Stadsgedicht Jan van der Haar

HET JUNKENPAARTJE VLAKBIJ HET WOLVENPLEIN

Onze slokdarm wringt zich Noord-Koreaans
in de kurkentrekkerregel. Net als bij het beleg
van Leningrad komt er niets de maagmond door.
Wat erin wordt gesmokkeld vliegt er even
hard weer uit. Verzopen in Kanonkop 2020.
De wolf in Zeeland speelt er vogelvrij voor wild.
Alle schapen zijn in harde lockdown evenals
het junkenpaartje vlakbij het Wolvenplein
met dansend tussen hen in op de muur hun kots,
hun bekertjes die een machteloze imitatie vormen
van Snuf & Snuitje op de extra persconferentie.

(stadsgedicht 2021)

Stadsgedicht Ruben van Gogh

UTRECHT 899

Wat er dan ook wel was, meer nog
was er níet. 2021 ging voorbij
in golven van hoop, kenteringen
en verdriet. De stad wou heus wel,
de stad wil altijd, met zijn horeca
en festivals. Alles wat met zalen
gaat, stond het hele jaar paraat:
ging open, ging dicht, ging weer
open en uiteindelijk weer dicht.
Mensen dromden samen, of het
mocht of niet. Wat essentieel is
werd dit jaar soms eigenhandig
beleden. Tegen het vermeende
of reële gevaar werd net zo hard
gestreden als tegen elkaar. Nu
lengen de dagen weer, langzaam
maar zeker. Daar staat een tafel,
daar staat een beker. Er is iets te
vieren met elkaar. We zullen het
er in het nieuwe jaar toch weer op
wagen. Laat de Dom zijn 900
slagen slaan. Of het linksom gaat
of rechtsom: 2022 komt eraan!

(stadsgedicht 2021)

 

Maskerade

Jan van der Haar heeft namens het Utrechts Stadsdichtersgilde eind 2020 een stadsgedicht gemaakt voor alle winkeliers die vanwege de coronamaatregelen noodgedwongen de deuren moesten sluiten. Het is het laatste gedicht van het gilde van 2020. De tekst is bedoeld als hart onder de riem voor getroffen ondernemers. Winkeliers kunnen het gedicht uitprinten en achter het raam hangen of meegeven met een bestelling. Een pdf (voor printen) is hier te vinden.

 

MASKERADE

Wij staan voor u open, maar toch zijn we
dicht en onze voorraad is ten einde raad.
Van hogerhand – natuurbestuur – is dat zo
beslist. We weten dat u ons ziet staan, want
wij zijn mooi, want wij zijn zwart en wit en
alles tussenin. Wij zullen op u wachten
en u zult dat braaf op ons en ons bestuur.
Ze zeggen dat het allemaal goed zal komen.

Wij staan voor u open, maar toch zijn we
dicht. We willen graag iets goeds verkopen
en voelen ons daartoe zakelijk verplicht.
We hopen dat u onze schenkerijen weer ziet
dagen, als de toegangspoorten openzwaaien.
Als de kop van het oerbeest is vermorzeld.
Als Hydra, Cerberus, Hiai Chai en Chimaera

ieders lichtste firmament zullen laten gloren.

 

Jan van der Haar

Stadsgedicht Baban Kirkuki

De dichter Baban Kirkuki schreef namens Utrecht UNESCO City of Literature en het Utrechts Stadsdichtersgilde een gedicht voor de nieuwe burgemeester, Sharon Dijksma.

 

OPENBAAR THUIS

Heel Utrecht was onbekend
voor mij toen ik arriveerde.
De stad greep mijn blik
en bracht me naar het epicentrum
waar ik mijn thuis vestigde.

Duizenden stappen heb ik genomen
op je straten en mijn voeten vragen
naar nog meer stappen. Iedere dag
vernieuwt de stad zichzelf
met mijn verbeelding.

De hoge toren van De Dom
verheft mijn perspectief verticaal.
Alle aandacht wordt omhoog getrokken
uit een vastgezet patroon.

Met deze stad bouw ik een archief,
een identiteit die groeit met aantekeningen.
Het oog van een nieuwkomer
neemt zorgvuldig de bezielende details waar.

De gracht is de beweging van deze stad.
In stilte stromen je gedachten weg met
de circulatie van het water. Een duurzame relatie
verbonden met vele ontmoetingen.

Deze stad is mijn openbaar thuis.

 

Baban Kirkuki

Stadsgedicht Ruben van Gogh

STADSGEDICHT

bij het afscheid van waarnemend burgemeester Peter den Oudsten

 

We hadden elkaar zoveel willen laten zien,
u uw gezicht, wij onze kroegen en volle zalen.

Al die plekken waar nieuwe verhalen beginnen
die deze stad maken tot wat zij behoort te zijn:

een geborgen plein, voor iedereen te bezoeken.
Schouder aan schouder, zogezegd. Nou, dat

heeft u zelf ook gemerkt: daar kwam weinig van
terecht. Wat u wel zag: rellen in Kanaleneiland,

Zuilen en Ondiep, en de Singel die weer over zijn
verleden liep. Maar vooral toch al die inwoners,

verstopt achter mondkapjes en dichte deuren,
smachtend naar de dag dat het zal gebeuren,

dat deze lockdown wordt beslecht. Kom dan
nog eens langs, en zie ons open, zie ons echt.

 

Ruben van Gogh

Gildemeester Utrechts Stadsdichtersgilde

Stadsgedicht Fred Penninga

Jaarlijks organiseren Utrechtse Begraafplaatsen en enkele samenwerkingspartners rond Allerzielen (november) een Lichtjesavond. Voor nabestaanden van mensen die in het afgelopen jaar zijn overleden wordt er op de begraafplaatsen een moment van herinnering georganiseerd. In die sfeer branden mensen een kaars voor de overledenen. De COVID 19-maatregelen stonden zulke bijeenkomsten in 2020 niet toe. Als alternatief is er gekozen voor het aanbieden van een uitvouwbaar kartonnen lantaarntje. Samen met het gedicht Een lichtpunt – fraai vormgegeven op een wenskaartzijn deze lantaarns, als gebaar van troost, per post verstuurd naar zo’n 3.000 nabestaanden.

 

EEN LICHTPUNT

Terwijl ik druk ben met de alledaagse dingen
die nu eenmaal moeten, altijd doorgaan,
strijkt de poes zacht langs mijn benen
. . . denk ik ook opeens aan jou,
is het alsof je hier echt bent.

          De omgekeerde wereld.
          Jij, die langskomt om te kijken
          hoe het nu met mij is.
          We doen een bakkie samen
          als altijd geef je jouw commentaar
          en alleen al om je stem te blijven horen
          zeg ik niks. Vergeet ik even het gemis.
          Dat je langskomt is zo’n mooi gebaar.

Ik kan het horen aan de opgewekte
buiging in je stem. Je klinkt gerustgesteld
je wilde zeker weten, met je eigen ogen zien
dat ik het wel red, misschien
op onbewaakte ogenblikken huil, maar
ook af en toe gelukkig ben.

 

Fred Penninga

Stadsgedicht voor Prinses Beatrix

Op maandagavond 20 januari 2020 vond in TivoliVredenburg de interreligieuze bijeenkomst In Vrijheid Verbonden plaats, om de band tussen zes religies en levensbeschouwingen te versterken in de geest van de Unie van Utrecht (1579). Aan het eind droeg Anne Broeksma een speciaal voor de avond geschreven stadsgedicht voor, waarna het gedicht ingelijst als cadeau aan Prinses Beatrix werd overhandigd. Andere sprekers tijdens de avond waren Utrechts burgemeester Jan van Zanen en fractievoorzitter van GroenLinks Jesse Klaver. 

VONDST

voorbij de oude bomen
waar gestreepte en gestipte dieren
door de velden lopen
ligt tussen rietkragen
onder het water verscholen:
een woord

een kind dat kleine amfibieën vangt
ziet het glinsteren vanaf de waterkant
haalt het papier met het woord
naar boven, hangt het in de tuin
aan een waslijn te drogen

het hele dorp komt uitgelopen
vreemd is het, vreemd
dat het niet door het water
in vezels uiteen is gebroken
het moet wel een heel oud woord zijn
en iedereen bekijkt het vol bewondering

gaat dan op zoek naar de sleutel
om het woord mee open te breken
men maakt muziek,
verhalen en gebeden
en het komt weer tot leven
zingt rond in de mooiste zalen,
in tempels, kathedralen en moskeeën

soms hoeven ze alleen maar
aan het oude woord te denken
en dan zit het al verscholen in hun ogen
de zachte focus, die plaats maakt
een ruimte openbaart
waarin de ander veilig af kan dalen

men zegt dat in die ruimte
ooit het woord werd geboren

Anne Broeksma

 

 

 

 

 

 

Winters stadsgedicht

Ruben van Gogh, Gildemeester van het Utrechts Dichtersgilde, blikt terug en schreef een winters Stadsgedicht over de gebeurtenissen van 2019 in Utrecht.

MIDDERNACHT TE UTRECHT

De stad staat in de steigers, winterklaar,
overziet het afgelopen jaar en streept

haar gebeurtenissen een voor een af:
de sneltram waar pas op het einde schot

in kwam en die ene waarin werd geschoten,
toen de binnenstad een stille zondag werd

in alle winkelstraten. Ach, en wat er verder
allemaal werd losgelaten. De oude beuk

die achterbleef als kale tak en stam, de wet-
houder die vertrok naar Amsterdam en die

ander die maar zitten bleef. En dan de zaken
waaraan geen einde lijkt te komen: singels

die nog niet in cirkels stromen, wijkraden
die niet langer worden gehoord, boeken

die op nieuwe kasten wachten, sprintsters
die naar gouden plakken smachten,

muziek die nooit meer opklinkt bij de Dom,
dames wachtend op hun raam en ook

hun baan aan de Europalaan die weg moet
gaan, burgers die met lege handen staan,

wegen die wel-niet-wel-niet worden verbreed
en niemand draagt een boetekleed.

De Dom toornt bedrempeld als staketsel uit
boven de Oudegracht en wacht,

zal de klok dit jaar niet twaalf zien slaan
omdat de wijzers elders in de opslag staan.

Ruben van Gogh

Tram 22

Op zaterdag 14 december voltrok zich dan eindelijk de feestelijke opening van tramlijn 22 (de Uithoflijn) van Utrecht Centraal naar het Sciencepark, die vanaf 16 december volgens dienstregeling gaat rijden. Baban Kirkuki schreef daar het volgende stadsgedicht over.

TRAM 22

Een lijn die vele seizoenen heeft gekost.
Van hete zomers waarbij het gras langs
en tussen de trambaan werd gedroogd,
tijdens het wachten op verloren tijd.

Het gras bloeide weer op met de regen,
maar de tram was nog niet klaar
om de vertraagde tijd in te halen.

Maar de weg naar de wetenschap had haast.
Het spoor beloofde ongemakken weg te nemen
met een duurzame tram door groene zones.
De stad legt een nieuwe verbinding.

Nu vertrekt de duurste tram van Nederland.
In stijl wordt de massa kennis vervoerd.
De route naar het Science Park kleurt geel.

Baban Kirkuki

Actiegedicht

Buslijn 4 Zuilen dreigt te verdwijnen. Deze lijn wordt omgenummerd tot lijn 7, maar zal een andere route rijden. Hierdoor vervallen de haltes rond Schaakwijk. Op deze plek wonen veel ouderen, die slecht ter been zijn. Zij zullen nu zo’n 500 meter extra moeten lopen naar een bushalte. Tegen deze verlegging van de route is veel weerstand en protest; zo zijn er al meer dan 900 handtekeningen opgehaald. Gildemeester Ruben van Gogh zet dit protest poëtische kracht bij middels dit stadsgedicht:

BUSLIJN VIER VIA SCHAAKWIJK
(MOET BLIJVEN!)

Busroutes zijn als levenslijnen,
wie ze omlegt legt heuse levens om.

Wie nog weet hoe hij lopen kon, voor
het schuifelen begon, waarmee de halte

dag na dag wat verder leek, week
na week, jaar na jaar, vreest het gevaar

dat een opstaphalte eindpunt wordt.
Nog lijkt het haalbaar, maar het leven

is niet schaalbaar: vijfhonderd meter
verder is een onmogelijkheid voor wie

voet voor voet de tijd verbeidt. Je zou
wel verder wíllen, maar het wil niet meer.

Het leven is vol hindernissen, en dan
ook de laatste bus nog moeten missen.

Ruben van Gogh