Kerstboodschap

26 december 2016 – De Stichting Ambulante Dagbesteding organiseerde op Tweede Kerstdag een gratis kerstmaaltijd voor 80 eenzamen, daklozen en vluchtelingen uit Utrecht. Bij deze gelegenheid droeg Fred Penninga in café Restaurant de Branding (in de Utrechtse Dichterswijk) het volgende gedicht voor.

WE ZIJN OP DE WERELD

Kerstboodschap en nieuwjaarswens in één!

Utereg jouw stadsie daar gebeurt van allerhand.
Het meeste blijft onzichtbaar, niemand die het weet
eenzaamheid en armoe dat heet het kleine leed.
Pas als het misgaat, staan er zes regels in de krant.

De wereld van de regelaars die met twee maten meet;
vele tekens aan de wand, maar zelden één verband
steeds meer minder zorg in dit verkilde kikkerland.
Te veel mensen waaraan te weinig aandacht wordt besteed.

Er past slechts één moraal op dit pikdonkere verhaal:
kijk om, zorg voor elkaar; wie goed doet, goed ontmoet.
Deze hartekreet geldt integraal voor ons allemaal.

Zo moeilijk is het niet; begin gewoon, met frisse moed.
Dit is boodschap en wens, in één pakket, totaal;
zeg ‘ns: eet mee, hier is mijn uitgestoken hand, als groet!

WE ARE ON THIS WORLD

Christmas- message and a message for New Year in one!

In your city Utrecht all kind of things are happening.
most of them are invisible, nobody knows
loneliness and poverty are called small sorrow.
Only when things go wrong, one can read six lines in the newspaper.

This is a world of controllers that use double standards;
There are so many signs, but rarely one clear connection
There is increasingly less care in this chilly land.
Too many people are receiving too little attention.

The moral of this pitch-black tale is only one:
look around, take care of each other; who does good, meets well.
This heartfelt cry applies fully to all of us.

It isn’t that difficult; just start with bold courage.
This is a message and a plead, packed as one;
Tell a neighbor: join my meal, take my outstretched hand, as a greeting!

 

Wolvenplein

Utrecht, 15 december 2016 – Ars longa, vita brevis. De kunst duurt lang, het leven kort. Een oude Romeinse wijsheid die op de locatie Wolvenplein, het voormalig huis van bewaring, een eigen dynamiek kent. Stadsdichter Peter Drehmanns schreef een gedicht om het vast te leggen voor het nageslacht. Na wat omzwervingen in tijd kon hij het eindelijk ten gehore brengen en de blijvende herinnering aan de functie van dit complex in de vorm van een raamposter onthullen.

 

WOLVENPLEIN

Hier zaten ze te zitten. Werden bewaard
voor betere tijden. Huilden
naar de overkant: wolven in luchtkooien.

Ieder had zijn nummer, zijn hoofdkap –
besmetting ongewenst; celstof
was men, papierpulp in de handen
van de willekeur – later werd het
veiligheidsglas doorzichtig, naar buiten
kijken mocht, prikkeldraad was daar,
een voortvluchtige wolk, gekapte bomen

en in de hoek steeds een reiswekker –
met ratelend kunstgebit telde hij
de uren de misstappen de pakkansen.

Daar ligt hij te liggen: een wolf die omziet
niet in wrok maar met gestilde blik
met zachte tanden
wachtend op bevruchting

©Peter Drehmanns

Het aandachtig publiek
De onthulling
Het gedicht

ESSENSTERFTE

ESSENSTERFTE
– voor de 20.000 essen in Utrecht

De es sterft in venijn: dat van die Yggdrasil
bleek niet waar te zijn – het was geen es
als wereld-as, maar de immer groene taxus.

Een vergissing die haar bast heeft aangetast,
schimmige leugens die schimmels vleugels
gaf en dan de honingzwam die er op afkwam,

haar wortels ondergroef. Geen godenboom
maar gewoon en verzameling droef geworden
takken. Het gevaar behelst nu ook al kiepen,

de iepen achterna. En als zij dan niet langer
die boom des levens is, leeft zij enkel voort
in schijn, alsof het voor altijd herfst zal zijn.

Ruben van Gogh

Domtoren, trots van de stad

Van 25 juni 2016 t/m 2 oktober 2016 huisvestte het Centraal Museum te Utrecht een expositie over de Domtoren onder de naam TROTS VAN DE STAD. Els van Stalborch schreef onderstaand stadsgedicht ter gelegenheid van de opening van de deze expositie.

900x450_2603
Domtoren

Ik heb de kanten kraag van de toren lief,
de ragfijn geweven steen van zijn spitse
bogen, pinakeltjes en klokkenstoel.
Als ik mijn hand te horen leg voel ik
de eeuwen stromen en zijn verhaal
dat niet te drogen is.

Ik heb het spel van zijn klokken lief,
die het razende ritme van de stad
nog overstemt en even stilt.
Als ik mijn oor te tasten leg tegen
zijn huid vervloei ik met de klank
van het verleden.

Ik heb zijn achthoekige lantaarn lief,
die alle ruimte laat voor licht, dat
het Domplein niet meer bereikt.
Als ik mijn oog naar boven draag
hoor ik hoe het heden langzaam
zwijgt en niets.

Ik heb zijn leien kroontje lief,
dat nauwelijks nog naar de hemel
wijst, een afdak voor de wind.
Als ik mijn hoofd te waaien leg
zie ik een kleurig vergezicht
dat heel dichtbij.

Els van Stalborch.

Utrecht op de Olympus

huldiging-olympiersOp zondag 4 september om 16 uur werden de Utrechtse deelnemers aan de Olympische Spelen van 2016 gehuldigd bij het Stadhuis, met o.a. Giel Beelen en burgemeester Jan van Zanen. Dafne Schippers (zilver 200 m), Inge Janssen (zilver dubbelvier), Laurien Leurink (zilver hockey) en Monica Lanz (vrouwen acht) waren aanwezig. Bij afwezigheid werden ook Harold Langen (roeien), Kaj Hendriks (roeien), Claudia Belderbos (roeien), Robbert Kemperman (hockey) en Sander de Wijn (hockey) geëerd. Alexis de Roode las het volgende gedicht voor:

Utrecht op de Olympus

Een goddelijke quadriceps femoris,
een gluteus maximus om voor te knielen,
benen waarmee je een tempel kunt stutten,
een reactievermogen om met bliksem te eren,
bovennatuurlijk synchroon getrokken riemen,
samenspel dat echoot in de harmonie der sferen,

het is mooier dan metaal. Metaal is maar materie,
maar een mens die meester wordt over het bewegen
van lichaam en geest
is een alchemist die zichzelf verandert in goud.
Hij heeft van ruwe steen een tempel gebouwd
en is op vleugels de materie ontstegen.

En waar het maanstof en zonnestof
uiteindelijk neerdwarrelt
is een kwestie van godengunst.
Het spreekt voor de kranten
maar het spreekt niet voor alle jaren van toewijding,
voor de grenzen verlegd in het lijf,
het spreekt niet voor alle offers,
het spreekt niet voor de ziel.

Ver weg van hier, op de top van de Olympus
ligt een heel klein stukje van deze stad.
Daar spreken Hera en Zeus een woordje plat
en de Utrechters die daar mogen wonen,
het zijn er maar een paar:

een gezwinde blonde hinde,
de volmaakt synchrone meesters op het water
de magiërs van stok en bal en samenspel,
zij zijn het ware goud van deze stad.

En hier beneden strekte de Dom zijn leden
om iets te zien van wat jullie daar deden,
en het Stadskantoor op zijn betonnen benen,

en iedereen die in gedachte mee ging
sprong een eindje in de lucht van vreugde
bij elke grote en kleine overwinning,
bij elke volmaakte beweging.

Alexis de Roode

Eenzame uitvaart #21 Het mooiste weer van de wereld

Utrecht, 26 augustus 2016, M.C.M. Harderwijk, 12.11.1950 – 22.8.2016.
Aula: Begraafplaats Tolsteeg, Utrecht
Dichter van dienst: Jan van der Haar
Verslag: Fred Penninga

Het mooiste weer van de wereld. . .

Op een enkele vederwolk na, is de lucht strak blauw. De zon schijnt al koesterend warm op mijn rug, als ik vrijdagochtend 26 augustus 2016 om half-negen naar de Gemeentelijke Begraafplaats Tolsteeg fiets. Hoog zomer.
Bij het open toegangshek word ik begroet door iemand in een donkergroen colbert-met-gemeentewapen. Hij vertelt waar de wachtruimte is en dat ik daar ook mijn fiets kwijt kan. Even later komt ook Jan van der Haar, dichter van dienst, aangefietst en ik wijs hem waar hij zijn fiets kwijt kan. De wachtruimte is nog afgesloten.
We signaleren de begrafenisauto, met de kist, bij het hek. Voorafgegaan door een mevrouw en de man met het groene colbert nadert de auto stapvoets de wachtruimte. Jan en ik staan beleefd stil te kijken.

De begrafenisauto stopt, de chauffeur stapt uit. Hij, de mevrouw en de man in het groene colbert komen op ons af. We schudden handen en stellen ons voor.
Elles van Dam (uitvaartleider/office-manager Uitvaartverzorging Barbara); Ton van Ringelestijn (chauffeur en uitvaartverzorger) en Vincent Sodaar (medewerker begraafplaats Tolsteeg). Jan van der Haar noemt zich ‘dichter-van-dienst’ en ik noem mij secondant, meegekomen voor het verslag. Het is negen uur in de ochtend en het belooft een mooie dag te worden.

We wachten op niemand. We verwachten ook niemand. We zijn met ons vijven. Hoe eenzaam kan een uitvaart zijn? De kist komt uit de auto en gaat over op een karretje met keurig afhangende bordeaux-rode gordijnen. Gevijven duwen we het karretje naar een gapend gat in het gras van de begraafplaats: de laatste rustplaats. Vogels, die rond de wachtruimte nog voluit kwetterden, lijken als op bevel stilgevallen. . .
We staan rond het graf. Elles van Dam vertelt dat wij vanmorgen de heer Harderwijk komen begraven. In alle rust en eenzaamheid. Ze geeft de dichter-van-dienst het woord en Jan van der Haar leest zijn – eerste – eenzame uitvaart-gedicht.
Jan noemt de overledene al Martin. Hier en daar is er tóch een vogel die voorzichtig reageert. Door een duwtje met een enkele teen laat een mechanisme de kist zakken.

Jan ontvangt lof en dank van Elles, Ton en Vincent. Alsof we elkaar al een beetje kennen. . . alsof we de heer Harderwijk; ook wij noemen hem nu Martin, zelfs een beetje hebben leren kennen. Jan vertelt dat hem dat nog het meest heeft ontroerd: door het schrijven van het gedicht was het alsof de dode voor hem was gaan leven.

Nog even hebben we wat nagepraat, op gehoorafstand van het graf. Dat er wel zussen en een broer zijn; maar niemand die wist te vertellen waar dan, of hoe daarmee in contact te komen. Dat er al twintig jaar een hulp in de huishouding was, die nog kleding voor Martin uit zijn huis had gehaald om hem netjes aangekleed in de kist te leggen. Maar dat zij niet naar de uitvaart wilde komen. Dat er toch collega’s van Martin moesten zijn uit de tijd dat hij op het kantoor van Protestantse Kerken Nederland werkte (hij was pas sinds 5 april 2016 met pensioen). Maar dat er niemand van de daar aanwezige medewerkers was die de uitvaart kon bijwonen.
Dat hij een begeleidster had, die hem misschien nog het meest nabij was. . . maar dat zij nu nèt met vakantie in het buitenland was.
En tenslotte de speculatie dat Martin misschien zelf de regie van zijn uitvaart in handen had genomen en eigenlijk wilde dat er niemand zou zijn. . . We nemen afscheid van elkaar en iedereen gaat doen wat er die dag nog gedaan moet worden.

Als Jan en ik door het wijdopen hek fietsen en ons afvragen of we nog ergens een bakkie troost zullen drinken, kijk ik op mijn horloge. Het is pas twintig over negen, dus dat kan wel. Het worden uiteindelijk elk twee bakkies troost. Dat mag ook wel, ook al is het het mooiste weer van de wereld.

 

In Memoriam M.C.M. Harderwijk
(12.11.1950 – 22.8.2016)

Op 26 augustus 2016 om 9.00 uur op
begraafplaats Tolsteeg te Utrecht is de
Eenzame Uitvaart van Martin Harderwijk.
Bij Martin kwam er zelden iemand in de
Hubert Duyfhuysstraat 39, zoals het
telefoonboek hem vermeldt – de enige
treffer op Internet. En later, na zijn
moeders dood, al helemaal niemand.
Zijn broer en drie zussen bleven weg.
Hij leefde als een kluizenaar. Hij werkte
als een dienstbaar, heel sociaal persoon
die hield van computeren, lekker eten en
drinken, en roken. Martin rookte als een ketter!
Eerst kreeg hij blaaskanker, hij herstelde,
maar eind maart van dit jaar werd er
slokdarmkanker vastgesteld, waar niets
meer aan te doen was. Op 5 april ging hij
met pensioen. Hij was eerst conciërge op een
middelbare school in Utrecht en werkte
daarna op de postkamer van de Protestantse
Kerken Utrecht. Zelf was hij niet gelovig.
Hij werd in het Antoniusziekenhuis opgenomen.
Daar kreeg hij veel post, die hem deed spotten:
Waarom gingen ze niet met me om toen ik gezond was?
Martin trok zich terug in een coma en daarna nog
verder in de dood. Alleenstaand, de eer aan zichzelf.

Te vermoeden valt een grote woede – op de wereld
die hij weg rookte. Dat hij daarmee ook zichzelf zou weg
roken was bij de prijs inbegrepen. Heb vrede, Martin!
Alleen jij weet wat het leven jou geboden heeft.
Het mysterie van de dood is jou deelachtig geworden.
Laat het minder eenzaam zijn dan je leven was.
Heb vrede.

 

27 augustus: Dichters in het Pandhof bij de Dom!

Komende zaterdag van 13.30 tot 14.30 treden Ruben van Gogh, Els Van Stalborch, Pauline Pisa en Maarten Das op in het Pandhof bij de Dom, met gedichten rond het thema “Hortus Conclusus” en ander werk. Komt dat horen, komt dat zien!

dichters in pandhof bij de dom

Trouwboekje in Utrecht voortaan met gedicht

Eind 2015 schreef gildemeester Alexis de Roode een stadsgedicht voor het gemeentelijke trouwboekje. Op 13 mei 2016 is dat officieel gepresenteerd bij de bruiloft van de zoon van Pieti Kuipers, de secretaris van het bestuur van het Utrechts Stadsdichtersgilde (voor een verslag zie hier).  Het gedicht is gedrukt op een doorzichtig inlegvel, dat meegeniet wordt bij het inbinden van het boekje, zodanig dat het woord „Trouwboekje” op de titelpagina van het boekje doorschijnt en de titel van het gedicht vormt. De titel kan dan ook „Partnerschapsboekje” luiden want ook bij een geregistreerd partnerschap kan je een boekje krijgen.

Tot noch toe stond er nooit een gedicht in het trouwboekje, alleen dorre ambtelijke taal over wat te doen bij overlijden en dat soort zware zaken. Vanaf nu wordt ook de liefde bezongen in het trouwboekje.

prf1_41SZ53_GEU_inlegvel

Stadsopera Onderweg

Op 1 mei 2016 stond de culturele zondag in het teken van vluchtelingen. Ruben van Gogh en Baban Kirkuki schreven voor deze gelegenheid het libretto voor de stadsopera Onderweg. De primeur en eenmalige vertoning vond plaats op drie verschillende locaties.

Een impressie vanaf locatie Stadskantoor:

P1000358 P1000363 P1000364 P1000365 P1000366 P1000371 P1000379 P1000381 P1000383 P1000400 P1000403 P1000406 P1000413 P1000415