Stadsgedicht ‘Denk aan de Dom’

In september 2018 werd de motie Denk aan de Dom door de Utrechtse Gemeenteraad aangenomen. Daarin werd het College van B&W opgedragen ’te zorgen dat over 40 jaar de raad een herinnering zal ontvangen dat de Dom binnenkort een restauratie nodig zal hebben’. Het gemeentelijk projectteam dat verantwoordelijk is voor de restauratie klopte aan bij het Stadsdichtersgilde met de opdracht alvast gestalte te geven aan deze herinnering. Scheidend Gildemeester Onno Kosters nam vervolgens deze taak op zijn schouders en schreef  ‘Denk aan de Dom’, een 112 regels hoog en in de vorm van de 112 meter hoge Domtoren uitgevoerd gedicht. Deze spectaculaire schepping werd op donderdag 17 oktober 2019 door de burgemeester onthuld in de grote trouwzaal van het stadhuis. Het ingelijste monumentale gedicht zal een plek krijgen in het stadhuis, vermoedelijk in de raadszaal.

Wil je het hele gedicht lezen? Dat kan hier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stadsgedicht voor Special Award

Op woensdag 26 juni werd in de Nicolaikerk te Utrecht de tentoonstelling Special Award geopend, het resultaat van een vierjaarlijkse beeldende kunstwedstrijd voor kunstenaars met een handicap, georganiseerd door Stichting Special Arts. Gildelid Els van Stalborch schreef naar aanleiding hiervan een stadsgedicht, dat ze bij de opening van de tentoonstelling voordroeg. Het gedicht is op de achterkant van de kunstcatalogus gedrukt en ook te lezen op een bord dat voor de duur van de expositie in de museumtuin staat.

 

 

 

 

 

 

 

Zie je het raadsel niet

In de argeloze ruimte
van kleuren en van lijnen,
waar verhalen stromen
uit onbeschreven bron,

waar gedachten dwalen,
nooit dezelfde plek bereiken,
als liefdevolle brieven
uit tijd die nooit begon.

Zie je het raadsel niet

In felgekleurde zwarte
gaten en gespannen stilte,
gretig, grillig, obsessief,
een venster op de ziel.

Als je van jezelf bent, hoef je
niet te passen en te meten,
kun je buiten vergeten
en van binnen zien.

Is dat het raadsel misschien

Els van Stalborch

Stadsgedicht bij de sluiting van de Literaire Boekhandel

Dertig jaar lang heeft de Literaire Boekhandel van mevrouw Adelaar talrijke literatuurliefhebbers bediend met zijn liefdevol geselecteerde aanbod. Binnenkort moet de winkel op de Utrechtse Lijnmarkt echter zijn deuren sluiten omdat de eigenaar van het pand plots andere plannen heeft met de ruimte. Menigmaal heeft ons Stadsgilde hier opgetreden en het leek ons daarom ook meer dan terecht om de aandacht te vestigen op deze treurige gebeurtenis. Peter Drehmanns nam dit voor zijn rekening en schreef onderstaand stadsgedicht, dat bij de Literaire Boekhandel ook als ansichtkaart aan elke klant wordt meegegeven.

Weg
(I.M. Literaire Boekhandel)

Zij die gaan sterven
zij die in boeken wonen
zij die door verhalen dwalen
zij die de raadsels vergroten
zij die in luchtkastelen geloven
groeten u

Al het weerloze is niks waard
in de hersenkamers van de appartementendenkers
De zin van zinnen, de betekenis van tekens,
het veelzeggende van het onzegbare zegt
hun niets, niemendal, nul komma nul

Op nummer zeventien blaakten de letteren
dertig jaar lang, nu staan daar dof en kil
de letters van het contract
de letters van de wet
de letters der ongeletterden

De boekenhoedsters verdreven
De kasten geplunderde schrijnen
De adelaar neergehaald:

een blinde bladzijde op de Lijnmarkt

Peter Drehmanns

Stadsgedicht voor het stadhuis

Gildelid Hanneke van Eijken schreef een stadsgedicht ter ere van de heropening van het Utrechtse stadhuis. Dit gedicht (zie hieronder) werd op 9 mei uitgedeeld aan de medewerkers op het stadhuis en aan alle burgers die langskomen in de stad.

Welkom

Welkom in dit schip
met zijn vele hutten en kajuiten
het ligt aangemeerd
tussen gracht en plein, in het hart
in de golfslag, polsslag van de stad

je bent welkom op mijn treden vol klanken
tussen de kleurlagen
van eeuwen besturen, muren van beton, transparant hout
de geuren van de stad
de muzikanten, toeristen, de Dom die slaat
tussen de burgers
hier ijk ik de koers op mijn kompas

je bent welkom in mijn passage, mijn open deuren
tussen stadhuisbrug en terrassen
ligt een loper door de tijd

en ik draag je over de loopplank
de drempel over
je bent er weer, weet dit:
ik heb op je gewacht

Hanneke van Eijken

Stadsgedicht n.a.v. wat er op 18 maart gebeurde in Utrecht

Gildemeester Onno Kosters voelde de urgentie om snel te reageren op de schokkende gebeurtenis die Utrecht op 18 maart teisterde . Op dezelfde dag nog dat er een aanslag plaatsvond in een Utrechtse tram schreef hij onderstaand stadsgedicht. Het gedicht wordt gebruikt bij het condoléanceregister: https://www.ad.nl/binnenland/burgemeester-jan-van-zanen-tekent-condoleanceregister~a2fd99c2/

Klaarlichte dag, 18 maart en de zon,
en de wereld staat stil, barst dan los.

Ze zeggen dat we niet zullen buigen,
maar laten we buigen naar wie na vandaag
niet meer onder ons is; een van ons was,
met alle gebreken van dien: mens.

Ze zeggen dat we niet zullen zwichten,
maar laten we zwichten voor wat ons mens maakt
met alle gebreken van dien:
medeleven, rede.

Laten we buigen en zwichten voor wat het waard is
om voor te zwichten, te buigen.
Laten we stilstaan, niet oordelen.
Ze zeggen zoveel, maar laten we nu

voor de helderheid zwijgen.

Onno Kosters

Stadsgedicht over ’t Hoogt

Op 30 december 2018 sloot filmtheater ’t Hoogt na 46 jaar zijn locatie aan de Slachtstraat/Telingstraat/’t Hoogt, vlakbij de Neude in de binnenstad. Het theater werd opgericht door Huub Bals, die tevens de grondlegger van het Rotterdams filmfestival was. ’t Hoogt gaat in 2019 ‘on tour’, met filmvertoningen op diverse locaties in de stad. Voor specifieke doelgroepen selecteert en programmeert ’t Hoogt unieke films, documentaires en klassiekers. Ter ere van ’t Hoogt schreef Gildemeester Onno Kosters onderstaand Stadsgedicht.

’t Hoogt voor ’t laatst

Ten oosten van de Neude, laagland
waar de Rijn bij hoog water
zich over ontfermde

ten oosten van de Neude, marktplaats
die de stad met de rest van de wereld
verbond

ten oosten van de Neude,
plein waar misdadigers
werden gehangen

ten oosten van de Neude lag ’t Hoogt.

Het moest plaats maken voor plannen.

In de zalen van ’t Hoogt heerste lichtgevend donker.

in de zalen van ’t Hoogt
verdronken wij vrijwillig

verbonden wij ons
met de rest van de wereld

verplaatsten wij ons
in misdaad en straf.

In ’t Hoogt was de werkelijkheid nooit af.

Gedicht bij verkiezing Utrechts woord van het jaar

De Utrechtse nieuwssite DUIC organiseerde een verkiezing voor het Utrechtse Woord van het Jaar 2018. Gildemeester Onno Kosters liet zich hierdoor inspireren en schreef een gedicht waarin alle tien woorden voorkomen waarop gestemd kan worden. Zie ook https://www.duic.nl/algemeen/de-tien-woorden-van-verkiezing-utrechts-woord-van-het-jaar-2018-gedicht/

Terugblik langs tien woorden

Het bollendak leidt nooit meer
naar de walm in de patatstraat:
we nemen afscheid van een tijd
waar slechts Uppie nog op uitkijkt.

Dus wanneer ik op mijn dreuzelschoen
met het Uithoflijndebacle
Utrecht Science Park benader,
arglistig Fame tags moet ontwijken,
met Eau de Gracht mijn ziel moet ijken,

dan smeek ik zwijgend wie de Dom
de hoogste ommegang betwistten:
laat geen plofkraakraadslid buigen
voor hoogbouwfetisjisten!

Onno Kosters

350.000ste inwoner

Op 4 september 2018 werd Sebastiaan geboren, de 350.000ste inwoner van Utrecht. Om dit bijzondere feit luister bij te zetten kreeg Gildelid Fred Penninga van de gemeente de opdracht hier een gedicht aan te wijden. Dit gedicht werd door de burgemeester aangeboden aan de ouders van Sebastiaan; het verscheen tevens in het online magazine NIEUWS 030.

DAG JOCHIE

Ik zie gewoon een piepklein babyjochie
dat met zijn handen open en zijn ogen dicht
het moede hoofd op iemands arm te slapen legt
en helemaal niet weet welk een bijzonder kind hij is.

Ik wens hem alle liefs en sterkte en geluk
dat hij maar gebruiken kan om zichzelf
te worden, duizelig van alle richtingborden
links, rechts, verder, soms zelfs even terug.

Ik wens dat hij zich niet zal laten kisten
althans, niet tijdens zijn hele leven
dat ie van wanten weet, van sokken ook
en sneakers, baseball-caps én FC Utrecht.

Maar bovenal dat hij in liefde bloeien mag
om te beginnen als een prachtig babyjochie
dat met zijn handen open en beide ogen dicht
zijn moede hoofd op iemands arm te slapen legt.

Fred Penninga

Burgemeester Jan van Zanen met  Sebastiaan Leendert Browne, de 350.000ste inwoner van Utrecht, en zijn ouders
(foto: Angeliek de Jonge)

Gedichten en optredens tegen de verbreding van de A27

Het Stadsdichtersgilde is opnieuw in de pen geklommen om zich uit te spreken tegen de geplande verbreding van de A27, die o.a. het einde van bijna duizend bomen van Amelisweerd en verdere aantasting van de Utrechtse luchtkwaliteit zou impliceren.  Gildemeester Onno Kosters schreef het stadsgedicht ‘Tableau’, dat ook in postervorm is verschenen. Op zondag 4 november, de afsluiting van de campagne tegen de verbreding van de snelweg, brengt hij dit gedicht voor het eerst ten gehore in het BAK, waar ook een rondetafelgesprek plaatsvindt met diverse lokale politici. Op dezelfde dag lezen in Kargadoor ook nog de Gildedichters Pauline Pisa, Jan van der Haar, Hanneke van Eijken en Anne Broeksma hun (protest)gedichten voor met betrekking tot hetzelfde thema. Van deze gedichten zijn kaarten gemaakt.

 

Gedicht voor Leidsche Rijn

Ter gelegenheid van twintig jaar Leidsche Rijn werd op 14 oktober een gedicht van Gildemeester Onno Kosters onthuld op de Romeinse obelisk bij Castellum Hoge Woerd.

Kleurrijk begon hier de tijd,
langzaam de ruimte.

De rivier was een hand
die stroomruggen opwierp:
de mens zocht er toevlucht,
bouwde er onderdak,

toomde het water in
tot het beheerst was, ver-
sneed met sloten het land
tot een mozaïekvloer.

Uit wijkplaats en tuinbouwgrond
waste de toekomst;
toen die aanbrak verrees
langs de zichtlijn een skyline:

stond daar Leidsche Rijn.

Van veengebied
tot drooglegging, van boerenerf
tot vinexperceel:
een toevluchtsoord voor velen.

Van drijvende vloer
onder vele verledens
tot dak boven wie hier
van waar ook maar neerstrijkt

in de kleurrijke ruimte,
in de langzame tijd.

Onno Kosters