ‘gegeven’ is zo oud te worden als hij.

Ik leg een witte kurkumabloem op de kist, bij de twee rode rozen van de uitvaartondernemer. Achter de bomen en hagen die de begraafplaats omzomen, raast het verkeer over de Biltstraat en Waterlinieweg. Hier stilte, daar reuring. Daar leven, hier dood.

Een bij vliegt aan en strijkt neer op een van de rozen. Het is alsof ze een laatste groet brengt aan meneer van Kampen. Wanneer ze opstijgt en terugvliegt naar de bijenkasten die ergens in het groen rond de begraafplaats staan opgesteld, wordt de kist langzaam in het graf neergelaten. Ik gooi een schep zand op de kist. Dof ploft het op de houten deksel. Ook Jan schept wat zand. Dan lopen we terug naar de uitgang en praten nog even na met uitvaartondernemer Alice.

De dragers, die hun statige pakken en hoeden inmiddels hebben verruild voor spijkerbroeken en T-shirts, springen op hun fietsen, rijden de poort door, de weg op, de stad in.

 

Stadsgedicht Fred Penninga

MEDEMENSEN

De geschiedenis herschrijven, dat is één.
Stop met recht te praten wat zó krom is
laat helden publiekelijk hun glans verliezen.
Erken dat er gestolen rijkdom rond de Dom is.

De geschiedenis gedenken, dat is twee.
Zodat de herinnering aan onrecht,
onderdrukking en slavernij niet wegzakt.
Luister als iemand de keiharde waarheid zegt.

De geschiedenis heeft toekomst, dat is drie.
Leer over vluchten en verzet, hoe dat was
en nog steeds is en dus verandering eist!
Slaafgemaakten? Medemensen, helder als glas.

 

Fred Penninga
Lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde

 

Geschreven bij het monument voor het Slavernijverleden van Utrecht

Het beeld (Vlucht en verzet)
Beeldend kunstenaar patricia kaersenhout

Stadsgedicht Hanneke Van Eijken

Derkje

 

in de ochtend wakker worden en beseffen
ze zijn er allemaal nog
maar buiten breken de dagen als glas

de sleutel in je hand voelen
de lakens binnen halen bij miezer
haren invlechten, soep koken
de gordijnen sluiten voor het geluid van laarzen
die stampen en knerpen op de laan

het leven steek voor steek losgetrokken zien worden
door een woede die niemand begrijpt
alles valt uiteen in kleine delen
ook voor wie weet hoe alle moleculen elkaar vasthouden

je lacht tegen de grijze lucht
op de foto in je tuin

het licht op je stoep
trekt grove lijnen, een loper naar je huis

April 2023

Hanneke van Eijken
Utrechts Stadsdichtersgilde

World poetry day

 

 

Gedicht voor de verkiezingen provinciale staten en waterschappen 2023

 

Verzamelaar

Een stem krult zich op tot een rode stip
als de ochtendzon over een sneeuwlandschap
met hekjes, slootjes, een kudde schapen
graast aan de randen van je zicht

 met ingevouwen vleugels, als bloembladen
landt het papier
op de stemmen onder zich, tot weer een nieuwe stem
een nieuwe stem toedekt

draagt een vraag
of een stilte met zich mee
soms is er trots, woede, een roep

en jij waakt over de stemmen
de verzamelaar van fluisteringen
je stapelt nieuwe dagen tot het buiten donker is

 

Hanneke van Eijken
Utrechts Stadsdichtersgilde

RECTIFICATIE

In de fraai vormgegeven Utrechtse Gedichtenkrant (een initiatief
van het Utrechts Stadsdichtersgilde) is een storende tikfout
in het gedicht van gildelid Jan van der Haar geslopen.
Hieronder het gedicht in de oorspronkelijke tekst.

’s Heeren dreven
 

De fijndruppelige heiigheid viel over
onze silhouetten en het Utrechts land-
schap, dat over een bejaarde hoop grijs-
tinten bleek te beschikken en veel lucht.
Voor we de Beukenburgerlaan in liepen
hoorden we een boomsnoeier snerpen.

De takken lagen ingetogen op de grond.
Links, weer grijs en bomen verder, zagen
we ditmaal kleine pronte vogelbolletjes
bij elkaar: ik dacht aan winterkoninkjes.
We lachten om de bezige mollen rechts
van ons, die niet uitgegraven raken en

onvermoeid als wij hun weg vervolgen.

Jan van der Haar

Stadsgedicht Baban Kirkuki

Dit gedicht is geschreven na aanleiding van een artikel in de krant DUIC; Utrechters mogen aankomende jaarwisseling vuurwerk afsteken; verbod laat op zich wachten.


Middernacht

Wensen ontvlammen in de lucht, een denkbeeldig vuurwerk,
waar iedereen aan mag deelnemen.

Onschadelijk vuurwerk waarvan het licht naar verre sterren
reist en niet na een paar seconden wordt uitgedoofd.

Laat de dieren het nieuwjaar niet beleven als één nacht oorlog,
elke knal die wordt afgevuurd schrikt hen natuurlijk op.

De lucht is al bijna verstikt door CO2, de aarde smacht naar verademing
bij verwelkoming van een nieuw jaartal. Maak het milieu niet ziek.

Volmaak het nieuwe jaar met de natuur, een boom bloesemt
voornemens, de natuur verbindt ons meer dan het asfalt.

De stad is je grote huis, waar je in vele straten een geschiedenis hebt geschreven,
hij straalt, we moeten zijn schoonheid niet verminken.

Een jaar wordt afgestreept, daar kan je niets meer aan veranderen
slechts herinneringen kunnen het verleden jaar afspelen als een virtuele reis.

Het aftellen doet je opkijken, de stad geeft jou haar mooiste gezicht.

Eenzame Uitvaart van mevrouw F.G. Zwart van den Meersche (1942 – 2022) Sint Barbara, 3 december 2022

Eenzame Uitvaart van mevrouw F.G. Zwart van den Meersche (1942 – 2022)

Sint Barbara, 3 december 2022
Dichter van dienst: Ruben van Gogh
Verslag: Dorien Dijkhuis

 

Verschrikkelijk weinig

We staan hier bijeen helemaal aan het begin
van een eindeloos verschiet — u bent alleen,

uw drie kinderen wilden niet meer van u weten
(of kunnen dat niet), en uw man is bezig

alles in de wereld om hem heen te vergeten,
beseft misschien niet eens dat hij u volgen zal.

Het leven is een tranendal, wordt er soms gezegd
en in uw geval (of voor uw kinderen) misschien

ook wel terecht. U was al dood, maar lag nog lang
te wachten of iemand u nog missen zou, uw zus

wellicht, maar niemand kwam, of wist er van,
uw telefoon bleef stil, verloor bereik en raakte leeg.

Het leven dat u achterliet zweeg, maar nu voorgoed,
en wij weten ook niet hoe het verder moet.

Het beste is dat wij u dan maar niet vergeten, hoe
verschrikkelijk weinig we ook van uw leven weten.

Ruben van Gogh

 

Ik hoopte dat het erop zat voor 2022. Dat we we alle eenzame uitvaarten voor dit jaar zouden hebben gehad en dat er in onze stad dus niemand meer zou sterven die het ontbreekt aan nabestaanden en geliefden die aan het graf een woord van afscheid kunnen uitspreken.
Wishful thinking. Ruben belt. Dat kan maar één ding betekenen: een Eenzame Uitvaart.

Het is donderdagochtend. De begrafenis is morgenochtend al, om half tien. We hebben nooit genoeg tijd om erachter te komen wie iemand was: om informatie te vinden die de dichter van dienst in staat stelt een op maat gemaakt gedicht te schrijven en daarmee een monument op te richten voor een uniek en onherhaalbaar mensenleven. Maar deze keer is het wel héél erg kort: nog geen 24 uur.

Gelukkig is er íets om op te varen: we hebben een naam, een woonplaats een leeftijd, gegevens over familieleden. Mevrouw Zwart van den Meersche woonde in Ermelo. Later deze maand zou ze tachtig zijn geworden. Ze overleed in het UMC Utrecht nadat ze daar vorige week om onbekende redenen werd opgenomen. De begrafenisondernemer spoorde drie kinderen op die zonder uitzondering aangaven geen contact te willen en niks met de begrafenis te maken wilden hebben. En: er is een dementerende echtgenoot in een verzorgingstehuis, maar op doktersadvies mag hij niet naar de uitvaart komen.

We zetten de vraag voor een gedicht uit in de dichtersappgroep, maar er is natuurlijk niemand die op zo korte termijn tijd heeft om een gedicht te schrijven. Even vrees ik dat ik er dan zelf aan moet geloven. Het is dubbel: een gedicht schrijven voor een Eenzame Uitvaart is voor mij het meest waardevolle dat ik als dichter kan doen, maar tegelijkertijd is er altijd de angst dat het niet goed genoeg wordt, dat het monument dat ik voor iemands leven met mijn woorden opricht niet mooi genoeg is en tekort schiet. Mijn opluchting is dus groot als Ruben aangeeft het gedicht te willen schrijven. ‘Er zweven al wat woorden in mijn hoofd’, appt hij en gaat aan de slag. Vier uur later ploft het gedicht in mijn mailbox. Mooi, raak en troostrijk.

Het is half tien als de begrafenisauto het hek van Sint Barbara doorrijdt. Het is koud. Op de fiets naar de begraafplaats joeg de koude wind de tranen uit mijn ogen. Vier jonge dragers tillen de kist vanuit de auto op de baar en begeleiden hem achter begrafenisondernemer Ronald van Overbeek van Barbara Uitvaartverzorging aan naar het veldje waar we inmiddels al zo vaak zijn geweest: het ‘armenveld’ zonder stenen, links achteraan. Ruben en ik sluiten de rij.

Elke Eenzame Uitvaart is schrijnend. Al die verhalen die erachter schuilgaan: ze zijn telkens anders, maar altijd is er sprake van eenzaamheid. En meestal is die eenzaamheid niet bewust door de gestorvene gekozen. Ik denk aan het leven van mevrouw Zwart van den Meersche. Ze lag vier dagen in het mortuarium en er kwam niemand langs. Er zijn kinderen. Er is mogelijk een zus. Wat gebeurt er in een mensenleven? Wat gebeurt er in families dat mensen zo van elkaar verwijderd raken? ‘Wreed om je moeder zo in de steek te laten’, zei iemand die ik er gisteren over sprak. Maar zo zwart-wit is het natuurlijk nooit. Elk verhaal heeft twee kanten. En ongetwijfeld is er aan beide kanten sprake van pijn en eenzaamheid. Ik denk aan mevrouws’ echtgenoot. Zou hij haar missen nu ze niet meer op bezoek komt? Heeft hij nog weet van begrippen als gemis, liefde en dood?

Het achterste veldje, waar ik halverwege 2021 als mede-coördinator van de Eenzame Uitvaart Utrecht voor de eerste keer een Eenzame Uitvaart bijwoonde en dat destijds — pas anderhalf jaar geleden — nog lang niet ‘vol’ lag, is dat nu wél. We slaan af naar het pad ernaast, waar mevrouw Zwart de derde is die er in de zwarte aarde zal worden neergelaten. Meestal kijken we tijdens een Eenzame Uitvaart steels over onze schouder om te zien of er misschien tóch nog mensen komen. Deze keer weten we vrijwel zeker dat dat niet het geval zal zijn. Er zijn mensen die niet willen, er zijn mensen die niet kunnen en er zijn ongetwijfeld ook mensen die niet wéten van haar dood.

De dragers manoeuvreren de kist boven het graf. Ruben legt vier rozen op de kist, drie witte en een rode en leest zijn gedicht. Dan wordt de kist neergelaten. Ronald van Overbeek spreekt de wens uit dat mevrouw Zwart van den Meersche mag rusten in vrede. Ik pak wat vochtige aarde en gooi het op het blanke hout in het gat. Ook ik hoop dat ze mag rusten in vrede. En ik hoop ook dat dit voor 2022 de laatste keer is geweest dat we iemand uitgeleide uit het leven doen, omdat er niemand anders is.

Dorien Dijkhuis

Eenzame Uitvaart 4 augustus 2022

Eenzame Uitvaart van Robbert Kok (1947 – 2022)
Sint Barbara, 4 augstus 2022

Dichter van dienst: Jan van der Haar
Verslag: Dorien Dijkhuis

 

Houd Moedig Stand

 Van sportvereniging HMS supportte je het voetbal.
Je ging in Overvecht vaak naar wedstrijden en je
trakteerde na afloop op menig rondje. Want je was
gul, je hart was groter dan je lichaam dat er toch
ook mocht wezen. Levensgevaarlijk was je liefde –
nee, een vrouw en kinderen heb je nooit bezeten –
de scooter waar je graag mee toerde door het land,
als je uitgewerkt was als huismeester bij Concordia,
kreeg een ongeluk en je raakte slecht ter been, je
moest verhuizen en verloor de lopende contacten.
Je had uiteindelijk één huisvriend en het asielhondje
dat je Sendi noemde. En een grote verrassing en
geluk was het weerzien met je oude buurvrouw
in het revalidatiecentrum. Ze was erg op je gesteld.
Ze noemde je Rob, de medebewoners noemden jou
Meneer Koude Melk. Want je hield moedig stand.
Je was een hartelijke, vriendelijke sportliefhebber.
Je was een innemende man van de witte motor.

 

Jan van der Haar

 

Vrijdagmiddag krijgen we het verzoek van de gemeente voor een gedicht tijdens de uitvaart van Robbert Kok, een 74-jarige man die is overleden op de revalidatieafdeling van verzorgingshuis De Parkgraaf. De begrafenis zal de week erna zijn, op donderdag. Uitvaartleider Enid Schagen van PCB Uitvaartzorg heeft de bewindvoerder van meneer Kok gesproken. Hij was nog niet lang cliënt, dus veel wist hij niet over meneer Kok te vertellen. Behalve dat hij van zonnebloemen hield en dat er een huisvriend is met wie geprobeerd is contact op te nemen. Of hij naar de uitvaart komt, is nog niet zeker.

Ik bel het revalidatiecentrum en word hartelijk te woord gestaan door de receptioniste die me doorverbindt met de verpleegafdeling op de derde verdieping waar Robbert Kok sinds februari woonde. Een zorgmedewerkster die hem in de laatste weken heeft verzorgd, vertelt me dat hij een lieve man was. Dat hij dol was op melk en bij de medebewoners bekend stond als Meneer Koude Melk. Heel veel meer weet ze ook niet, ze kende hem nog niet lang. Of hij van zonnebloemen hield, kan ze niet beamen. Maar als ik vanmiddag even terug kan bellen, dan is Marian aan het werk. Zij heeft hem langer verzorgd en was bovendien lange tijd zijn buurvrouw.

Marian vertelt honderduit over haar oude buurman. Er spreekt genegenheid uit. Rob, zoals ze hem noemt, was een lieve hartelijke man. Gul en genereus. Hij hield erg van voetbal en ging ’s zomers graag toeren met zijn scooter om dan onderweg ergens een uitsmijter te eten. Door een scooterongeluk raakte hij op een gegeven moment slecht ter been en moest verhuizen naar Harmelen. Zo raakte hij zijn contacten uit Overvecht een beetje kwijt en werd zijn wereldje steeds kleiner. Marian was blij dat ze hem na al die jaren bij toeval terugzag toen hij opgenomen werd in het revalidatiecentrum waar ze werkte. Hij heeft het niet gezegd, maar ze denkt wel dat het wederzijds was. Of hij van zonnebloemen hield? Niet dat ze weet. Wel van zijn hondje, Sendi. Die haalde hij jaren geleden uit het asiel toen hij haar buurman nog was in Overvecht. Gek was hij op dat beestje. Zelf vindt ze het rot dat ze niet bij de uitvaart kan zijn. Ze moet werken en in de vakantieperiode is het lastig diensten ruilen.
Ik bel Jan om de dingen te vertellen die ik te weten ben gekomen zodat hij een gedicht op maat kan schrijven voor Robbert Kok.

De uitvaart is op donderdagochtend om half tien. Ik wil vóór die tijd een zonnebloem kopen bij de bloemenkraam tegenover de ingang van Sint Barbara. Maar de stal is dicht. Vakantiesluiting. Dus loop ik met lege handen de begraafplaats op. Jan is er al. Vrijwel direct daarna komen Enid Schagen en de begrafenisauto met de kist de poort door. Enid is het gelukkig wél gelukt een zonnebloem te pakken te krijgen. Traag lopen we achter de auto aan. Twee van de vier dragers doen het waarschijnlijk voor het eerst. Het gaat smetteloos, maar een beetje onwennig en ze worden gesouffleerd door de langste van het stel die duidelijk veel ervaring heeft.

Op het pad kijken we soms achterom om te zien of er nog iemand aansluit: de huisvriend die Enid had gesproken en gezegd had te zullen komen, iemand anders die Robbert Kok heeft gekend. Maar niemand volgt ons. Alleen de rode kater van Sint Barbara trippelt over het grindpad, duikt tussen de struiken en is dan verdwenen.

Als de dragers de kist boven het graf gemanoeuvreerd hebben en zich hebben teruggetrokken heet Enid welkom, zegt kort iets over meneer Kok en geeft dan het woord aan Jan die zijn gedicht leest op de stille begraafplaats. Enid legt de zonnebloem (die de tuinman speciaal voor haar uit de tuin van Sint Barbara heeft gesneden, zo blijkt later) op de kist. Als de kist is afgedaald gooi ik bij gebrek aan bloem ten afscheid een handje zand in het graf. Dan lopen we zwijgend terug naar de uitgang.

Halverwege het pad komen ons twee mensen tegemoet. Met allebei een zonnebloem. Het is de huisvriend in het bijzijn van een vrouwelijke metgezel. Ja, ze stellen er prijs op als we mee terug gaan naar het graf en de ’dienst’ nog eens over doen. Dus Enid heet welkom en leidt in. En dan leest Jan opnieuw het gedicht.

Het is vreemd om twee keer afscheid van iemand te nemen, maar ook mooi. Omdat het de tweede keer heel anders voelt: veel minder eenzaam en verloren. Ditmaal is het gedicht niet alleen voor Robbert Kok, maar ook voor iemand die van hem gehouden heeft, iemand die verdriet heeft, iemand die hem mist.
Op de fiets naar huis zie ik wat ik op de heenweg niet zag: ze groeien in gemeenteperken, tuinen, parken en tegen gevels. Utrecht barst in augustus van de zonnebloemen.

 

Dorien Dijkhuis

< 1 2 3 4 5 >»

Het Gilde inschakelen?

Het Utrechts Stadsdichtersgilde bestaat in 2023 uit 10 professionele dichters. Naast de Stadsgedichten die in opdracht van de gemeente worden geschreven of voor de Eenzame Uitvaart, schrijft het Gilde ook regelmatig gedichten voor andere opdrachtgevers in Utrecht. Indien u de stad of een specifieke gebeurtenis wilt verrijken met een gedicht op maat, kunt u altijd contact opnemen met het Gilde. U bent vrij om een dichter van uw keus rechtstreeks te benaderen, maar indien u niet goed weet welke dichter bij u past, kunnen wij voor u bemiddelen. In bijzondere gevallen zal het gedicht gefinancierd kunnen worden uit het budget voor Stadsgedichten, in andere gevallen kan een passende vergoeding afgesproken worden. De tarieven voor een gedicht op maat zijn afhankelijk van de aard van de opdracht en de dichter die deze uitvoert.
Contact:
editor(at)stadsdichtersgilde(punt)nl.

Volg ons ook op Facebook:
www.facebook.com/stadsdichtersgilde.

Nieuw op de site

  • Eenzame Uitvaart: gedicht Jan van der Haar – verslaag: Fred Penninga
  • Eenzame uitvaart: gedicht Jan van der Haar – verslag Fred Penninga
  • Stadsgedicht, Ruben van Gogh 
  • Eenzame Uitvaart, Jan van der Haar 
  • Stadsgedicht Jan van der Haar

Onze Schrijvers

Recente stadsgedichten:

  • Eenzame Uitvaart: gedicht Jan van der Haar – verslaag: Fred Penninga
  • Eenzame uitvaart: gedicht Jan van der Haar – verslag Fred Penninga
  • Stadsgedicht, Ruben van Gogh 
  • Eenzame Uitvaart, Jan van der Haar 
  • Stadsgedicht Jan van der Haar

Lees gedichten van:

  • Alexis de Roode
  • Baban Kirkuki
  • editor/webmaster
  • Ruben van Gogh

Soorten gedichten

  • Nieuws/optredens
  • Stadsgedichten
  • Utrecht en Eenzame Uitvaart

↑

© 2016 Alle rechten voorbehouden - webdesign: Elephant sees Elephant