Eenzame Uitvaart: gedicht Jan van der Haar – verslaag: Fred Penninga
Gedicht bij de Eenzame Uitvaart van Peter Ouwinga (12-11-1968, Roden – 15-12-2025, Utrecht,
Waarom wil iemand zich bekwamen in de vechtsport
om het dan op te nemen tegen onschuld? Niemand
die het wist. Jijzelf het allerminst. Om na te denken
na een leven lang verlokkingen en verslavingen. Om
te luisteren naar de geestelijke en zijn boeken. Na
de ruwe bolster, nu de blanke pit. Je huisgenoten zagen
je excelleren in de volleybalwedstrijden, hoorden je
liefde voor muziek: Who’s bad? proefden culinaire zin,
bedachten in je baar een kerstengeltje en een knuffel.
Soms doet ons leven iets stoms, om het op zijn pootjes
terecht te laten komen, met structuur, gezelschap en al.
Je laatste woorden luidden dat je je aan het einde van je
leven thuis hebt kunnen voelen. En je wist: ik word gemist.
Jan van der Haar
Maandagochtend 22 december, 2025, 9.30u, begraafplaats Barbara te Utrecht. De dag begint helder en veelbelovend: vliegtuig-condensstrepen kruisen zonbeschenen boven de zerken. Een handvol in grijze pakken gestoken studenten staat klaar bij de ingang, dragers voor de Eenzame Uitvaart van Peter Ouwinga (12-11-1968, Roden – 15-12-2025, Utrecht, overleden aan een hersentumor Naast de dragers zijn aanwezig: dichter van dienst Jan van der Haar, ondergetekende, als verslaglegger, een medewerker van begraafplaats Barbara, de uitvaartondernemer en twee mannen die een documentaire over de Eenzame Uitvaart gaan maken en ter voorbereiding daarvan een dergelijke uitvaart wilden bijwonen. Een volgende uitvaart zijn zij er wellicht bij voor opnames. De documentaire zal grotendeels opgehangen worden aan de eerste stadsdichter van Groningen: Bart F.M. Droog, die, in deze hoedanigheid, het initiatief nam voor de Eenzame Uitvaart, waarbij een dichter een gedicht schrijft en voordraagt bij een uitvaart van gemeentewege , waarbij “niemand anders en anders niemand” aanwezig zal zijn. Een initiatief dat begon in Groningen, publicitair groot werd in Amsterdam en navolging vond in enkele andere steden, waaronder Utrecht. Naast de beweegredenen van Droog, willen zij als voorbeeld een Eenzame Uitvaart in Utrecht volgen. Om alvast een idee te krijgen hoe dat dan gaat, waren zij deze maandag aanwezig. Het was een beladen gebeurtenis die veel indruk maakte. Dat is wel vaker het geval bij dergelijke uitvaarten, wat deze uitvaart onderscheidt van veel andere eenzame uitvaarten, is dat er behoudens de’ functioneel betrokkenen’ niemand anders bij aanwezig is. Doorgaans duikt er toch wel ineens een enkele kennis, betrokkene, of buurtgenoot op. Ook liggen er nu geen bloemen op de kist, vaak zorgt de uitvaartondernemer voor een bescheiden bloemstuk of bosje. Zo niet bij deze uitvaart. Wellicht dat er een zekere ongemakkelijkheid was betreffende de overledene. Meneer woonde in de Van der Hoeven kliniek in Utrecht. Daar was hij vrijwillig opgenomen en werkte mee aan zijn behandeling en was van goede wil, zo was hij al een paar keer met verlof geweest. Hij woonde met 10 man in een woongroep op afdeling Vrouwjutten 2. Hij lag goed in de groep en leek een vriendelijke man, als je moeite voor hem deed en door zijn pantser wist te breken. Na zijn jonge jaren vol schaak- en vechtsport, volgde een eenzaam geleid leven met alcohol en andere verslavende middelen en – naar het zich laat aanzien – een of meer zedendelicten. Hij wist zich in de woongroep niettemin tot een graag geziene medebewoner te maken die het fijn vond voor iedereen te koken. Met zijn moeder had hij geen contact meer, zijn broer heeft hij alleen nog op zijn sterfbed in het stadshospice gesproken. Misschien dat zijn huisgenoten voor hem als surrogaatfamilie fungeerden: zij hebben blijken van genegenheid in zijn kist achtergelaten: een knuffel en een engeltje. Voor hen werd deze dag een afscheidsdienst gehouden in de kliniek. De laatste woorden van Ouwens waren geweest dat hij zich eindelijk thuis had gevoeld en dat hij wist dat hij gemist zou worden. Jan van der Haar wist deze achtergrond fraai te verwerken in zijn gedicht, dat hij – toegehoord door het kleine gezelschap en de eeuwigheid – op heldere wijze voorlas bij het vers gedolven graf, vervolgens zakte de kist met deze indringende geschiedenis de vergetelheid in en ging een ieder weer zwijgzaam zijn weegs, een tikkeltje aangeslagen, dat wel.
Verslaag: Fred Penninga

