Eenzame uitvaart #24: Een vertaler die de taal kwijtraakt

Zeist, 1 maart 2018, Bryan Rippon (20.04.1968 — 21.02.2018).
Aula: van Tellingen,  Zeist
Verslag en Dichter van dienst: Vicky Francken

I.M. Bryan Rippon

Op maandag 26 februari komt er bij het Utrechts Stadsdichtersgilde, afdeling Eenzame Uitvaart, een ‘voorlopige aanvraag’ binnen. Een dag later volgt nader bericht: ‘De reeds aangekondigde uitvaart is definitief’. Even blijft mijn oog aan die formulering hangen. Natuurlijk begrijp ik wel dat hier niet de uitvaart zelf maar de aanvraag als definitief wordt bestempeld, maar toch: hoe mooi zou het zijn als een uitvaart niet definitief was? Dat je kon uitvaren en gewoon weer terugkeren, alsof je simpelweg een boottochtje had gemaakt… waarop je je misschien zelfs nog even gewaagd had aan wat pootjebaden in de Styx, maar daarna toch tot rechtsomkeert had besloten. Nee, helaas.

Op donderdag 1 maart 2018 noteerde het KNMI in De Bilt voor het eerst sinds 1947 een officiële ijsdag op de eerste dag van de meteorologische lente. Op deze koude dag, gevoelstemperatuur tussen de -8 en -14 graden Celsius, vond de crematie van Bryan Rippon plaats.

Er zou de mogelijkheid zijn om afscheid van Bryan te nemen en hoewel de uitvaartondernemer me vertelde dat hij geen idee had of er wel iemand bij zou zijn, hoorde ik van de gemeentemedewerker dat Bryans collega’s van vertaalbureau Overtaal graag wilden komen. Toen ik die ochtend in Zeist uitstapte, bleken we dezelfde bus genomen te hebben. Bij aankomst in centrum Van Tellingen werden we nog opgewacht door een buurman van Bryan en even later sloten ook de medewerker van de gemeente en een hulpverlener zich bij ons aan. Volledig eenzaam was deze uitvaart daardoor gelukkig niet.

Maar écht dichtbij had niemand hier kunnen komen, omdat Bryan alle hulp afhield. Uit angst of uit schaamte had hij, geboren Engelsman, gedurende de twintig jaar die hij al in Nederland woonde, nooit een huisarts gezocht. Aan het eind van zijn leven werden lichamelijke en mentale klachten in rap tempo ernstiger. Hij belandde in het ziekenhuis, waar hij nog door oud-collega’s werd opgezocht, maar communiceren was moeilijk geworden. Een vertaler – een man die zijn hart altijd al aan de taal ophaalde – die de taal kwijtraakt…

Bryan overleed op 21 februari. Slechts zo’n twee jaar na het overlijden van zijn Engelse vader. Zonder zijn moeder, die nog steeds in Engeland woont en vliegangst heeft en die hem daardoor in al zijn Nederlandse jaren nooit heeft opgezocht.

Bij zijn crematie las ik, dichter van dienst en collega-vertaler, onderstaand gedicht voor hem voor.

Voor Bryan Rippon
20-04-1968 – 21-02-2018

Ik droomde, op een nacht, dat ik Arabisch sprak.
Ik wist wel wat mijn boodschap was maar twijfelde
of ik ook werd begrepen. ’s Ochtends was mijn woordenschat
gesmolten, nee, geslonken, nee, verdwenen.

Zo moet het zijn geweest voor jou
toen de woorden je ontglipten:
ze klonken zingend als kristal
vanuit een porseleinkast die niet open wou.

Hier sta ik dan te spreken, collega
van het binnenskamers leven,
in een taal die langzaam vervaagde
als een voorganger in zwijgzaamheid.

Uiteindelijk gaan wij allemaal,
een kwestie slechts van tijd,
een vader achterna.
Had jij de jouwe horen roepen?

Ik hoop dat je daar met hem praat
en vaker nog dan hier echt wordt verstaan.

© Gedicht en verslag door Vicky Francken

Gedicht voor voormalig dakloze Laye Si

Omdat voormalig dakloze Laye Si erg van poëzie houdt had Jeroen Kroon van Diest van Unique Surprises bedacht hem te verrassen met een speciaal voor hem geschreven gedicht. Behalve surprises op aanvraag creëert Jeroen ook elk kwartaal een aangename verrassing voor iemand die het verdient in het zonnetje te worden gezet. Op zaterdag 17 februari viel Laye Si deze eer te beurt. Unique Surprises had ons stadsdichtersgilde benaderd met de opdracht om speciaal voor Laye Si een gedicht te schrijven. Die taak heeft Gildelid Els van Stalborch op zich genomen. Zij droeg op 17 februari voor de aangenaam verraste en ontroerde Laye Si haar gedicht voor in de pandhof van de Domkerk.

 

 

 

 

 

 

Je zult maar op de vlucht zijn

met een rugzak vol angst
en een mobiel,
op vijandig water
naar onbekende kust
op zoek naar een veilig later.

Je zult maar asielzoeker zijn
in een regenland en jaren
in het ongewisse leven
en niet weten wat,
tussen muren van vergeten.

En dan mag je blijven,
de zon begint te schijnen,
je krijgt een huis en werk,
je voelt je sterk en doet je
best om thuis te zijn.

Het mag niet duren,
dreigend komen wolken
aan en storm verwaait
wat je had opgebouwd en
vertrouwd is niets.

Bedreigd en koud, de
nachten lang, het donker
veel te bang en niemand
die het ziet, je bent er wel
je bent er niet.

Alleen op een bankje
in de regen, een vrouw
met hondje sprak je aan,
een vlechtje op zijn hoofd
en zij hechtte zich.

Voor je het wist, mocht
jij met haar mee, kreeg
een bed en een tv , een
kachel en te eten, en dat
zou je nooit vergeten.

Nel met Pippi Langkous
gaven jou een nieuwe
kans en weer knipoogde
de zon, de dans om een huis
begon en duurde lang

te lang, een zwarte veeg
door lichte dagen, een diefstal,
zomaar alles weg, een dag
die huilt, jij wist geen raad
maar bad.

Toen was er Wim en Nel
bleef om je heen, al was
het leven moeizaam
en verloor je moed,
je was niet alleen.

Er zijn altijd vonkjes
licht, die van binnenuit
het donker splijten,
een hand, waarin je
wonen mag.

Een glimlach, of een
zacht gebaar, jouw
levenskracht geeft hoop,
jouw dromen
worden waar.

Je zult maar zo moedig zijn.

Els van Stalborch

Pauline Pisa en Kanaleneiland

In het kader van de Poëzieweek werd ons gildelid Pauline Pisa in de schijnwerpers gezet vanwege haar innige band met Kanaleneiland. Deze Utrechtse wijk, waar Pauline is opgegroeid, speelt een belangrijke rol in enkele gedichten van haar. Klik hier voor een reportage hierover.

 

 

Gedichtendag 2018

Als daverend startschot van de Poëzieweek 2018 (van 25 t/m 31 januari) vindt in Boekhandel Broese op Nationale Gedichtendag, donderdag 25 januari 2018, een optreden plaats van maar liefst dertien dichters. Deze dichters, voor het merendeel lid van het Utrechts stadsdichtersgilde, zullen tussen 19.00 en 20.00 uur voordragen uit eigen werk. Wethouder Kees Diepeveen zal de avond openen. Met o.a. Vicky Francken (C. Buddingh-prijs 2017 voor de beste debuutbundel), Hanneke van Eijken (Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2015) en Ruben van Gogh.
Na afloop van de voorleessessie kunnen gesigneerde dichtbundels van de deelnemers worden aangeschaft. De toegang is gratis.
Belangstellenden kunnen zich aanmelden via klantenservice@broeseboekverkopers.nl

Gevelsteen met gedicht Hanneke van Eijken

Op 9 januari werd tijdens de nieuwsjaarsreceptie van het Bartholomeus Gasthuis een gevelsteen onthuld met daarop een gedicht van Hanneke van Eijken, sinds 2016 lid van het Utrechts Stadsdichtersgilde. Het gedicht werd geschreven ter gelegenheid van het 650-jarig bestaan van het aan de Utrechtse Lange Smeestraat gevestigde woonzorgcentrum. De gevelsteen is gemaakt door Britt Nelemans en zal voortaan te bewonderen zijn aan de voorzijde van het Bartholomeus Gasthuis. Voor Hanneke was het sowieso een feestelijke week, omdat zij zich twee dagen eerder ook kon verheugen in de verschijning van haar tweede dichtbundel, Kozijnen van krijt.

Dit zijn de dichtregels op de steen:

In de luwte, midden in de stad
geef ik je een plek, een open arm
ik geef je een palm van mijn hand
om in te schuilen

Nieuwjaarsgedicht van Onno Kosters

Gildemeester Onno Kosters reciteerde op 2 januari 2018, op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Utrecht in het Spoorwegmuseum, een speciaal voor deze gelegenheid geschreven gedicht. Honderden aanwezigen luisterden naar zijn drieluik ‘Overzicht, inzicht, aanzien’. Zie hier de live-versie.

Overzicht, inzicht, aanzien: een drieluik

1. In het museum

2017

nu definitief uitgerangeerd,
op het spoorboekloze zijspoor
van de dienstregeling geparkeerd

springt aan het oudst van het jaar
het sein weer op groen voor een nieuw
dat er zij het kortstondig, onbewogen uitziet.

Het spoor naar de toekomst ligt klaar
en glanst in de zon die St. Maarten,
een halve mantel armer, verwarmde.

De rijdende trein van de tijd
spoedt zich als steeds naar het eindpunt
dat immer ongrijpbaar ver weg blijkt,

buiten bereik van de machinist blijft.
Meer daarbinnen bevindt zich
de domstad, stad die voor iedereen is.

De domstad: stad in de steigers,
de Domtoren zélf in de steigers
en heel Hoog Catharijne

en het terrein eromheen
een met putten en kranen
doorregen gebied

waar een stalling (een mega-)
iedere Utrechter
en iedere vreemde

in vertrouwen verwelkomt,
ieders fiets
beschut en bejegent met aanzien.

De domstad: Ten Hag-loze hoofdstad
waar een centrum van wereld en handel,
het symptoom van een trend,

zijn schaduw zal werpen
op het kantoor
waar de stad wordt gekend.

Stad die een jaar in het rood
en het geel en het blauw
van de Stijl stond

waar voetbalvrouworanje
zich met een beker
tussendoor wond.

Stad doorsneden door water
waarop regenboogboten
vol kleurrijk geaarden.

Stad wier schrijvers en dichters
met de wereld nu voor eeuwig
zijn verweven.

Stad die rouwt om een vrouw
die niet gaf
om de regen.

2. De ander

De stad is een land
en het land is de wereld
de wereld de aarde.

Alles is verwant
allen zijn verwanten

ieder wie is
is tevens de ander
hoe vreemd die
wanneer we elkaar
de rug tonen lijkt.

Met de rug naar elkaar
is niet meer dan met het
gezicht naar de ander
op enige afstand.
Op enige afstand
want de wereld, de aarde.

Zo kun je ook zelf zijn
als een gedicht.

Geopend, bekeken, gelezen
heet je iedereen welkom
keer je je als vanzelf
naar buiten.

Open je je
met een beetje geduld
naar een ieder die aanklopt
kijk je je lezer
met voor alles open
in diens voor alles open
ogen.

De ander
kijk maar, de ander
staat naast je,

de ander,
het laat zich raden,
is je nader.

We zijn elkaars halfrijm
afwijkend gespeld
elkaars anagram:
woordspel dat één maakt
dat mens maakt.

In de aarde de wereld
in het land de stad.
Hoe je je wendt of je keert
hoe het ook zij
de ander
ben jij.

3. St Maartens maart

Vertraging is iets
dat je niet aan de reis
moet overlaten:
laat het het doel ervan zijn
en in die verdikking van de tijd
de blik zich herijken
tot een die verenigt, niet splijt.

Pas in de vertraging,
pas op die plaats
toont zich de meester
die zich niet groter voelt
dan wie naast hem staat.

Allen die zich
in Utrecht bevinden
zijn Utrechters,

zijn voor wie
Utrecht is

en worden in gelijke gevallen
niet anders behandeld,

door St. Maartens halve mantel
beschut,
door ieder bejegend
met aanzien.

Ook na 21 maart

2018

gedicht Maarten Das voor Pompe-instituut

Maarten Das, lid van het Utrechts stadsdichtersgilde, schreef een gedicht in opdracht van het Willem Pompe-instituut voor Strafrechtwetenschappen, dat recentelijk is verhuisd van de Boothstraat 6 naar een kantoorpand in Rijnsweerd. De titel van het gedicht is genomen uit het gedicht ‘Nieuwe woning’ van Nicolaas Beets, dat hij schreef toen hij in het pand op Boothstraat 6 kwam wonen. De laatste strofe is losjes geïnspireerd op een strofe uit hetzelfde gedicht van Beets. Het gedicht van Maarten Das werd gedrukt op een ansichtkaart die is uitgereikt tijdens het laatste kerstdiner van het Pompe-instituut in het oude pand.

Dit goede, ruime, stille huis

Wat zijn we vaak rechtop gaan staan.
Wat is er veel papier gaan dwalen.
Gedachten geordend als dozen,
stof achter stapels vandaan geveegd.

Kom, ga nog één keer de trap op en neer.
Kijk hoe de tijd langs de deuren beweegt.
En straks bij de uitgang een kus op de wang
en een aai over de bol van onze geestelijk vader:

wil met uw sterke arm ons dekken
als het leeg voelt op kantoor,
wees een woord om in te wonen,
onvermoeibaar in ons oor!

Maarten Das

Lintje voor Fred Penninga

Vanwege zijn grote verdiensten op het gebied van de literatuur (m.n. de poëzie) in Utrecht en omstreken is Fred Penninga, behorend tot het Utrechts stadsdichtersgilde, op 22 november 2017 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Hij kreeg het lintje opgespeld door de Utrechtse locoburgemeester Kees Diepeveen, die vooral Penninga’s passie en inzet voor het organiseren, stimuleren en begeleiden van dichterlijke activiteiten prees. De door het bestuur van de vereniging Taalpodium Utrecht/Zeist aangevraagde onderscheiding heeft betrekking op een lange periode van het vele vrijwilligerswerk dat Fred verrichtte, o.a. voor instellingen als Taalpodium, de Lees- en Schrijfgroep De Bilt/Bilthoven en Literair Zeist; ook zijn inspanningen als schrijverscoach en bestuurslid van de stichting GOUD hebben ertoe bijgedragen dat Fred de eervolle onderscheiding kreeg.

Allerzielen – gedicht door Maarten Das

Op donderdag 2 november, Allerzielen, hield het Catharijnehuis een herdenkingsbijeenkomst voor overleden dak- en thuislozen. De bijeenkomst werd gehouden bij de Levensboom in de tuin van het ernaast gelegen Catharijneconvent. In deze boom wordt na het overlijden van iemand uit het dak- en thuislozencircuit een metalen naamplaatje gehangen. Dichter Maarten Das schreef dit jaar een gedicht voor de herdenking, wat erg werd gewaardeerd door de aanwezigen.

Allerzielen

Was je maar bij me, de stad is zo kil.
De nevelen boven de grachten,
het schuifelen tussen de gevels,

de fietsers over het Smakkelaarsveld.
We zijn met onnoemelijk velen
en onze dagen zijn geteld.

Ik lig in het zoveelste trapportaal en ril.
Waar jij liep, hangt nu een leegte
en in die leegte vat ik kou –

en toch durf ik te wedden
dat er een rustplaats is onder de sterren,
een dak van licht voor jou.

 

Utrecht is UNESCO City of Literature

Op 31 oktober 2017 is bekendgemaakt dat Utrecht de eerste stad in Nederland zal zijn met de status van UNESCO City of Literature. Onno Kosters, Gildemeester van het USDG, schreef in mei voor het bidbook onderstaand gedicht. Het Gilde feliciteert Het Literatuurhuis en de Gemeente Utrecht met deze fantastische prestatie.

Mettertijd

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de toekomst begon
met de wind in de rug. Midderdag
was het en het doel van de reis
bleek een grens. Boven het land
leunde op niets het verschiet,
de kim bleef verborgen in noties
van steeds meer castella van lucht
die kastelen, barbarenbestendige
forten en bolwerken werden.
Het hart van de stad is een plein
waar Jupiter zelf in een beeld verschijnt.

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de blauwdruk
van oudere heilige huizen gaat op
in een kerk die beschermt
als de mantel van Maarten.
Elk uur waaiert luid een memento
over ommeland uit, tot aan de kust
waar de zee wordt geroerd en zich
spiegelt in jachtige wolken
die al jachtiger landinwaarts bollen
en dan als de storm die de wind
in de rug werd aanvalt, doorklieft
hij het schip, schept hij een wrak.
Het hart van de stad is een plein
is een gat.

De weg naar Trajectum, het jaagpad
naar Utrecht: de blauwdruk, de toekomst,
de sporen waarin wordt gelezen
wat de stad schraagt, verder draagt,
zijn sporen die ongewist blijven.
Wat weg is houdt niet op met zijn.
Het hart van de stad is een gat
is een plein waar wat was niet verdwijnt,
waar wat wordt niet ontsnapt.
Wie schrijft herbouwt ruimte tot tijd.

Onno Kosters