Eenzame Uitvaart van Corrie Buist-van Baggem
(Utrecht, 21/7/1959 – Utrecht, 28/7/2026).
Gedicht: Jan van der Haar
Verslag: Ruben van Gogh
Uw element
Aarde. Die geviel u zwaar. Zelfs zo dat u er niet naar
terug wilde. Ook al grapte u fel: Zet me maar bij het
grof vuil. U had de dieren hoger zitten.
Lucht. U ademde zwaar. U leed aan COPD door levens-
lang te roken. U had veel weg te blazen en ik hoor u schor
uitroepen op zijn Utrechts: Aaaach, jochieeeee.
Water. U was een innemende vrouw. U dronk als een dorstige
woestijn. Het overlijden van uw man zorgde daar mede voor.
Hij hield uw angsten en paniekaanvallen in toom.
Vuur. U liep zich het vuur uit de sloffen in de thuiszorg. U heeft
veel aanstekers versleten. U wilde per se niet begraven maar
gecremeerd en uw laatste wens wordt ingewilligd.
Eeuwigheid. U bent inmiddels aangekomen in – hoe zullen we het
noemen – een dimensie waar geen levend wezen iets van weet.
Ik hoop dat u er in uw element bent en vooral gelukkig.
Jan van der Haar
Op maandag 3 augustus, 12,30u – het loopt tegen de 30 graden Celsius – vindt op begraafplaats St Barbara, te Utrecht, de eenzame uitvaart plaats van Corrie Buist-van Baggem, een crematie deze keer. Mevrouw was sinds 20 – 25 jaar weduwe, had geen kinderen en er waren verder ook geennabestaanden, vandaar dat haar verzoek tot crematie bij hoge uitzondering ingewilligd kon worden; een eenzame uitvaart betreft doorgaans een ter aarde bestelling van de overledene.
Mevrouw was gedurende haar arbeidsleven werkzaam in de thuiszorg, maar kende ook een lange periode van roofbouw op haar lichaam, ze rookte en dronk hartstochtelijk Toen haar man overleed maakte ze een slechte periode door, vol angsten en paniekaanvallen, die resulteerden in straatvrees. Dankzij haar man had zij die angsten en paniek altijd enigszins weten te pareren. Uiteindelijk terechtgekomen in verzorgingstehuisRosendael wist zij haar sigarettenverslaving te beëindigen en zich geliefd te maken bij het verzorgend personeel, waarvan twee jonge dames waren gekomen om persoonlijkafscheid te nemen. Zij verhaalden van vrolijke contactmomenten en een zwaar Utrechtse tongval. Ze waren duidelijk op haar gesteld. Ook haar grote voorliefde voor huisdieren werd gememoreerd. De jarenlange roofbouw op haar lichaam had geleid tot COPD, met hart- en nierfalen daarbovenop. De hittevan de afgelopen periode, gaf haar ten slotte het laatste zetje.
Omdat het een crematie betreft, verlopen de gebruikelijke plechtigheden op andere wijze: zo zijn er geen dragers bij, de kist wordt gemakkelijk vanuit de lijkwagen overgeschoven op de baar met wielen. We lopen ook niet naar het wat achteraf gelegen gedeelte van de begraafplaats die is gereserveerdvoor begrafenissen van gemeentewege, maar het gezelschap bestaande uit ondergetekende als verslaglegger, dichter van dienst Jan van der Haar, de uitvaartleidster van Uitvaartzorg PCB, de chauffeur van de wagen en een begraafplaatsmedewerker van st Barbara, volgen onder klokgelui de baar op een route naar het crematoriumgebouwtje, de twee dames die haar persoonlijk hebben gekend rijden zelf de baar en brengen haar zo naar haar laatste rustplaats. Het gebouwtje bestaat uit weinig meer dan een soort halletje waar een draagconstructie voor de kist in staat, onduidelijk in de gauwigheid tezien of de kist horizontaal of naar beneden de oven in zal gaan. Het is verwarrend warm binnen, alsof het vuur te voelen valt, maar dat kan ook van de hitte en zonneschijn buiten komen. De kist schuift soepel van de baar op de draagconstructie in het halletje. Dan deelt een van de twee dames nog enkeleherinneringen aan Corrie. Vervolgens is het woord aan Jan, die zijn gedicht op kalme wijze voordraagt, niet in de open lucht met vogelgeluiden en het verkeergeruis van de Waterlinieweg op de achtergrond, zoals gebruikelijk, maar binnen de intieme, aandachtige stilte van dit gebouwtje. Dat is alles. Een knik van de uitvaartleidster maakt duidelijk dat de kist niet in ons bijzijn de oven in zal gaan . Toch anders dan een reguliere eenzame uitvaart, waarbij we de kist uiteindelijk in het graf zien zakken en zelfs eventueel nog een handje aarde op de kist kunnen gooien, als laatste groet. Onder een brandendezon lopen we terug naar het parkeerplaatsje bij de uitgang, waar we afscheid nemen van elkaar, iedereen moet weer door naar het zijne of het hare.
Ruben van Gogh

