Gedicht Bunkerpad

Als ode aan het landschap rondom het vernieuwde Bunkerpad in Bunnik schreef onze Gildemeester Onno Kosters het gedicht ‘Achter de schermen’. In het gedicht wordt de directe omgeving van het Bunkerpad tot leven gebracht. Lezers worden opgeroepen hun zintuigen te gebruiken en zo, terwijl ze wandelen, stil te staan bij wat werkelijk telt: aarde, water, lucht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achter de schermen

I
Half verhard meanderend door het graslandschap
windt zich, in drie vervlochten stapsporen vertakt,
een pad waarin een waterveste werd verkapt.

Hoor wanneer je loopt wat als je stilstaat je ontsnapt.

II
Een eeuwenoude hemel stapelt wolken rond een fort,
bolt als een hand die in zijn schepping even stokt.
Daaronder kun je schuilen als het avond wordt.

Snuif wanneer je loopt de geur van land en water op.

III
Waar op de horizon een vogel naar een vliegtuig kijkt,
een reiziger naar zijn eenmalige bestemming stijgt,
waar land en lucht met elkaar stroken, stopt de tijd.

Kijk niet wanneer je loopt aan wat vervliegt voorbij.

Onno Kosters

Gedicht onder Levensboom

Op 21 juni (midzomer) werd een bordje met het gedicht ‘Allerzielen’ van stadsdichtersgildelid Maarten Das onthuld in de tuin van het Catharijneconvent. Het bordje bevindt zich onder de zogeheten ‘Levensboom’. De Levensboom is een initiatief van het straatpastoraat. Erin hangen naamplaatjes met de namen van daklozen die overleden zijn, om hen op deze manier te gedenken. Inmiddels bestaat de traditie om ieder jaar op Allerzielen een korte plechtigheid te houden bij de boom om de overledenen van dat voorbije jaar te noemen en een kaarsje voor hen aan te steken. Vorig jaar wilde sociaal verpleegkundige voor dak- en thuislozen Madelinde Tellegen daar graag een gedicht bij laten klinken. Het betreffende gedicht werd toen door Maarten geschreven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Allerzielen

Was je maar bij me, de stad is zo kil.
De nevelen boven de grachten,
het schuifelen tussen de gevels,

de fietsers over het Smakkelaarsveld.
We zijn met onnoemelijk velen
en onze dagen zijn geteld.

Ik lig in het zoveelste trapportaal en ril.
Waar jij liep, hangt nu een leegte
en in die leegte vat ik kou –

en toch durf ik te wedden
dat er een rustplaats is onder de sterren,
een dak van licht voor jou.

Maarten Das

 

Muurgedicht van Els van Stalborch

Gildelid Els van Stalborch schreef een gedicht om Utrecht als studentenstad in het zonnetje te zetten. Behalve dat het gedicht over de studententijd gaat, is het ook nog eens geplaatst op de muur van Els’ oude studentenhuis, dat nog steeds dezelfde functie heeft. Het pand grenst aan het Wilhelminapark.

Koningslaan 2

Hier liggen mijn voetstappen te drogen
in de zon, hechten herinneringen
nog aan muren van het huis, dat eens
mijn thuis was, toen ik nieuw begon.

Nog kaatst de echo op de gevel van
zoveel pas ontdekte vrijheid en zoveel
vriendschap op weg naar morgen
en de overvolle, oeverloze tijd.

Nog fluisteren de bomen in het park
over het broze van de lente en het
ongeduld van later en het klateren
van stemmen vroeger en vandaag.

Els van Stalborch

Bij de 4 Mei Herdenking Erehof Prinsesselaan Utrecht

Jaarlijks vindt op begraafplaats St. Barbara een herdenkingsplechtigheid plaats op het Erehof alwaar 50 Nederlandse oorlogsslachtoffers een laatste rustplaats hebben gekregen. De gevallenen zijn militairen, verzetsstrijders, dwangarbeiders en represailleslachtoffers uit, of rond, Utrecht. Er wordt elk jaar een van de 50 levensverhalen verwerkt tot gedicht dat bij de gelegenheid wordt voorgelezen.

Bij de 4 Mei Herdenking Erehof Prinsesselaan Utrecht

Voor de familie Van Veenendaal – Verkerk

Het is oorlog, het is de eerste dag,
de Duitsers staan al binnen onze grenzen.
Híj vervoert munitie in plaats van mensen.
Ze stoppen hem, het is z’n laatste dag.

Het is oorlog, het is het eerste jaar.
Zíj leeft om kinderen vrijheid te geven.
Ze heeft een zoon van drie om voor te leven
maar sterft door ziekte in het laatste jaar.

Daar staan jullie dan, je oma en jij.
Bevrijd, hebben jullie elkaar geërfd.
De oorlog is over maar nooit voorbij,
slachtoffer is niet alleen hij die sterft.

Wie door moet met het leven van het leven,
begraaft het best de leegte in het graf
van hem die toen zijn hele leven gaf,
om echte vrijheid door te kunnen geven.

©2018, Nanne Nauta

Stadsgedicht bij sluiting bistro Chez Jacqueline

Op 31 maart werd er voor de laatste keer gekookt en bediend in het Utrechtse restaurant Chez Jacqueline. Na 40 jaar sluit de bistro zijn deuren. Ter gelegenheid daarvan schreef Gildelid Peter Drehmanns in opdracht van de gemeente een gedicht, dat in ingelijste vorm werd aangeboden door de burgemeester. In het gedicht is onder meer verwerkt dat Bruce Springsteen ooit heeft gedineerd bij Chez Jacqueline en dat ook Anton Geesink en burgemeester Jan van Zanen er vaak kwamen.

Foto: Ton van den Berg

Tijdloos (afscheid van Jacqueline)

Voordat de Godfather van de Tournedos het vlees liet
sidderen bij Jacqueline, werden auto’s ontmanteld
in garage Pardon: de tijden veranderen, de tijden lossen
op in hete fond

Veertig jaar lang een klassiek concept: traditionele spijzen
van Frans, Carolien en Stien voor Anton, Jan en Bruce –
you can’t start a fire without a spark en een goed mens
is een hongerig mens, ook al veranderen de tijden, de tijden
die ons loskloppen

In de Korte Koestraat triomfeerde de biefstuk van de haas.
Op nummer 4 werd vurig gedoreerd, geflambeerd, geblancheerd
tot 31 maart: de bistro wordt een pastabar: zo zijn de tijden,
ze worden gedecanteerd

Het deksel definitief gesloten:
geuren gesmoord, ingedikte herinneringen
zijn het die blijven, rijkelijk bestrooid met
sterke verhalen – en Jacqueline dichtgevouwen
in vetvrij papier.

Peter Drehmanns

 

Stad vol stemmen

Onze Gildemeester Onno Kosters sprak op 29 maart de nieuw geïnstalleerde raadsleden van de Gemeente Utrecht toe met het volgende gedicht [klik op het plaatje als je het beter wil lezen]:

Utrechts dichtersgilde adopteert een boom

Op zondag 25 maart was de aftrap van de campagne Adopteer een boom, een actie tegen de verbreding van de A27, waardoor er weer circa 800 bomen dreigen te sneuvelen. Namens het stadsdichtersgilde schreef Hanneke van Eijken speciaal voor de gelegenheid het stadsgedicht ‘Bast tegen bast’. Vanaf 25 maart tot circa midden oktober kunnen bomen geadopteerd worden. Het Utrechts stadsdichtersgilde was een van de eerste tien adoptanten, een grote zomereik. Andere adoptanten waren de partijvoorzitter van Groen Links Utrecht en cabaretier Vincent Bijlo. Zie ook  https://www.ad.nl/utrecht/bomen-amelisweerd-worden-geadopteerd-tegen-snelwegverbreding~a78e2214/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bast tegen bast

Dit bos ligt in de arm van de rivier, net buiten de stad
de Krommerijn tussen singel en buitenplaats, ruimte
voor jaarringen en waterkringen, de kiezels
die we gooien, de lentes die we er groeiden

zomereiken staan met minstens honderdvijftig jaren om hun kern, samen
met esdoorns, beuken, wachters van de ijle lucht
onder onze voeten liggen de paden van een bos
de ruis en het razen
van auto’s, met je ogen dicht
ben je even
aan de branding van een groene kust

geef ons geen asfalt, maar zachte grond om in te wroeten
geef ons zuurstof, laat stikstofballonnen niet op
geef ons mos en gras en desnoods processierupsen en kap
niet

 

Woorden van staal

Vanaf 7 maart 2018 wandel je er over een half verhard pad, dwars door het weiland, tussen koeien en langs bunkers van de Parkeerplaats aan de Koningsweg naar de Rhijnauwenselaan. Ter gelegenheid van de opening van dit zogenaamde ‘bunkerpad’ schreef Gildemeester Onno Kosters het gedicht ‘Achter de schermen’, dat binnenkort ook langs het pad zelf, uitgefreesd in Cortensaal staalplaten, te lezen is.

Achter de schermen

I
Half verhard meanderend door het graslandschap
windt zich, in drie vervlochten stapsporen vertakt,
een pad waarin een waterveste werd verkapt.

Hoor wanneer je loopt wat als je stilstaat je ontsnapt.

II
Een eeuwenoude hemel stapelt wolken rond een fort,
bolt als een hand die in zijn schepping even stokt.
Daar kun je schuilen als het avond wordt.

Snuif wanneer je loopt de geur van land en water op.

III
Waar op de horizon een vogel naar een vliegtuig kijkt,
een reiziger naar zijn eenmalige bestemming stijgt,
waar land en lucht met elkaar stroken, stopt de tijd.

Kijk niet wanneer je loopt aan wat vervliegt voorbij.

Onno Kosters

Nieuwjaarsgedicht van Onno Kosters

Gildemeester Onno Kosters reciteerde op 2 januari 2018, op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Utrecht in het Spoorwegmuseum, een speciaal voor deze gelegenheid geschreven gedicht. Honderden aanwezigen luisterden naar zijn drieluik ‘Overzicht, inzicht, aanzien’. Zie hier de live-versie.

Overzicht, inzicht, aanzien: een drieluik

1. In het museum

2017

nu definitief uitgerangeerd,
op het spoorboekloze zijspoor
van de dienstregeling geparkeerd

springt aan het oudst van het jaar
het sein weer op groen voor een nieuw
dat er zij het kortstondig, onbewogen uitziet.

Het spoor naar de toekomst ligt klaar
en glanst in de zon die St. Maarten,
een halve mantel armer, verwarmde.

De rijdende trein van de tijd
spoedt zich als steeds naar het eindpunt
dat immer ongrijpbaar ver weg blijkt,

buiten bereik van de machinist blijft.
Meer daarbinnen bevindt zich
de domstad, stad die voor iedereen is.

De domstad: stad in de steigers,
de Domtoren zélf in de steigers
en heel Hoog Catharijne

en het terrein eromheen
een met putten en kranen
doorregen gebied

waar een stalling (een mega-)
iedere Utrechter
en iedere vreemde

in vertrouwen verwelkomt,
ieders fiets
beschut en bejegent met aanzien.

De domstad: Ten Hag-loze hoofdstad
waar een centrum van wereld en handel,
het symptoom van een trend,

zijn schaduw zal werpen
op het kantoor
waar de stad wordt gekend.

Stad die een jaar in het rood
en het geel en het blauw
van de Stijl stond

waar voetbalvrouworanje
zich met een beker
tussendoor wond.

Stad doorsneden door water
waarop regenboogboten
vol kleurrijk geaarden.

Stad wier schrijvers en dichters
met de wereld nu voor eeuwig
zijn verweven.

Stad die rouwt om een vrouw
die niet gaf
om de regen.

2. De ander

De stad is een land
en het land is de wereld
de wereld de aarde.

Alles is verwant
allen zijn verwanten

ieder wie is
is tevens de ander
hoe vreemd die
wanneer we elkaar
de rug tonen lijkt.

Met de rug naar elkaar
is niet meer dan met het
gezicht naar de ander
op enige afstand.
Op enige afstand
want de wereld, de aarde.

Zo kun je ook zelf zijn
als een gedicht.

Geopend, bekeken, gelezen
heet je iedereen welkom
keer je je als vanzelf
naar buiten.

Open je je
met een beetje geduld
naar een ieder die aanklopt
kijk je je lezer
met voor alles open
in diens voor alles open
ogen.

De ander
kijk maar, de ander
staat naast je,

de ander,
het laat zich raden,
is je nader.

We zijn elkaars halfrijm
afwijkend gespeld
elkaars anagram:
woordspel dat één maakt
dat mens maakt.

In de aarde de wereld
in het land de stad.
Hoe je je wendt of je keert
hoe het ook zij
de ander
ben jij.

3. St Maartens maart

Vertraging is iets
dat je niet aan de reis
moet overlaten:
laat het het doel ervan zijn
en in die verdikking van de tijd
de blik zich herijken
tot een die verenigt, niet splijt.

Pas in de vertraging,
pas op die plaats
toont zich de meester
die zich niet groter voelt
dan wie naast hem staat.

Allen die zich
in Utrecht bevinden
zijn Utrechters,

zijn voor wie
Utrecht is

en worden in gelijke gevallen
niet anders behandeld,

door St. Maartens halve mantel
beschut,
door ieder bejegend
met aanzien.

Ook na 21 maart

2018

gedicht Maarten Das voor Pompe-instituut

Maarten Das, lid van het Utrechts stadsdichtersgilde, schreef een gedicht in opdracht van het Willem Pompe-instituut voor Strafrechtwetenschappen, dat recentelijk is verhuisd van de Boothstraat 6 naar een kantoorpand in Rijnsweerd. De titel van het gedicht is genomen uit het gedicht ‘Nieuwe woning’ van Nicolaas Beets, dat hij schreef toen hij in het pand op Boothstraat 6 kwam wonen. De laatste strofe is losjes geïnspireerd op een strofe uit hetzelfde gedicht van Beets. Het gedicht van Maarten Das werd gedrukt op een ansichtkaart die is uitgereikt tijdens het laatste kerstdiner van het Pompe-instituut in het oude pand.

Dit goede, ruime, stille huis

Wat zijn we vaak rechtop gaan staan.
Wat is er veel papier gaan dwalen.
Gedachten geordend als dozen,
stof achter stapels vandaan geveegd.

Kom, ga nog één keer de trap op en neer.
Kijk hoe de tijd langs de deuren beweegt.
En straks bij de uitgang een kus op de wang
en een aai over de bol van onze geestelijk vader:

wil met uw sterke arm ons dekken
als het leeg voelt op kantoor,
wees een woord om in te wonen,
onvermoeibaar in ons oor!

Maarten Das