Wezen – I.m. Annie Brouwer

Op 17 mei 2017 overleed Annie Brouwer-Korf, oud-burgemeester van Utrecht. Zij was burgemeester van 1 juli 1999 tot en met 31 december 2007 en stond bekend om haar warme hart voor de poëzie. Ruben van Gogh schreef het volgende gedicht tot haar gedachtenis.

WEZEN
– I.m. Annie Brouwer

Er lag een spoor van woorden door de stad
waaraan je je verbonden had,

ze stonden in gedichten
en in raadsbesluiten, kwamen in gesprekken
mee naar buiten.

Nu zijn zij wezen die in stilte verder moeten leven,
niemand die ze in kan lichten
waar hun moeder is gebleven.

Je had je ja-woord aan de stad gegeven,
het nee-nee-nee vol ongeloof
stamelt nog wat na in alle straten,

dooft dan tot losse letters langs de gracht
alsof een vraag op antwoord wacht,

en niemand meer om mee te praten.

 

Ruben van Gogh

Mettertijd – Utrecht UNESCO City of Literature

Gisteren presenteerde Het Literatuurhuis op het ILFU, het International Literature Festival Utrecht, het bidbook waarmee Utrecht solliciteert naar de status van UNESCO City of Literature. Onno Kosters, Gildemeester van het USDG, schreef speciaal voor het bidbook een gedicht, getiteld ‘Mettertijd’. Michele Hutchison vertaalde het gedicht voor het bidbook naar het Engels, met als titel ‘Over The Course Of Time’.

Mettertijd

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de toekomst begon
met de wind in de rug. Midderdag
was het en het doel van de reis
bleek een grens. Boven het land
leunde op niets het verschiet,
de kim bleef verborgen in noties
van steeds meer castella van lucht
die kastelen, barbarenbestendige
forten en bolwerken werden.
Het hart van de stad is een plein
waar Jupiter zelf in een beeld verschijnt.

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de blauwdruk
van oudere heilige huizen gaat op
in een kerk die beschermt
als de mantel van Maarten.
Elk uur waaiert luid een memento
over ommeland uit, tot aan de kust
waar de zee wordt geroerd en zich
spiegelt in jachtige wolken
die al jachtiger landinwaarts bollen
en dan als de storm die de wind
in de rug werd aanvalt, doorklieft
hij het schip, schept hij een wrak.
Het hart van de stad is een plein
is een gat.

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de blauwdruk, de toekomst,
de sporen waarin wordt gelezen
wat de stad schraagt, verder draagt,
zijn sporen die ongewist blijven.
Wat weg is houdt niet op met zijn.
Het hart van de stad is een gat
is een plein waar wat was niet verdwijnt,
waar wat wordt niet ontsnapt.
Wie schrijft herbouwt ruimte tot tijd.

Onno Kosters


Over The Course Of Time

Gedicht bij de begrafenis van Georges Anthonie Meijen

Op  2 mei 2017 werd Georges Anthonie Meijnen begraven op begraafplaats St. Barbara in Utrecht, in een ‘Eenzame Uitvaart’; tussen aanhalingstekens, omdat er na het aanschrijven van bridgevereniging BCO, waar de overledene lange tijd lid was, een groot aantal bekenden en vrienden bleek te zijn; zodat er zo’n 40 bezoekers op de uitvaart waren. Naast Alexis de Roode, de dichter van dienst, spraken twee bekenden van de overledene een kort woordje ter nagedachtenis van Georges Meijnen. De zon scheen en de lente was in volle bloei. Hieronder volgt een herziene versie van het gedicht zoals het op  2 mei 2017 werd voorgelezen.

Georges Anthonie Meijnen

In zes maanden tijd was hij uitgespeeld,
teruggebracht tot de kaalste essentie:
een naam, een sterfdag, een adres.
Politie reed hem naar het ziekenhuis,
hij stierf in ongewassen kleren.

Er werd gezocht, niemand gevonden,
er bleek ook niets geregeld.
Een begrafenis voor twee:
doodgraver, dichter en dode.

Dunner had het lijntje van niemand
naar iemand niet kunnen zijn:
de algoritmes van een zoekmachine,
de uitslagenlijst van een bridgeclub.

De dode groette mij van het scherm:
de hand geheven, rode wangen,
welvend voorhoofd, grijze baard,
in zijn hand een cadeautje.

Zo viel ik zijn decennia diepe wereld in,
de bridgeclub, Trijn van Leemput,
Marktzicht, de tientallen die hem kenden.

Zijn moeder had hem Georges genoemd,
de levenden noemden hem Sjors,
en dat was genoeg, het openbare,
niemand hoefde in zijn huis.

Hij was slimmer dan de meesten.
Kon meesterlijk schaken, studeerde
en sjeesde, las boeken in Engels en Frans,
zocht kunst in andere steden,
verpleegde zijn moeder. Was nukkig.
Dronk. Miste vliegtuigen en wedstrijden,
zat de volgende dag aan zijn vaste tafel
alsof er niets gebeurd was.

Ik denk dat hij niet van verandering hield.
Toen het bier niet meer smaakte, zijn buik
slonk, de rugpijn kwam, weigerde hij
naar de dokter te gaan. Hij trok de deur dicht,
een kind dat geleerd heeft alleen te spelen.

Het sterven geschiedde in hem alleen.
Wat het was, zal niemand weten.
Het staat in een verzegelde envelop,
en misschien is dat genoeg:
de velen die weten hoe hij leefde.

 

Alexis de Roode

Alice treedt binnen in de wereld van Nijntje

Op 16 februari overleed Dick Bruna, de schepper van Nijntje, Snuffie, de zwarte beertjes en meer. Anne Broeksma schreef het volgende gedicht.

Alice treedt binnen in de wereld van Nijntje

Bakt plastic groenten in de oven,
zet de bloemen in een rechte rij
en slaapt onder de blauwe deken
waaronder ook ooit Nijntje sliep.

Ze begrijpt de kinderen in vreemde talen
en zij begrijpen haar.
Haar wereld is een wit konijn
dat zacht is en in eenvoud leeft
en ik – nieuwsgierig naar het wonder
van Dick Bruna –
ik kom haar achterna.

Als een reus in een speeltuin sta ik daar,
geschrokken van hoe groot en grauw –
en begrijp dat geluk een formule is
tussen mens, materie, juiste schaal.
Ik hoor Dick Bruna lachen in de verte.
Hij wist dit allemaal.

Anne Broeksma

 

Duraco-ode

Een van de oudste winkels in Utrecht, stomerij Duraco, stopt binnenkort. Burgemeester Jan van Zanen bracht op 14 februari een verrassingsbezoek aan zijn favoriete stomerij. Dichter Peter Drehmanns schreef dit afscheidsgedicht voor de winkel die binnenkort zijn laatste stoom uitblaast:

Duraco-ode

Wie grondig had gemorst, Duraco loste het op
Wie wilde worden vernieuwd, naar de Ganzenmarkt ging hij
Wie de tabakstank in zijn jas zat was, zweetplekken
wilde wissen, wendde zich tot het Hammann-huis.

Moegestreden kostuums werden weer krijgshaftig,
futloze broeken messcherp, maagdelijk de lakens.
Een teder stoombad voor al uw plunje,
een zachte dood voor meur, vlek & vuil.
Tafelkleden, bedspreien en dekbedden, verheugt u!
Duraco droomt u schoon
Duraco brengt u in de plooi.

Helaas:
van chic naar casual: zo strijkt de tijd
elk verlangen glad en blaast Duraco
zijn laatste stoom uit. Wat eeuwig leek
was tijdelijk:

Duraco de Duracell der stomerijen
generatie na generatie herlaadbaar
maar nu dan, op de dag van de liefde,
blijkt de batterij onvermijdelijk leeg.

Waarheen moet voortaan de burgemeester
met zijn pakken, zijn hemdsboorden, zijn zomen?
Duraco is niet meer, Utrecht huilt –
wie zal nu al die tranen wegstomen?

14 februari 2017

Peter Drehmanns, lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde

Nieuwjaarsreceptie

Op 2 januari 2017 trad Alexis de Roode voor het laatst op als gildemeester. Hij las op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Utrecht een gedicht  voor over Gerrit Rietveld in het kader van 100 jaar De Stijl. De receptie werd gehouden in Cinémec, het geografisch hart van de stad Utrecht.

Kijk en luister naar Alexis’ voordracht.

 

In memoriam papier

Het Utrechts gemeentelijk archief neemt per 1 januari 2017 afscheid van papier, na 650 jaar. Alexis de Roode schreef een In Memoriam voor het papier.

In memoriam papier

Je bent goed voor ons geweest, papier,
je bent lang bij ons gebleven,
al waren we niet altijd aardig voor je.

We maakten je uit levende wezens,
moerasplanten, dierenhuid,
beschreven je met heilige woorden,

we eerden je met schoonschrift,
galnoteninkt, bladgoud, miniaturen,
we droegen je als Pascal op het hart,

uit onze eigen lompen werd je gehamerd
in de papiermolen van Hoograven,
maar het was niet genoeg op den duur,

we vroegen je meer en gaven je minder,
er kwamen machines tussenbeide,
we haalden je uit de Zweedse bossen,

steeds afstandelijker werd het tussen ons.
De streling met de pen werd een printer,
hamerslag werd stopcontact, schellak huisstijl,

we werden deel van de machine, wij beiden,
en nu moeten we afscheid van je nemen.
Het enige wat blijft is de geest, informatie

opgesloten in microtransistors, onleesbaar
zonder hulp van algoritmes, vloeibare
kristallen, zeldzaam aardmetaal,

maar we bewaren wel alles, alles, alles,
behalve jou, jij gaat de weg van alle stof,
hier is nog een gedicht, vaarwel.

© Alexis de Roode

Bij het afbrokkelen van de Domtoren

Utrecht, december 2016
De Domtoren is er slechter toe dan gedacht. Er zijn netten geplaatst tegen vallende stenen.
In het onderstaande gedicht combineert stadsdichter Nanne Nauta dit bericht met de hoogbouwvisie van de gemeente Utrecht en werpt een blik op de toekomst van de stad.

Bij het afbrokkelen van een toren

De trots van Utrecht is honderdtwaalf meter lang,
een rots, steen voor steen gebouwd in de Middeleeuwen,
die ons vaak vanuit de hoogte staat toe te schreeuwen:

‘Mijn grootsheid houdt uw ontwikkeling in bedwang,
want ooit is er door hogerhand over besloten
dat geen gebouw mij in lengte voorbij zal stoten.’

Hoogmoed komt voor de val, zeker in Nederland,
nu de stenen kantelen kantelen tot wegen
en onze stad verpulverd wordt tot platteland.

© Nanne Nauta

Kerstboodschap

26 december 2016 – De Stichting Ambulante Dagbesteding organiseerde op Tweede Kerstdag een gratis kerstmaaltijd voor 80 eenzamen, daklozen en vluchtelingen uit Utrecht. Bij deze gelegenheid droeg Fred Penninga in café Restaurant de Branding (in de Utrechtse Dichterswijk) het volgende gedicht voor.

WE ZIJN OP DE WERELD

Kerstboodschap en nieuwjaarswens in één!

Utereg jouw stadsie daar gebeurt van allerhand.
Het meeste blijft onzichtbaar, niemand die het weet
eenzaamheid en armoe dat heet het kleine leed.
Pas als het misgaat, staan er zes regels in de krant.

De wereld van de regelaars die met twee maten meet;
vele tekens aan de wand, maar zelden één verband
steeds meer minder zorg in dit verkilde kikkerland.
Te veel mensen waaraan te weinig aandacht wordt besteed.

Er past slechts één moraal op dit pikdonkere verhaal:
kijk om, zorg voor elkaar; wie goed doet, goed ontmoet.
Deze hartekreet geldt integraal voor ons allemaal.

Zo moeilijk is het niet; begin gewoon, met frisse moed.
Dit is boodschap en wens, in één pakket, totaal;
zeg ‘ns: eet mee, hier is mijn uitgestoken hand, als groet!

WE ARE ON THIS WORLD

Christmas- message and a message for New Year in one!

In your city Utrecht all kind of things are happening.
most of them are invisible, nobody knows
loneliness and poverty are called small sorrow.
Only when things go wrong, one can read six lines in the newspaper.

This is a world of controllers that use double standards;
There are so many signs, but rarely one clear connection
There is increasingly less care in this chilly land.
Too many people are receiving too little attention.

The moral of this pitch-black tale is only one:
look around, take care of each other; who does good, meets well.
This heartfelt cry applies fully to all of us.

It isn’t that difficult; just start with bold courage.
This is a message and a plead, packed as one;
Tell a neighbor: join my meal, take my outstretched hand, as a greeting!

 

Wolvenplein

Utrecht, 15 december 2016 – Ars longa, vita brevis. De kunst duurt lang, het leven kort. Een oude Romeinse wijsheid die op de locatie Wolvenplein, het voormalig huis van bewaring, een eigen dynamiek kent. Stadsdichter Peter Drehmanns schreef een gedicht om het vast te leggen voor het nageslacht. Na wat omzwervingen in tijd kon hij het eindelijk ten gehore brengen en de blijvende herinnering aan de functie van dit complex in de vorm van een raamposter onthullen.

 

WOLVENPLEIN

Hier zaten ze te zitten. Werden bewaard
voor betere tijden. Huilden
naar de overkant: wolven in luchtkooien.

Ieder had zijn nummer, zijn hoofdkap –
besmetting ongewenst; celstof
was men, papierpulp in de handen
van de willekeur – later werd het
veiligheidsglas doorzichtig, naar buiten
kijken mocht, prikkeldraad was daar,
een voortvluchtige wolk, gekapte bomen

en in de hoek steeds een reiswekker –
met ratelend kunstgebit telde hij
de uren de misstappen de pakkansen.

Daar ligt hij te liggen: een wolf die omziet
niet in wrok maar met gestilde blik
met zachte tanden
wachtend op bevruchting

©Peter Drehmanns

Het aandachtig publiek
De onthulling
Het gedicht