Stadsgedicht Els van Stalborch

Els van Stalborch maakte een stadsgedicht voor Stichting Troost en Stichting  Humanitas, rond het thema “Rouw en Vieren”. Haar gedicht werd op een poster gedrukt en was twee weken op een expo op het Domplein te zien. Zie hieronder de poster en het gedicht:

Wat is het toch
dat rouw zo eenzaam maakt
en moeizaam samen,
je hart staat op een kier
en niet gezien,
woorden hangen als
verdroogde bloemen
aan een lint, mengen zich
met liefde en met pijn.

Wat is het toch
dat dromen soms zo wakker zijn ,
verschoten beelden striemen
als kiezels in je mond,
het kaarsje dat je brandt
een stille vraag naar hoe,
een hand was geen land
om in te wonen,
er is geen weg terug.

Wat is het toch
dat liefde en gemis als vleugels
zijn en gaatjes prikken in je rug,
soms vlieg je naar de zon,
soms val je diep, soms
zingt een vogel de stilte
open en kun je vieren
wat is geweest en
wat nog is.

Els van Stalborch

Eenzame uitvaart van de heer Adrianus Robbie Stalp, 1946 – 2023

11 december 2023, St. Barbara, Utrecht

Dichter van dienst: Ruben van Gogh
Verslag: Alexis de Roode / Anne Broeksma
Met dank aan Rineke van Meteren.

GEEN BESTEMMING MEER
voor Adrianus Robbie Stalp, 07/4/1946 Bussum – 04/12/2023 Utrecht

De tachograaf van je leven geeft aan
dat de tijd gekomen is om voorgoed te rusten
Geen ritten meer langs verre kusten
Geen boeken die nog ongelezen wachten
Jarenlang bestond de door jou geziene
wereld zoals die zich ontvouwde voor je cabine,
zocht je je bestemming in gedachten,
hoewel je daar maar zelden over sprak.
In jezelf teruggetrokken, heet dat dan,
terwijl je zoveel grenzen overstak
overal en nergens thuis,
de sterrenhemel je vertrouwde dak.
Het rijden en rusten gingen zoals voorgeschreven,
zo verliep die etappe van je leven.
Er waren dieren en thuis je vriendin,
die tenslotte in een groot vergeten ook zichzelf vergat
en zo haar eindbestemming vond. Er waren twee
broers waar je geen contact mee had.
Toch was er nog een enkeling,
die met je tot het einde ging,
een laatste weg die op geen wegenkaart getekend staat,
maar die iedereen moet gaan.
Er waren nog obstakels op die weg,
maar je passeerde ze zoals je dat
wel vaker had gedaan
en kwam voor altijd aan.

 

VERSLAG

De Eenzame Uitvaart is vaak gelukkig iets minder eenzaam dan hij klinkt en dat is deze keer ook het geval. Behalve de uitvaartleider, drie medewerkers van de uitvaartonderneming, de dichter en de verslaggever blijken er zes kennissen en buurtgenoten van de overledene te zijn gekomen op deze grijze decemberdag waarop het gelukkig droog blijft. Het hart van het groepje buurtbewoners is mevrouw Rineke van Meteren, die nog het meest contact had met de overledene. Zij kende Rob Stalp via haar man, net als de heer Stalp eigenaar van een autobedrijf. Rineke van Meteren heeft dertig jaar ervaring in de thuiszorg en vanuit die ervaring stond ze de ex-collega van haar man een beetje bij. Wie zonder kind of kraai naar het einde toe moet, kan soms zomaar een engel op zijn pad vinden.

Rob Stalp was een grote dierenvriend. Hij had vroeger schapen en een herdershond gehad, en tot kort voor het einde nog een kat. Zijn beroep was eerst vrachtwagenchauffeur en later had hij een eigen autobedrijfje in Portengen (bij Kockengen). Hij wist en las veel: boeken in het Engels over allerlei onderwerpen, over de wereld, over dieren. Van Europa had hij als vrachtwagenchauffeur ook veel gezien. Hij zat vol verhalen, maar over emoties praatte hij niet. Het was een koppige man die het liefst zweeg over problemen.

Familie zag meneer Stalp niet meer. Hij had twee broers gehad die hij waarschijnlijk al tientallen jaren niet meer sprak. Wel had hij lange tijd een vriendin gehad waarmee hij samenwoonde. Zij werd drie jaar geleden voor zijn overlijden helaas dement en kwam in een verzorgingshuis terecht. Meneer Stalp vond het maar niks dat ze daar zat en had het gevoel dat het ten onrechte was.

In de laatste zeven maanden van zijn leven kreeg meneer Stalp prostaatkanker en problemen met zijn hart. Hij zweeg hierover, deed liever alsof het niet bestond. Rineke van Meteren ging met hem mee naar het ziekenhuis en zat bij de gesprekken met de artsen. De behandelingen sloegen helaas niet aan. Hij besloot daarom op een gegeven moment te stoppen met de behandeling en verder te leven. Op den duur moest hij op krukken gaan lopen, omdat zijn benen het begaven.

Ongeveer een maand voor zijn overlijden merkte mevrouw Van Meteren dat zijn huis wel erg vervuild raakte en dat hij minder goed voor zichzelf kon zorgen. De thuiszorg kwam wel bij hem langs, maar leek erg weinig te doen. In die tijd ging de kat dood en de heer Stalp zei op zeker moment door de telefoon dat de dode kat nog gewoon in huis lag en dat hij honger had. Rineke schrok van wat ze aantrof en schakelde snel de instanties in, die hem uit het huis haalden en overbrachten naar het hospice Careyn.

Dankzij het ingrijpen van Rineke van Meteren heeft Rob Stalp nog zo’n anderhalve week netjes verzorgd in Careyn kunnen zitten, voor hij stierf. In die laatste periode ging zij nog een keer samen met een vriendin bij hem op bezoek, ze hadden een hond meegenomen. Die hond was meteen gek op meneer Stalp, die er zelf ook helemaal van opleefde. Hij kwam overeind en werd door de hond gelikt. Niet lang daarna is hij overleden.

Als het moment van de teraardebestelling is gekomen, heet de uitvaartleider van St. Barbara, Ronald van Overbeek, de aanwezigen welkom en vraagt of iemand nog iets wil zeggen. Op dat moment komt er een hele stoet brandweerwagens voorbij rijden, minutenlang horen we alleen de sirenes van de brandweer, als een laatste eresaluut. Daarna neem Ruben van Gogh, de dichter van dienst, het woord en draagt zijn gedicht voor. De dragers laten de kist neer en de aanwezigen kunnen ter afscheid langs de groeve lopen, er eventueel nog een handje aarde in werpen. Daarmee is de plechtigheid ten einde. Bij de uitgang van de begraafplaats praten de buurtgenoten nog eventjes na.

Stadsgedicht Karin Lachmising

Karin Lachmising schreef in november 2023 een gedicht over de grondwet, bij de campagne ‘Iedereen aan zet met de grondwet’.

De grondwet bestaat 175 jaar en dit werd in november gevierd in Utrecht met de start van de campagne ‘Iedereen aan zet  met de grondwet’. De campagne heeft tot doel de Nederlandse jeugd, in de leeftijdscategorie van 9 tot 13 jaar, meer bewust te maken van de Nederlandse grondwet. De campagne  voor de kinderen draagt  bij aan het vergroten van hun betrokkenheid en het in gesprek gaan over onze grondwet:

* de rechten die er in staan;
* een artikel waarvan je vindt dat het erin moet;
* waarom artikel 1 het eerste en heel belangrijke artikel van deze grondwet is, met haar nieuwste toevoeging: “Discriminatie op basis van de seksuele geaardheid of beperking is verboden”.
Het project is een initiatief van Artikel 1 Midden Nederland en stichting Vreedzaam.

Stadsgedicht van Ruben van Gogh

Tijden het evenement ¨25 jaar Cultuur in 25 jaar Leidsche Rijn¨ kreeg Riek Bakker, die als rijksbouwmeester tekende voor het ontwerp en realisatie van Leidsche Rijn. de Zilveren Stadsmedaille uitgereikt uit handen van burgemeester Sharon Dijksma. Ruben van Gogh van het Utrechts Stadsdichtersgilde schreef voor die gelegenheid het stadsgedicht Leidsche Rijn 25 jaar, welke aan de ruim 200 bezoekers werd uitgedeeld

 

Stadsgedicht Anne Broeksma

Op 6 augustus 2023 droeg Anne Broeksma haar stadsgedicht voor Joke Smit voor. Joke Smit speelde een belangrijke rol bij het aanjagen van de Tweede Feministische Golf eind jaren zestig (bekend van o.m. het essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’) en ter ere van haar 90e verjaardag (als ze niet al in 1981 overleden was) werd er een gevelsteen voor haar onthuld op het Joke Smitplein. Anne is sinds kort trotse bewoner van het plein en droeg haar gedicht voor in het bijzijn van feministe Hedy D’ancona, burgemeester Sharon Dijksma, familie van Joke Smit en pleingenoten.

 

Zonder Joke Smit

er zit een meisje in de geschiedenis opgesloten
zwart-wit staart ze uit haar raam
en droomt van groene vlekken op een kaart
van dansen, zingen, drinken
ze wil de hele wereld in haar lijf
laten weerklinken
weet nog niet dat ze straks vrouw zal zijn
en gevangen daar gelijk aan staat

kon ik haar maar uit het antieke kamertje schudden
zodat ze weg kan sluipen uit de idealen van een ander
die haar binden aan materie, huizen
geen kans alleen te zijn met boeken
wat heldere gedachten, eigen geluiden

ze zit me dwars, ’s nachts voel ik haar onrustig woelen
omdat ik precies dat meisje was
als ik in het Nederland van vóór Joke Smit
ter wereld was gekomen
de geschiedenis is een universum
vol gebroken meisjesdromen

Anne Broeksma

 

Foto’s door Jim Terlingen

Eenzame uitvaart van dhr. Willem van Kampen (1944 – 2023)

13/9/23, St. Barbara, Utrecht

Dichter van dienst: Jan van der Haar
Verslag: Dorien Dijkhuis

Van cijfers naar letters

9: Uw achternaam telt negen letters. U bent negenenzeventig
geworden. Uw huisnummer was 54, opgeteld dus negen.
Veel meer is niet te rekenen op deze numerologische
wijze, maar we weten weinig over u. Wat zegt de negen?
Die is krachtig, ruimdenkend, sociaal en heel veel moois,
die wordt gesymboliseerd door brons en door dolfijnen.
U woonde in een fraaie flat die in 2005 werd opgeleverd in
Leidsche Rijn. U was toen eenenzestig. U koos ervoor
te leven in een jonge nieuwbouwbuurt met heel veel jeugd.
Daar trok u zich aan op, daar werd u blij van en daar keek u
graag naar. Met uw halfzus in Amsterdam was de relatie niet
best. En verder zullen er geen vrienden komen op uw uitvaart.
De weinigen zijn al dood: het resultaat van hoge ouderdom.
Uw begin, waarnaar werd uitgezien, staat niet in verhouding tot
uw einde. Dat zich jammerlijk voordeed in het kleinste kamertje
van het huis. Het is alsof je in Pompeï in de as wordt verrast door
de uitbarsting van de Vesuvius, door archeologen wordt ontdekt.
De mensen van de thuiszorg hebben u netjes gewassen, opgebaard.
En nu zwaaien wij, een klein kuddeke, u uit: Behouden vaart…

//

Op maandagmiddag komt er een mailtje binnen van Barbara Uitvaart: in Leidsche Rijn is op 8 september meneer Willem van Kampen overleden. Er is niet veel over hem bekend. De thuiszorg, die ’s ochtends voor een dichte deur stond, had de politie ingeschakeld. Na forcering van de deur troffen agenten meneer van Kampen dood aan op het toilet. Voor zover uitvaartondernemer Alice Rijnhout heeft kunnen nagaan is er geen partner en zijn er geen kinderen. Van de thuiszorg heeft ze vernomen dat er een halfzus in Amsterdam is, maar dat meneer van Kampen geen contact met haar had. Het zal dus een Eenzame Uitvaart worden.

Er is, zoals bijna altijd met Eenzame Uitvaarten, weinig tijd. Jan van der Haar, die zich gemeld heeft als Dichter van Dienst, gaat direct met het gedicht aan de slag. Ik reis via Google Streetview door de Edmond Audranstraat, de straat waar meneer van Kampen woonde, in de hoop een glimp van zijn interieur op te vangen of misschien zelfs van hem zélf. Met de tijdfunctie op Google Maps kan ik reizen in de tijd. In oktober 2009 is het grootste deel van deze wijk nog weiland. De flat van Wim van Kampen staat er dan al wel. Met reuzenpassen sjees ik naar het heden. In sneltreinvaart verrijzen huizen, flats en straten. Op de recentste beelden, van vorige zomer, ligt de Edmond Audranstraat zinderend in de zon. Spiegelende ramen, dor gras, blikkerende autodaken. Geen mens op straat. Iedereen schuilt tegen de hitte. Op één van de opritten een klein meisje in zomerjurk met step. Hier woonde meneer van Kampen, een heer op leeftijd alleen, in een nette flat met kindertekeningen van krijt op de gevel.

Jan denkt dat Wim van Kampen niet echt eenzaam was. Waarom zou je er op je eenenzestigste ánders voor kiezen in Leidsche Rijn te gaan wonen, een nieuwbouwwijk die barst van de jonge gezinnen met kinderen? Het is op de een of andere manier een troostrijke gedachte: er komt dan misschien niemand op zijn begrafenis en hij was dan misschien wel alleen, maar dat is iets anders dan eenzaam.

Op woensdagochtend 13 september schijnt de zon. Gelukkig, want er was na een volle week zomer regen voorspeld voor vandaag. En als er iets is dat een eenzame uitvaart nog triester maakt dat hij al is, is het slecht weer. De vier studenten in pak die de kist zullen dragen, wachten aan weerszijden van de poort op de begrafenisauto. Vogels fluiten in de bomen. St. Barbara baadt in het licht.

Als de auto met de blankhouten kist arriveert, gaat Alice Rijnhout voorop. Achter de auto volgen de dragers en Jan en ik sluiten de rij. De dragers tillen de kist uit de auto. Daarna lopen we achter de kist aan naar het veldje waar we al zo vaak zijn geweest: het ‘armenveldje’ zonder grafstenen, met plastic naambordjes die uit de aarde steken alsof ze de namen van exotische bomen in een hortus botanicus aangeven. Ik kijk af en toe om in de hoop iemand te zien die toch nog afscheid komt nemen. Maar het pad blijft leeg.

De dragers manoeuvreren de kist boven het graf, draaien een kwartslag en buigen eerbiedig voordat ze het veld verlaten. Jan leest zijn gedicht voor. Over het leven en de levendigheid waar meneer van Kampen ongetwijfeld van hield en over de eenzaamheid die ons aller lot is, wanneer het ons ‘gegeven’ is zo oud te worden als hij.

Ik leg een witte kurkumabloem op de kist, bij de twee rode rozen van de uitvaartondernemer. Achter de bomen en hagen die de begraafplaats omzomen, raast het verkeer over de Biltstraat en Waterlinieweg. Hier stilte, daar reuring. Daar leven, hier dood.

Een bij vliegt aan en strijkt neer op een van de rozen. Het is alsof ze een laatste groet brengt aan meneer van Kampen. Wanneer ze opstijgt en terugvliegt naar de bijenkasten die ergens in het groen rond de begraafplaats staan opgesteld, wordt de kist langzaam in het graf neergelaten. Ik gooi een schep zand op de kist. Dof ploft het op de houten deksel. Ook Jan schept wat zand. Dan lopen we terug naar de uitgang en praten nog even na met uitvaartondernemer Alice.

De dragers, die hun statige pakken en hoeden inmiddels hebben verruild voor spijkerbroeken en T-shirts, springen op hun fietsen, rijden de poort door, de weg op, de stad in.

 

Stadsgedicht Fred Penninga

MEDEMENSEN

De geschiedenis herschrijven, dat is één.
Stop met recht te praten wat zó krom is
laat helden publiekelijk hun glans verliezen.
Erken dat er gestolen rijkdom rond de Dom is.

De geschiedenis gedenken, dat is twee.
Zodat de herinnering aan onrecht,
onderdrukking en slavernij niet wegzakt.
Luister als iemand de keiharde waarheid zegt.

De geschiedenis heeft toekomst, dat is drie.
Leer over vluchten en verzet, hoe dat was
en nog steeds is en dus verandering eist!
Slaafgemaakten? Medemensen, helder als glas.

 

Fred Penninga
Lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde

 

Geschreven bij het monument voor het Slavernijverleden van Utrecht

Het beeld (Vlucht en verzet)
Beeldend kunstenaar patricia kaersenhout

Stadsgedicht Hanneke Van Eijken

Derkje

 

in de ochtend wakker worden en beseffen
ze zijn er allemaal nog
maar buiten breken de dagen als glas

de sleutel in je hand voelen
de lakens binnen halen bij miezer
haren invlechten, soep koken
de gordijnen sluiten voor het geluid van laarzen
die stampen en knerpen op de laan

het leven steek voor steek losgetrokken zien worden
door een woede die niemand begrijpt
alles valt uiteen in kleine delen
ook voor wie weet hoe alle moleculen elkaar vasthouden

je lacht tegen de grijze lucht
op de foto in je tuin

het licht op je stoep
trekt grove lijnen, een loper naar je huis

April 2023

Hanneke van Eijken
Utrechts Stadsdichtersgilde

Gedicht voor de verkiezingen provinciale staten en waterschappen 2023

 

Verzamelaar

Een stem krult zich op tot een rode stip
als de ochtendzon over een sneeuwlandschap
met hekjes, slootjes, een kudde schapen
graast aan de randen van je zicht

 met ingevouwen vleugels, als bloembladen
landt het papier
op de stemmen onder zich, tot weer een nieuwe stem
een nieuwe stem toedekt

draagt een vraag
of een stilte met zich mee
soms is er trots, woede, een roep

en jij waakt over de stemmen
de verzamelaar van fluisteringen
je stapelt nieuwe dagen tot het buiten donker is

 

Hanneke van Eijken
Utrechts Stadsdichtersgilde