Stadsgedicht voor Prinses Beatrix

Op maandagavond 20 januari 2020 vond in TivoliVredenburg de interreligieuze bijeenkomst In Vrijheid Verbonden plaats, om de band tussen zes religies en levensbeschouwingen te versterken in de geest van de Unie van Utrecht (1579). Aan het eind droeg Anne Broeksma een speciaal voor de avond geschreven stadsgedicht voor, waarna het gedicht ingelijst als cadeau aan Prinses Beatrix werd overhandigd. Andere sprekers tijdens de avond waren Utrechts burgemeester Jan van Zanen en fractievoorzitter van GroenLinks Jesse Klaver. 

VONDST

voorbij de oude bomen
waar gestreepte en gestipte dieren
door de velden lopen
ligt tussen rietkragen
onder het water verscholen:
een woord

een kind dat kleine amfibieën vangt
ziet het glinsteren vanaf de waterkant
haalt het papier met het woord
naar boven, hangt het in de tuin
aan een waslijn te drogen

het hele dorp komt uitgelopen
vreemd is het, vreemd
dat het niet door het water
in vezels uiteen is gebroken
het moet wel een heel oud woord zijn
en iedereen bekijkt het vol bewondering

gaat dan op zoek naar de sleutel
om het woord mee open te breken
men maakt muziek,
verhalen en gebeden
en het komt weer tot leven
zingt rond in de mooiste zalen,
in tempels, kathedralen en moskeeën

soms hoeven ze alleen maar
aan het oude woord te denken
en dan zit het al verscholen in hun ogen
de zachte focus, die plaats maakt
een ruimte openbaart
waarin de ander veilig af kan dalen

men zegt dat in die ruimte
ooit het woord werd geboren

Anne Broeksma

 

 

 

 

 

 

Winters stadsgedicht

Ruben van Gogh, Gildemeester van het Utrechts Dichtersgilde, blikt terug en schreef een winters Stadsgedicht over de gebeurtenissen van 2019 in Utrecht.

MIDDERNACHT TE UTRECHT

De stad staat in de steigers, winterklaar,
overziet het afgelopen jaar en streept

haar gebeurtenissen een voor een af:
de sneltram waar pas op het einde schot

in kwam en die ene waarin werd geschoten,
toen de binnenstad een stille zondag werd

in alle winkelstraten. Ach, en wat er verder
allemaal werd losgelaten. De oude beuk

die achterbleef als kale tak en stam, de wet-
houder die vertrok naar Amsterdam en die

ander die maar zitten bleef. En dan de zaken
waaraan geen einde lijkt te komen: singels

die nog niet in cirkels stromen, wijkraden
die niet langer worden gehoord, boeken

die op nieuwe kasten wachten, sprintsters
die naar gouden plakken smachten,

muziek die nooit meer opklinkt bij de Dom,
dames wachtend op hun raam en ook

hun baan aan de Europalaan die weg moet
gaan, burgers die met lege handen staan,

wegen die wel-niet-wel-niet worden verbreed
en niemand draagt een boetekleed.

De Dom toornt bedrempeld als staketsel uit
boven de Oudegracht en wacht,

zal de klok dit jaar niet twaalf zien slaan
omdat de wijzers elders in de opslag staan.

Ruben van Gogh

Tram 22

Op zaterdag 14 december voltrok zich dan eindelijk de feestelijke opening van tramlijn 22 (de Uithoflijn) van Utrecht Centraal naar het Sciencepark, die vanaf 16 december volgens dienstregeling gaat rijden. Baban Kirkuki schreef daar het volgende stadsgedicht over.

TRAM 22

Een lijn die vele seizoenen heeft gekost.
Van hete zomers waarbij het gras langs
en tussen de trambaan werd gedroogd,
tijdens het wachten op verloren tijd.

Het gras bloeide weer op met de regen,
maar de tram was nog niet klaar
om de vertraagde tijd in te halen.

Maar de weg naar de wetenschap had haast.
Het spoor beloofde ongemakken weg te nemen
met een duurzame tram door groene zones.
De stad legt een nieuwe verbinding.

Nu vertrekt de duurste tram van Nederland.
In stijl wordt de massa kennis vervoerd.
De route naar het Science Park kleurt geel.

Baban Kirkuki

Actiegedicht

Buslijn 4 Zuilen dreigt te verdwijnen. Deze lijn wordt omgenummerd tot lijn 7, maar zal een andere route rijden. Hierdoor vervallen de haltes rond Schaakwijk. Op deze plek wonen veel ouderen, die slecht ter been zijn. Zij zullen nu zo’n 500 meter extra moeten lopen naar een bushalte. Tegen deze verlegging van de route is veel weerstand en protest; zo zijn er al meer dan 900 handtekeningen opgehaald. Gildemeester Ruben van Gogh zet dit protest poëtische kracht bij middels dit stadsgedicht:

BUSLIJN VIER VIA SCHAAKWIJK
(MOET BLIJVEN!)

Busroutes zijn als levenslijnen,
wie ze omlegt legt heuse levens om.

Wie nog weet hoe hij lopen kon, voor
het schuifelen begon, waarmee de halte

dag na dag wat verder leek, week
na week, jaar na jaar, vreest het gevaar

dat een opstaphalte eindpunt wordt.
Nog lijkt het haalbaar, maar het leven

is niet schaalbaar: vijfhonderd meter
verder is een onmogelijkheid voor wie

voet voor voet de tijd verbeidt. Je zou
wel verder wíllen, maar het wil niet meer.

Het leven is vol hindernissen, en dan
ook de laatste bus nog moeten missen.

Ruben van Gogh

 

Gedicht voor het UMC Utrecht

Op 14 november werd door DIG (Design Inovation Group) een gedicht van Pauline Pisa aangeboden aan de Raad van bestuur van het UMC Utrecht. DIG heeft binnen alle geledingen van het Utrechtse UMC een groot onderzoek verricht om te peilen hoe men er tegen de toekomst aankijkt. De centrale vraag hierbij luidde: ‘Waar staat het UMCU in 2030?’ Op basis van de bevindingen en uitkomsten van dit onderzoek schreef Pauline onderstaand gedicht:

Stadsgedicht ‘Denk aan de Dom’

In september 2018 werd de motie Denk aan de Dom door de Utrechtse Gemeenteraad aangenomen. Daarin werd het College van B&W opgedragen ’te zorgen dat over 40 jaar de raad een herinnering zal ontvangen dat de Dom binnenkort een restauratie nodig zal hebben’. Het gemeentelijk projectteam dat verantwoordelijk is voor de restauratie klopte aan bij het Stadsdichtersgilde met de opdracht alvast gestalte te geven aan deze herinnering. Scheidend Gildemeester Onno Kosters nam vervolgens deze taak op zijn schouders en schreef  ‘Denk aan de Dom’, een 112 regels hoog en in de vorm van de 112 meter hoge Domtoren uitgevoerd gedicht. Deze spectaculaire schepping werd op donderdag 17 oktober 2019 door de burgemeester onthuld in de grote trouwzaal van het stadhuis. Het ingelijste monumentale gedicht zal een plek krijgen in het stadhuis, vermoedelijk in de raadszaal.

Wil je het hele gedicht lezen? Dat kan hier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenzame Uitvaart van Hendrika Doomernik-Bliekendaal

Op 26 september 2019 overleed Hendrika Doomernik-Bliekendaal (geb. 7-11-1920). Omdat zich bij haar dood geen nabestaanden of vrienden hadden gemeld, werd er een Eenzame Uitvaart voor haar geregeld. Ruben van Gogh, onze nieuwe Gildemeester, schreef een gedicht voor de overledene dat hij tijdens de uitvaart voorlas.

GEWEZEN MOEDER

U sloot dan toch de laatste maal uw ogen,
in verdriet of ongeloof, en schoof zo het leven uit,
mij toch wel wat verwonderd achterlatend,
nu ik van u heb gehoord, nu pas,
na bijna honderd jaar, aan uw graf nu pratend.

Een eeuwfeest had het moeten worden, dat er veel
gebeurd is kan dan niet anders – voldoende tijd
daar uitgebreid bij stil te staan: ruzies, slaande
deuren, groot verdriet, uw man misschien.
Ik verzin maar wat, ik weet het niet.

Als je kinderen tot aan het einde geen behoefte
hebben je te zien, is het beter niet te veel te weten,
maar voor nu van het liefdevolle uit te gaan.

Zo kunt u mij dan hier zien staan: als een vergeten
zoon, die alsnog wat laatste woorden tot u richt,
nu u hier als gewezen moeder voor hem ligt.

Ruben van Gogh

Ook aanwezig bij de begrafenis was Gildelid Alexis de Roode, die het volgende verslag schreef:

Dinsdag 8 oktober

Deze ochtend is de hemel parelgrijs met zilvergouden scheuren erin, als de dichter van dienst en uw verslaggever arriveren bij de toegangspoort van St. Barbara. ‘Een begraafplaats die leeft!’, zo luidt de prikkelende slogan van deze van oudsher Rooms-Katholieke dodenakker. Tegenwoordig mag men zich hier met elk geloof laten begraven. Op het naambord van de begraafplaats ontbreken wat letters en een deel van het kruisteken, maar de directrice, mevrouw Kolkhuis Tanke, verzekert ons dat het bord binnenkort gerepareerd zal zijn, helaas niet meer voor Allerzielen. Dat beetje verval draagt ook wel weer bij aan de herfstige stemming. De begraafplaats zelf is parkachtig, groen en bloemrijk, met veel goed verzorgde graven.

De dragers staan om 9.20 uur al plechtig opgesteld, vier boomlange, fris geknipt en geschoren jongemannen in chique grijze jassen met zwarte revers en hoge hoeden. Het wachten op de overledene duurt een tijdje. Een klein buitje barst los. We kunnen schuilen onder twee grote bomen bij de ingang, maar de dragers moeten blijven staan als erehaag, want de overledene kan elk moment arriveren. Hun hoge hoeden bieden enige beschutting. Het wachten is op het stoffelijk overschot van Hendrika Doomernik-Bliekendaal, overleden op 26 september jongstleden. Ze haalde net niet de eeuw en werd 99 jaar oud. Sinds een paar jaar woonde ze in een bejaardentehuis. Ze was al weduwe sinds de jaren ’80. Volgens de doorgegeven informatie heeft ze vijf kinderen gehad, maar daarvan zijn er, zover bekend, nog maar twee in leven. Twee zoons. Beide hebben aangegeven niet bij de begrafenis aanwezig te zullen zijn. Naar de achtergronden van deze verhoudingen is het gissen.

Er arriveren toch nog twee onverwachte bezoekers: een dame van rond de veertig en een heer van rond de vijftig. Zij blijken de verplegers te zijn die mevrouw Doomernik de laatste jaren hebben verzorgd. Ze hadden in de krant gelezen wanneer de begrafenis was. De dame stelt zich voor als Hermien. Ze vertelt dat ze vanaf het begin voor mevrouw Doomernik heeft gezorgd, toen ze in het tehuis kwam. Ze was toen al dement. ‘In het begin had ze nog wel eens praatjes, maar de laatste tijd zei ze niet veel meer.’

De verpleegster heeft een grote roodoranje roos bij zich. Ze was dol op mevrouw Doomernik, vertelt ze. Het was een lief vrouwtje met een ‘schattig koppie’, een echte Utrechtse. Waarom de zoons geen contact meer met haar wilden, weet ze niet. Later horen we dat een van de twee zoons nooit is opgevoed door zijn moeder.

Tegen kwart voor tien komt de begrafenisauto aangereden, een lange grijze Mercedes die mooi kleurt bij de lucht en de dragers. De kerkklokken luiden. De begrafenisondernemer, de heer Overbeek, stapt uit en stelt zich aan ons voor, begroet de dragers. De auto rijdt het grindpad op, de vier drager gaan er naast lopen, en in langzame optocht lopen we een stukje richting de groeve. De directrice van de begraafplaats komt erbij en loopt samen met de uitvaartleider voor de auto, de dichters en de verplegers erachter. Dan tillen de dragers de blankhouten kist uit de auto en rijden hem verder op een baar.

Mevrouw Doomernik komt te liggen op een stukje van het kerkhof dat is gereserveerd voor gemeentebegrafenissen, dat wil zeggen begrafenissen die niet worden betaald door de dode zelf of diens nabestaanden. De gemeenschap draait voor de kosten op en dat betekent dat het budget minimaal is. De doden liggen daarom getweeën op één plek, de eerste dode zo’n twee meter diep. Mevrouw Doomernik is de tweede overledene voor deze plek en daarom is het gat duidelijk minder diep dan gebruikelijk.

In Utrecht wordt de overledene direct naar het graf gebracht. De auto, de vier dragers en de kist worden beschouwd als het minimum aan eerbetoon waar elke overledene recht op heeft.

De dragers tillen de kist op de draagconstructie boven het gat. Verpleegster Hermien legt de roos op de kist. Ruben van Gogh draagt met zijn sonore stem, met heldere articulatie en rollende r’s, zijn gedicht voor. Daarna legt hij het handgeschreven gedicht op de kist, onder de roos. De uitvaartleider geeft een sein en de dragers laten de kist een centimeter of vijftig dalen in het gat. Daarmee is de ceremonie voor nu afgelopen. De doodgraver zal het werk later afmaken.

Na afloop komen de heer Overbeek en mevrouw Kolkhuis Tanke naar de dichter toe en verklaren hun waardering en instemming met het gedicht. Verpleegster Hermien is er erg blij mee en vraagt of ze het gedicht mag meenemen naar het verpleeghuis, om het daar op te kunnen hangen. Haar collega Hans vond het ook heel mooi.

Gezamenlijk lopen we terug naar de uitgang van de begraafplaats en nemen afscheid, tot een onbestemd weerzien.

Gedichten bij expo Op Kunstsafari door Utrecht

Op 18 september is in het Stadskantoor de expositie ‘Op Kunstsafari door Utrecht’ geopend. Deze tentoonstelling besteedt aandacht aan kunst in de openbare ruimte van Utrecht, zoals markante gebouwen, muurschilderingen, gedichten (o.a. de Letters van Utrecht) en bijzondere kunstwerken. Speciaal hiervoor schreven enkele leden van het Stadsdichtergilde gedichten, die ook te bewonderen zijn in het Stadskantoor. De tentoonstelling is gratis toegankelijk en tot 12 maart 2020 gedurende de openingstijden van het Stadskantoor (Stadsplateau 1 in Utrecht) te zien.

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe Gildemeester

Na ruim twee jaar met verve te hebben opgetreden als Gildemeester laat Onno Kosters zich op 1 september aflossen door Ruben van Gogh. Onder leiding van Onno vond er binnen het Gilde een verjonging plaats door de komst van Hanneke van Eijken, Vicky Franken en Daniël Vis. Ook verschenen er tijdens zijn bewind diverse bundels, zoals Dichterbijen/Poet Bees (2017; met Carol Ann Duffy), Dichters bij Wilhelmina (2018) en Regels voor Europa (2019). Zelf schreef hij dertien Stadsgedichten, onder meer bij de aanslag op een tram in Kanaleneiland op 18 maart 2019.

Kosters opvolger, Ruben van Gogh, was in 2011/2012 al eens Gildemeester.

                                           

 

Gedicht voor afscheid organiste Eveline M. Jansen

Op 23 juni nam Eveline M. Jansen na 53 jaar afscheid als organiste en dirigente van de oud-katholieke kathedrale kerk van Ste. Gertrudis in Utrecht. Na een mis waarin de organiste voor de laatste keer te horen was vond er een afscheidsreceptie plaats, waarbij Gildedichter Ruben van Gogh onderstaand gedicht voorlas. Het gedicht werd ook in fraai ingelijste vorm aangeboden als cadeau.

 

 

 

 

 

 

 

SLOTAKKOORD OP HET ORGEL
– voor Eveline M. Jansen

Lippen die nu zullen zwijgen en tongwerk
dat de tijd verbeidt. Handen, net gespreid,

vallen stil alsof zij rouwen om een bestaan
dat opgehouden is te bestaan. Daar gaan

de laatste klanken in een na-ijlend danken
de tomeloze hoogte in, om met tegenzin

te doven. Hoe kan je ook geloven dat het is
gedaan. Het hoofd is als een kathedraal,

waar lang nog na het avondmaal, als alles
haast vergeten is, de opgediste verhalen

zich in het heden herhalen, als de echo’s
van beleden koralen op klavier en pedalen.

Ruben van Gogh