BURGERINITIATIEF VREDEBORCH

In opdracht van de gemeente Utrecht schreef het Utrechts Stadsdichtersgilde een gedicht over “wijkgericht werken” voor het landelijke LPB-congres op 21 november 2014 in Groningen. In totaal dragen circa 15 stadsdichters van 15 steden bij aan het congresboek. Utrecht heeft als enige stad een dichtersgilde in plaats van een individuele dichter.

BURGERINITIATIEF VREDEBORCH
Wijkgericht werken Ultrajectum anno 1577

Alle wijken deden mee aan het stadsgesprek:
De wijkwethouder van Pekstokken: Wij participeren met vuur!
De wijkbeul van Bloedkuil, belast met het villen, stelt: Buiten is Binnen.
De wijkdomproost van Papenvaandel vreest voor storm op komst.
De wijkschout van Oranjestam: Nieuwe wijkambities voor Spaanse immigranten.
De wijkpatriotten van Zwarte Knechten: Wij láten ons niet meer knechten.
Het wijkbureau van Fortuin: Gat biedt kansen voor culturele bestemming.
De wijkraad van Handvoetboog: Voorstel tot kunstwerk met brokstukken weggestemd.
Wijkactieprogramma Vredenburg: Dringend nieuwe hamers en houwelen nodig.
Wijkregisseur Trijn van de Leemput concludeert: Utrecht maken we samen!

Alexis de Roode

Dafne Schippers

Bij de Europese kampioenschappen atletiek 2014 in Zürich won Dafne Schippers uit Utrecht op 14 augustus de 100m sprint (en later in het toernooi ook de 200m). Het was voor het eerst sinds de jaren ’50 uit de vorige eeuw dat Nederland een gouden sprintmedaille veroverde.

US DAFNE

Daar staat ze. . .
Wat gaat er door haar heen in luttele seconden?
Die slordige beginsels van gedachten
onafgemaakt, nergens is tijd voor,
de eindstreep moet binnen
de kortste keren verslonden!

Daar gaat ze. . .
Natuurlijk niet haar hele leven
(als een film, als in een val)
maar: vader, moeder misschien even?
De meiden naast haar in elk geval
voorbij, voorbij, in luttele seconden;
zie de kracht, die macht, haar pracht!

Daar ligt ze. . .
de snelle baan van Zürich aan haar voeten
muziek zwelt aan; toeters, bellen en violen
Europees én Utrechts kampioene, trots en blij
de beide armen rijk gevuld met gladiolen.
‘Us Dafne’ Schippers is nu ook van mij!

Fred Penninga

De Nacht is terug

Ter gelegenheid van de terugkeer van de Nacht van de Poëzie naar de grote zaal van Vredenburg.
Alexis de Roode droeg het voor bij de opening van TivoliVredenburg, op 21 juni 2014, de zomerzonnewende. In 2007 was hij de laatste dichter in de Nacht van de Poëzie in het oude Vredenburg.

De gezant

Kijk. Hij is gekomen, de zon
die dagen overbodig maakt.
De dieren wachten met trillende oren
vergeefs op het uur van jacht.
De stille huizen zijn tot in de kelders verlicht.
Het is nacht en alles is wit.

Kijk. Daar komt een mannetje.
Het tekent op de grond een vierkantje
en stapt erin. Een inbeslagneming.
Dit is mijn nacht, zegt hij.
In dit vierkantje ben ik de nacht.
Kijk, mijn handen, mijn voeten,
schoenmaatje acht, hoe vol
van nacht ze zijn. Dit brilletje,
dit dunnend hoofdhaar, de kippenborst:
fonteinen van nacht.
In dit broekje vind je niets dan nacht.
De sokken, de stem, tot de rand gevuld met nacht.
Zoiets vind je nergens.
Misschien in het heelal, ver achter de zon.

Ik sleepte de nacht in netten achter mij aan,
zeven jaar lang, tot ik een plek had gevonden
zo nachtloos, zo stil en schoon als een lucifer.
Ik vond een donker visnet in een trog
en toen ik het wegtrok, werd de diepzee licht.
Nu sla ik sla waterputten
waar ik mijn hoeven zet:
lonkende putjes nacht die verdampen als ik spreek.

Ik ben de kale miezerige essentie van nacht.
En als een God werp ik de nacht over u uit.

© Alexis de Roode

Bij de open dag van park Voorveldse Polder

Fred Penninga schreef dit gedicht en las het voor bij de officiële opening van een nieuw gedeelte in het Park Voorveldse Polder, op 25 mei 2014. Het gedicht krijgt nog een plaats in het park, dat aan de oostrand van Utrecht ligt.

PARK VOORVELDSE POLDER

Morgenstond
Flarden ochtendnevel trekken traag de polder in
Vogelslag en wiltzangh doen de dag beginnen
Dan valt het eerste zonlicht Utrecht binnen
Op de camping zindert hier en daar een vroege zin

Ochtend
Pantoffels-en-peignoir, die de hond uitlaten
Lopers, fietsers, ruiters maken cirkels rond het water
Een blauwe reiger daalt naast een poel en wacht op buit
Uitbundig fluitekruid hangt weer het witte bruidje uit

Middag
Uilen staan op staken bij de hangbrug hoog te kijk
Ouders zien hun kinderen in zeven gootjes tegelijk
Een kind perst laatste sapjes uit de picknickmand
Op een warme huid ligt, als bij toeval, nog een hand

Avond
Het klinken van bestek en glazen op de vlonder
Meer schaduw dan geboomte op het Wilgeneiland
Voorbij de stad zinkt de zon in geel, rood, roze onder
Langzaam neemt het gedierte in het park de overhand

Nacht
Het ritselt in de slangenbroeihoop rond elk later uur
Het heet wel park, maar is in feite geboetseerd natuur
Al weerkaatst een echo van het eenzaam nachtverkeer
. . . stilte legt zich in overgave bij het duister neer

Fred Penninga

ZIMIHC bestaat 25 jaar

ZIMIHC, het Utrechts centrum voor amateurkunsten, bestaat in 2014 25 jaar. Baban Kirkuki schreef onderstaand gedicht en droeg het voor op de Culturele Zondag van 2 maart 2014. Burgemeester Jan van Zanen bood het gedicht namens de gemeente aan Appie Alfrink, directeur van ZIMIHC aan.

Het nest van de kunst

Kijken, kijken wel kopen
Je geeft je portemonnee aan de kunst
in ruil voor je veilige geld,
spaar je geen stapels biljetten
maar kunst die een nieuw perspectief
aan je leven geeft.

25 jaar ZIMIHC
Verzamelt talenten in de Domstad
Artiesten die de kunst bezielen,
hun liefde en inzicht delen met woorden,
muziek, dans, kunst in brede vorm.

25 jaar
een brug voor de kunst
Op je podia heb ik mijn woorden voorgelezen
Ik dacht toen niet dat je alleen aan
amateurkunstenaars je podium bood
Waar het publiek met zijn zintuigen de
kunst komt beleven,
verdwijnt de grens tussen de niveaus.
Omdat je de kunst dichter bij mensen brengt
en nesten bouwt, noem ik je
het huis van het leven
voor de kunstenaars en het publiek.

ZIMIHC
het licht
van de Dom

Baban Kirkuki
Stadsgedicht Utrechts Dichtersgilde 2014

Blinkend wit en blozend rood

Mijn gheminde is wit blinckende ende root blosende
Hooglied 5,10 (Delftse Bijbel, 1477)

Niet het goud van de ambtsketen,
noch het blauw van de politie,
noch de blinddoek van Vrouwe Justitia,
maar het blinkend wit en blozend rood

van een soldaat die zijn mantel
deelde met een naakte man,
bepaalt de kleur van deze stad.
Op zondag zelfs tribunes vol.

Daar, waar voor het eerst
een jongen naar me floot,
de douchekop de schaamte
van de tegels spoot.

Gebroken wit, gebroken rood.

Vandaag is de dag
waarop ik mij heb suf gehoopt.
Ik kleed me in een regenboog
en lach mijn tanden bloot.

Maarten Das
Stadsgedicht Utrechts Dichtersgilde
Roze Zaterdag 2013

Persoonsgebonden begeleiding

– bij het afscheid van Rinda den Besten

Rechttoe rechtaan beschouwd is deze stad
in vele regelgevingen gevangen,
na jaren weet je, zelf ook ouder, dat
de jeugd zo bezig is met haar verlangen

als een volwassene gezien te worden,
dat al die regels niks zijn dan een muur;
eroverheen moet het, als over horden
na het ontsteken van ‘t Olympisch vuur.

Bestaan met hindernissen en dat lint
erachter, als een einde, waar, oh bevrijding,
soms angstig en bedaagd, soms onverschrokken,

tenslotte iedereen een finish vindt
en wint, is kansloos zonder begeleiding;
natuurlijk bijna aan het oog onttrokken.

Ruben van Gogh
Utrechts Dichtersgilde

Gedicht bij de CCS Crone-prijs

Ode aan Enter

Men kan geen mens oprechter prijzen
dan door te zoeken naar gelijkenis.
14 dagen na Enter ben ik geboren
als iets van onze feiten waarheid zou zijn.
Maar met namen en cijfers wordt je als schrijver
geketend. Wie schrijft, schrijft vrijheid,
want weet dat werelden geschapen
en vernietigd worden met een woord.
De schepping neigt naar entropie,
bezorgt ons, hemelkinderen, winterhanden,
de tijd verwijdert zich sneller dan sterren:
vandaag een liefde voor de eeuwigheid,
morgen lichtjaren van ons af.
En wat ons rest is spelen in de zon
met maya en sunyata, moleculen
tegen elkaar laten klikken als spel
en paleiszalen vol leegte in elk atoom
vullen met een woord. Alleen het woord
geeft grip. De zon van de logos
wordt gebroken en opnieuw gebroken
in het water maar blijft heel.
Enter schonk ons het detail dat blijft.
De zon die door het omgebogen
randje van een oorschelp schijnt
als door een stukje albast
met een fijn, kersrood adertje.
In elk boek leef je een ander leven.
In elk boek sterf je een andere dood.

Alexis de Roode

Peilloos

– bij het begin van 1 Voor de Verkiezing

In deze glazen arena waar de peilingen
als hyena’s met tandeloze bekken
rond stuiptrekkende kijkcijfers blijven
sluipen, terwijl de kiezers het liefst veilig
in hun warme nesten zouden kruipen,
doen de lijsttrekkers hun stinkende best
om ze nog iets lekkers voor te houden.

Niemand hapt meer toe, iedereen is al zo
moe van al dat kijken, dat de loze beloftes
als bleke slingers blijven prijken rond dat blok
aan hun been, dat ene blok van iedereen,
dat dieper en dieper de put in zinkt.

Is het goud wat daar tussen hun tanden blinkt?
Nee, het is het zwaard van Damocles
dat de lijsttrekkers bij de les zou moeten houden,
opdat zij zich niet snijden aan hun dubbele tong.

De waarheid valt niet te vermijden, knelt als soort
van wrong in hun strakke nekken, ze spreken
— ‘t is preken meer — voor eigen parochie. Ze willen
dat ene punt nog maken; maar creëren juist
die put, die nou net door hun had moeten gedicht,
en waarin peilloos diep die zwevende kiezer ligt.

Ruben van Gogh
1 voor de Verkiezing wordt de komende weken dagelijks om 23u live uitgezonden vanuit een glazen arena, die is opgebouwd op het plein voor Café de Rechtbank en het Utrechts Archief.

Olympische ringen

– bij de huldiging van de Utrechtse (para) olympische sporters

Er hebben klokken gelopen,
er zijn latten gelegd, sprongen
gemaakt, tijden gehaald,
tranen vergoten, kreten geslaakt,
medailles gewonnen, illusies
verloren. Iedereen hier is door
een eigen momentum
begeesterd geraakt.

Nu dat is geweest, staan we stil
bij tot hoe ver iedereen die wil
kan komen. Hoe stap voor stap,
of hink stap sprong, het grote dromen
ooit begon met vallen en weer
opstaan, keer op keer, want
wie meer wil kan dat alleen
met kleine stapjes halen.

Het uurwerk dat hier buiten nog
naar net begonnen is, is heel geschikt
voor die vooruitgang, tikt tik voor tik
met kleine tikjes de tijd weg
voor een toekomstig vuurwerk
waarmee wie jong is weer vooruit kan.

Het uur van nu wordt het vuur
voor morgen, waarin weer klokken
kunnen lopen, latten worden gelegd,
sprongen gemaakt, tijden gehaald,
tranen vergoten, kreten geslaakt.
Iedereen door een eigen momentum
weer begeesterd wordt geraakt.

Ruben van Gogh