Eenzame uitvaart 14 februari 2022

Eenzame Uitvaart 14 februari

Dichter van dienst: Jan van der Haar
Verslag: Dorien Dijkhuis

 

Geen rococo

U heeft zich weinig willen laten kennen.
U droeg een bril om de wereld te zien.
Dat de wereld u bekeek stond u niet aan.
Ik ken uw naam, maar niet veel meer.

U werd als Renée Schwarz geboren
op 8 oktober 1949 in Wenen: een lief
klein meisje dat veel gehuild heeft.
U was daarin een baby als alle anderen.

U bent groot geworden, volwassen, maar
u bleef klein van postuur. U emigreerde
van Oostenrijk naar Utrecht, woonde in
een vesting aan het Smakkelaarsveld.

Er was één iemand die u na stond en als
contactpersoon fungeerde toen u op kamer
4 lag in het hospice. Na uw dood trok die
zich terug. Uw dossier mocht niet geopend.

Familie had u niet en u wilde geen rococo.
U wilde geen uitgeleide uit het hospice.
U was klein, maar wilde zich groot houden.
U was flink en sterk en stelde daar eer in.

U heeft uw leven geleid zoals u dat wilde.
Toen de dood onafwendbaar bleek, heeft
u zich grootmoedig overgegeven, maar niet
dan na zelf het moment ervoor te kiezen.

Op 10 februari 2022 bent u naar de dood
begeleid. U was toen goddank niet alleen.
Al te lang bent u dat geweest. Misschien
wel omdat u heel goed in alleen zijn was.

U heeft zich niet willen laten kennen, maar
gekozen voor een weldadige, anonieme rust.
‘Geen rococo,’ heeft u gezegd. Daaruit sprak
uw stijlgevoel. Dat was veelzeggend genoeg.

Jan van der Haar
(14 februari 2022)

 

Eenzame Uitvaart van mevrouw Renée Schwarz

 

Op donderdagmiddag krijgen we een telefoontje van Simone van SENS Uitvaarten. Zij wil eens informeren hoe een Eenzame Uitvaart in zijn werk gaat. Haar bereikte namelijk het verzoek voor de uitvaart van een 73-jarige dame zonder verdere familie of andere nabestaanden: mevrouw Renée Schwarz, overleden op 10 februari in StadsHospice Utrecht. Een uitvaartverzekering is er niet, dus is de gemeente Utrecht in eerste instantie verantwoordelijk voor de financiële afwikkeling.

Gek genoeg bereikt het verzoek voor een Eenzame Uitvaart ons niet via de gemeente, ook niet in de dagen erna. Maar dat hier sprake is van eenzaamheid, is voor iedereen wel duidelijk: er is niemand die de begrafenis zal bijwonen. De bevestiging komt vrijdag: er is echt niemand gevonden, dus wordt het een Eenzame Uitvaart. Jan van der Haar meldt zich als Dichter van Dienst.

Er is weinig tijd. De begrafenis is maandagmiddag al. Maar hoe schrijf je een gedicht op maat als je helemaal niets van iemand weet? Hoe bewijs je iemand laatste eer als je geen idee hebt wie ze bij leven is geweest? We weten alleen dat mevrouw Schwarz in 1949 geboren werd in Wenen, in de loop van haar leven naar Utrecht kwam en daar een paar dagen geleden overleed in het StadsHospice Utrecht na euthanasie. We bellen het StadsHospice en een contactpersoon die de afgelopen maanden voor mevrouw gezorgd heeft, maar die niets met de uitvaart te maken wil hebben en ook niet van plan is die bij te wonen. Maar nergens wordt opgenomen en niemand belt terug.

Het wordt weekend. Bij het hospice neemt eindelijk een vrijwilliger op die niets wil zeggen uit ‘respect’ voor de overledene. Jan praat als Brugman om hem te verzekeren van het feit dat we allemaal hetzelfde willen: respect betuigen met speciaal voor mevrouw Schwarz geschreven woorden, middels een gedicht een monument oprichten voor haar leven om zo respectvol mogelijk afscheid te nemen van een unieke persoon. Maar het helpt allemaal niks. Dus zet Jan zich op zaterdagmiddag aan het dichten met de summiere info die hij heeft.

‘Geen rococo’, mailt hij zaterdagavond. Hij werkt nog aan het gedicht, maar hij heeft de titel al. Het blijkt een uitspraak van mevrouw zelf te zijn geweest. Een kort en bondig antwoord op de vraag hoe zij haar uitvaart zelf voor zich zag.

Op maandag glanst het asfalt van de regen, maar de zon schijnt als ik naar Daelwijck fiets waar de uitvaart plaats zal vinden. Bij gebrek aan open bloemenzaken race ik langs de supermarkt. Het is Valentijnsdag, dus valt er slechts te kiezen tussen met roze poeder bestoven gerbera’s, overdadige glitterboeketten of rozen in hartjesfolie. ‘Geen rococo’, zingt het door mijn hoofd. Ik kies voor de rozen, laat de verpakking achter in de winkel en herschik de bloemen tot een sober en ingetogen boeket.

Op Daelwijck is het druk. Op een veld vlakbij de ingang staan tientallen mensen rond een graf. Ergens anders stalt iemand een berg broodjes en koffiekannen uit op een paar statafels. In een van de tussenpaden: mensen die elkaar droef begroeten, elkaar bemoedigend op de schouders kloppen.

Jan is er al. Hij zit in de zon. Hij is nog wat confuus van het telefoontje dat hij vanmorgen kreeg van de contactpersoon en vriendin van mevrouw Schwarz waarmee we het hele weekend contact hebben proberen te leggen. Waarom ze precies belde weet hij eigenlijk niet. Ze had onze eerdere oproepen overduidelijk genegeerd, was nog steeds niet van plan naar de begrafenis te komen en wist bovendien dat het gedicht al af was. Desondanks stortte ze een enorme hoeveelheid informatie over Jan uit. Dat mevrouw Schwarz was opgegroeid in een welgesteld gezin. Dat ze balletdanseres en biochemicus was geweest. Dat het grootste deel van haar familie omgekomen was in de Tweede Wereldoorlog. Dat ze haar man, die in 2013 overleed, als haar familie beschouwde. Dat er sinds zijn dood wel eenzaamheid in haar leven was geslopen, maar dat ze desondanks contacten onderhield en niet per se eenzaam was, althans niet in de zielige zin van het woord. Dat ze ongeneeslijk ziek werd nadat door een medische fout de diagnose darmkanker gemist werd. Dat ze daar vreselijk boos over was. En dat ze haar eigen dood regisseerde door om euthanasie te vragen toen de huisarts haar vertelde dat het alleen mogelijk was haar leven te rekken: dat van redden geen sprake meer zou zijn.

Simone van SENS komt de hoek om met de baar. Twee medewerkers vergezellen haar aan weerszijden van de blankhouten kist waarop sober, maar troostrijk, twee lichtpaarse anemonen liggen. Voorop gaat een gastheer van Daelwijck en Jan en ik sluiten de ‘stoet’ af. Wat is het toch altijd treurig om een overledene met zo weinig mensen te vergezellen naar de laatste rustplaats. Altijd is er de hoop dat toch iemand aansluit. Even denk ik dat dat ook gebeurt, maar de vrouw slaat af naar een ander pad.

Zwijgend lopen we naar het achterste veld. Het graf is al open. Het is een dubbel graf, zoals alle graven op dit veldje. Als de kist is afgedaald, leest Jan zijn gedicht.

Geen rococo,heeft u gezegd. Daaruit sprak / uw stijlgevoel. Dat was veelzeggend genoeg.

 

Als Jans laatste woorden zijn weggestorven, buigen we naar de kist en werpen elk een schep aarde in de kuil. We praten nog even na met Simone en lopen dan langzaam terug naar de uitgang. Er zijn nog zoveel vragen onbeantwoord. Waarom heeft mevrouw Schwarz bijvoorbeeld wél haar dood geregisseerd door voor euthanasie te kiezen, maar nam ze níet de regie over wat er daarna met haar lichaam zou gebeuren?

Filosoferend over de dood, nog steeds in het duister tastend over wie mevrouw Schwarz nu precies was en of ze onze aanwezigheid eigenlijk wel gewaardeerd zou hebben, lopen we terug naar de fietsen.

De zon schijnt nog steeds. Achter de begraafplaats raast het verkeer over de Zuilense Ring.

Een totale onverschilligheid ten aanzien van wat er na de dood met je lichaam gebeurt, of het begraven wordt of gecremeerd, waar dat zal zijn en of er mensen bij aanwezig zijn, past eigenlijk wel bij een biochemicus en balletdanseres, besluiten we. Voor iemand die haar leven in het teken heeft gesteld van een levend lijf en levende cellen, hebben dat lichaam en die cellen na de dood immers geen enkele betekenis meer. Het doet er allemaal niet meer toe. Zoiets. Dat is op de een of andere vreemde manier toch een troostrijke gedachte.

Dorien Dijkhuis